zondag 15 september 2013

Koei en Vark (kalfjes 4)


Sinds ik het nieuwe wandelpad door de polder Bloemendaal heb ontdekt, kom ik er regelmatig.
De zestien kalfjes die daar rondlopen hebben mijn hart gestolen. Vandaag ga ik met Mijn Architect er nog eens naartoe. Stel je voor dat de kalfjes opeens weggehaald zijn! Dat zal binnenkort wel gebeuren denk ik.


Het is vandaag een bijzonder mooie dag, schitterende wolkenluchten, wie weet wanneer de herftstormen komen. We gaan er vandaag nog eens van genieten, van het lekkere weer en de aanbiddelijke kalfjes. Ze zijn wel gegroeid sinds m'n laatste foto's. 



Zet 'r bij een koei en ze is happy!
Het kalf met oormerknr. 2120 en ik hebben wat met elkaar.
Sommige kalfjes zijn bijna niet aan te raken, ze zijn voorzichtig nieuwsgierig, maar kalf 2120 is onderzoekend, extravert  ja … we zijn verliefd op elkaar!

Het is zo'n lief beessie, ik probeer maar niet aan haar toekomst te denken.
Ik heb wat stukjes komkommer voor haar meegenomen, wat vind ze nu lekkerder, de komkommer of het kroelen?


Als we verder wandelen komen we bij een andere groep koeien, zij zijn al iets ouder en wat wantrouwender.
Ik ga in het gras zitten en heel langzaam komen ze dichterbij, nieuwsgierigheid wint het van de behoedzaamheid.

Ook hier eentje die wel van de komkommer wil snoepen.



Op de terugweg fietsen we langs de plaatselijke kinderboerderij, daar zit een imker en ik wil nog een potje honing kopen. Ik heb haar vorig jaar ontmoet toen er een bijenvolk was gaan zwermen. Op mijn andere blog heb ik dat beschreven.
Zij moppert over het maaibeleid van de gemeente … als de planten lekker in de bloei staan gaan ze maaien … we weten toch dat de bijen alle mogelijke steun nodig hebben!
Altijd leuk bij de imker, de ruimte wordt steeds meer een museumpje met potjes honing van de hele wereld en ik koop hier dus een potje goeie honing.


Op deze kinderboerderij hebben ze ook twee varkentjes. Ik wil ze even opzoeken om te kijken of ze het naar hun zin hebben. Bij hun verblijfplaats staat dat ze achter glas zouden zitten i.v.m. de strenge eisen betreffende varkenshouden, maar dat is al achterhaald en het hok is leeg. Buiten in een weitje ontdekken we ze.

Het zijn Ginger en Jasmijn, twee Kune kune-varkentjes, Maori-varkens uit Nieuw Zeeland, een ras dat in 1997 in Nederland werd geïntroduceerd door de toenmalige eigenaresse van ’t Swieneparredies (Violet Sanders, overleden in 2005) in Nieuw Scheemda. Vorig jaar stonden we daar voor het hek, maar de mede-eigenaar was net overleden en het was gesloten. Een bezoek aan dit Swieneparredies staat nog steeds op m'n wensenlijstje.


Bij de Familie Bofkont heb ik varkensmassage van Dafne geleerd en weet nu waar de V-spot zit, een plekje bij het varken dat bij aanraking hem direct in extase doet omvallen.
Ik probeerde het bij Jasmijn en ja hoor, daar ging ze, in volledige overgave rolde ze op haar zij, oogjes dicht en genieten maar, aaach, wat ongelofelijk lief en leuk!
Wie wil daar nou nog een mes insteken voor een kort moment van eetgenot?


Het was weer een heerlijke dag, schitterend weer, vol koe- en varkengekroel, tank je weer lekker van bij.
Deze vriendjes zal ik bij voorkeur niet meer eten. Oink.





zaterdag 14 september 2013

Duindoornsiroop


Toen ik vorige maand duindoorn plukte leek het of er twee soorten waren: takjes met heel veel kleine besjes dicht op elkaar en takjes met grotere besjes, wat wijder uit elkaar. Geen idee of het verschillende soorten waren, ik nam van beide wat mee en stopte ze thuis in de diepvries. Dan krijg je de besjes beter van de takjes af.


Ik ga siroop maken. Flink meppen met een pollepel op de takjes en de bevroren bessen rollen in de teil. 


Ik heb ruim anderhalve kilo besjes en zet ze op met anderhalve liter water.Langzaam verwarmen en zachtjes laten koken tot de bessen zacht zijn en knappen.
Het geheel door de roerzeef doen en het sap terug in de omgespoelde pan doen.
Ik voeg een kilo rietsuiker toe,15 gram citroenzuur, twee theelepels vanille-extract en een theelepel Marmello pectine.

Weer zachtjes tot kookpunt brengen, eventueel schuim verwijderen en in brandschone flesjes gieten. Superfood!


zaterdag 7 september 2013

Vegan Bramencrumble

wildgeplukte bramen
Soms vind ik op het internet zulke leuke recepten, dat ik gelijk aan de slag wil.
Zoals vanavond.
Op het leuke blog Zoet en Roze kwam ik deze vegan Bramencrumble tegen. Dit gerecht kan als toetje maar ook als ontbijt en daarvoor maak ik het.

Omdat ik in november mee ga doe met de Vegan Challenge ben ik alvast op zoek naar vervangende ontbijtjes. Ik ontbijt namelijk altijd met yoghurt en lijnzaad. Zonder yoghurt vind ik lijnzaad moeilijk te eten. Ik vind het sowieso lastig om 's morgens iets anders te eten, dus het moet lekker zijn, fruitig en pakklaar in de koelkast staan. Dit gerecht kan ik voor een paar dagen vooruit maken.



Ik heb eenpersoonsschaaltjes gebruikt en de in het recept genoemde hoeveelheden en ingrediënten aangepast aan wat ik in huis had (ik had geen gedroogde appeltjes, dus dan maar verse).
Versgeplukte wilde bramen had ik!
Het originele recept vind je hier.

300 g bramen
1 eetl. dadelstroop
1 eetlepel sinaasappelsap + wat rasp van de schil
2 kleine bio appeltjes (ik had James Grieve), geschild en in kleine stukjes gesneden

voor de kruimellaag:
65 g amandelen, fijngehakt
50 g havervlokken
3 eetl. gesmolten kokosolie
3 eetl. rijststroop
snufje zout

Verwarm de oven tot 190 °C.
Doe de bramen en appelstukjes in een kom en meng met de stroop en sinaasappelsap en -rasp. Laat het even intrekken. 





Meng ondertussen in een andere kom de ingrediënten voor de kruimellaag.
Vet acht kleine ovenschaaltjes in met wat notenolie.



Schep de bramen in de schaaltjes. Verdeel het amandelmengsel over de bramen en zet de crumble ongeveer 20 minuten in de oven tot de kruimellaag goudbruin en knapperig is. 




Voor mij een prima ontbijt, als ik het weer maak voeg ik gewoon lijnzaadjes toe aan de kruimellaag.

Maar vanavond aten we het als toetje … met ‘fruit-ijs’ uit de Yonanas, (bevroren bananen, bramen en wat pure chocolade).


Wildplukken - braam en vlierbes

Afscheid van de zomer … vandaag nog één keertje - waarschijnlijk voor de laatste keer - bramen plukken, ik zag dat de vlierbessen goed waren en dus ook wat geplukt.

Of het nu door de crisis komt, of dat allerlei land- en buitenleven achtige tijdschriften er aandacht aan besteden, het valt me op dat het wildplukken toeneemt.


Met de schrik nog in het lijf over op internet rondgaande verhalen over -wel of niet waar- fikse bekeuringen aan bramenplukkende oma's met kleinkinders ben ik nog voorzichtiger dan anders en kijk regelmatig steels om me heen.

Ik ben van mening dat als je wildplukt het eigenlijk niet te zien moet zijn dat je daar geweest bent. Natuurlijk ontkom ik er niet aan om soms wat brandnetels en kleefkruid plat te trappen om bij de braamstruiken te komen. 

Maar vandaag keek ik verbijsterd naar wat men aangericht heeft op de plek waar ik meestal pluk. Hele takken van de voorste bramen zijn platgetrapt, wat zeg ik: halve struiken liggen plat op de grond, hele inhammen veroorzaakt.
Rücksichtslos een weg banen naar achterin hangende bramen, terwijl er genoeg aan de buitenkant te plukken valt. Jammer hoor.

Zo verziekt men het weer voor de bescheiden plukkers. Misschien ligt hier een nieuwe taak voor de bekeurende koddebeiertjes: voorlichting geven, plukken mag … maar slopen niet. Pluk niet meer dan je nodig hebt voor wat lekkere potjes jam voor eigen gebruik met het uitgangspunt: waar je niet makkelijk bij kan is voor de vogels.

Ik pluk al langswandelend met gemak nog een kleine kilo bramen zonder dat ik er ook maar een tak voor hoef te slopen. Vlierbessen verzamelen kost wat meer tijd, op ooghoogte zijn de meeste trossen al weg, maar ook hier lukt het me toch nog een tasje te vullen, zonder dat ik takken hoef te breken of andere moeilijke fratsen moet uithalen om er bij te komen.



Thuisgekomen maak ik de bramen schoon en ris de vlierbesjes. Dat is altijd een heerlijk rustgevend werkje.
Ik hou een half pond bramen apart voor een plantaardig ontbijtgerecht of zo je wilt een nagerecht (link volgt), de rest gaat samen met de vlierbessen in de jam, ongeveer hetzelfde recept als in 2011 en 2012.




maandag 2 september 2013

Pruimen in de alcohol

Van een vriend uit Groningen kreeg ik deze pruimpjes mee. Hij dacht sleedoorn. Ik twijfelde, want die kende ik als kleinere vruchten en donkerder van kleur. Vorig jaar had ik sleedoornlikeur gemaakt.


Bij speuren op internet ging er een hele pruimenwereld voor me open.

Behalve de sleedoorn, bestaan er nog allerlei botanische soorten, zo kwam ik ‘belzen’ en ‘kroosjes’ tegen. Om het nog ingewikkelder te maken bestaan er toch grootvruchtige sleedoorns, allerlei kruisingen en tussenvormen. Ook de term Boerenpruimen kwam ik tegen.


Hier vond ik leuke info.

Thuisgekomen heb ik m'n Groningse Prunus Huppeldepup gewassen en geproefd, vrij zuur met het vruchtvlees stevig aan de pit vast. Ik vermoed dat ze nog niet helemaal rijp waren, dus ik besloot er een soort likeur van te maken


Ik heb deze hoeveelheid, iets meer dan 600 gram, met een dikke naald rondom ingeprikt en
verdeeld over twee flessen.

Per fles voegde ik nog toe:
150 g rietsuiker
een halve liter jenever
1 kaneelstokje
1 steranijs
1 laurierblad
10 rode peperbesjes


Donker wegzetten en twee wekenlang dagelijks schudden, daarna zo nu en dan nog eens schudden en minstens drie maanden laten staan. Later heb ik voor een mooier kleurtje nog wat wilde bramen toegevoegd.


Het is meer een kruidenbittertje geworden dan een likeur, en smaakt heerlijk!



donderdag 29 augustus 2013

Vogelnestje (ei in vegetarisch gehackt)


Ik vond het altijd leuk om ei in gehakt te maken. Omdat ik geen varken en koe meer wil eten ga ik het eens maken van het vegetarische gehackt van de Vegetarische Slager.
Het recept is hetzelfde als deze met vlees.
Ik had één pakje gehackt in huis, dat is te weinig om twee vogelnestjes van te maken, de eieren worden dan niet goed bedekt, dus maakte ik er een grote bal van met 1 ei erin.

250 g rauw Gehackt
1 gekookt ei, gepeld
1 rauw ei
kruiden, fijngesneden knoflookteentje, peper en zout
olijfolie

Meng kruiden naar eigen smaak en het rauwe ei door het gehackt. 
Vorm een bal, stop het gekookte ei erin en vouw het gehackt er om heen. Strijk met vochtige handen de naadjes dicht.
Verhit wat olijfolie, braad de bal rondom bruin, doe hem in een ovenschaaltje en bak hem nog een kwartiertje in de oven op 180 °C.

Deze smaakt eigenlijk veel beter dan van dierlijk gehakt, en ruikt ook beter.
We aten er snijboontjes bij, een tomatensaus gemaakt van de eigen geteelde tomaten en een gepofte aardappel.



dinsdag 27 augustus 2013

Rozebotteljam (2)


Van de rozebottels (ik blijf de tussen-n stug negeren) die we zondag geplukt hebben maak ik jam.
Dat is pas monnikenwerk!

schoongemaakte en gehalverde rozebottels (ik had ongeveer vuil drie kilo bottels)
100 g duindoornbesjes
2 appels in kleine stukjes
1250 g rietsuiker
2,5 zakje Marmello

Ik snij de kroontjes eraf en halveer ze om binnenin te kijken, laat ze even liggen en kijk of er iets beweeglijke omhoog komt. Behalve de gigantische hoeveelheid pitten zat er in hooguit vijf bottels ook een wurmpje. Die bottels hadden kleine gaatjes, dus als ik er meer zie van zulke, gaan ze gelijk weg.

Na een tijdje begint het jeuken, op m'n vingers en armen. Ik herinner me rotjochies van vroeger, die een kapotte rozebottel achterin je nek stopten … gek werd je van de jeuk. En krabbelen maakt het nog erger.


De pitten hoeven niet verwijderd te worden voor deze jam, want de pulp wordt nog twee keer gezeefd. De gehalveerde bottels gaan in een grote pan met zoveel water dat ze net onder staan. Langzaam aan de kook brengen. De zaadjes die boven komen drijven kunnen wel alvast verwijderd worden met een schuimspaan.
Ik voeg de duindoornbesjes en de appelstukjes toe.
Een kwartiertje koken en dan overnacht laten staan.

De volgende dag breng ik het geheel weer aan de kook, laat het geheel nog eens 10 minuten zachtjes pruttelen, dan komt het zware werk, de massa door de roerzeef draaien.


De nu verkregen gladde massa wegen, het was bijna 2200 g, ik voeg water toe tot 2,5 liter, dan nog eens door een fijne zeef drukken, zodat er geen haartjes meer inzitten.
De massa terugdoen in de omgespoelde pan, bij gedeelten de suiker en de Marmello toevoegen, dan op hoog vuur aan de kook brengen, 1 minuut flink door laten koken. Een druppel op een koud bordje laten vallen, als het direct stolt en niet meer ‘loopt’ is het goed.

De duindoornbesjes laten zich, ondanks diepgevroren, nog steeds niet makkelijk van de takjes halen. Dus vandaar dat ik maar een onsje gebruik, want het is al laat en bedtijd is al geruime tijd voorbij.
Het leek me leuk om deze combinatie te doen, bottel en duynbezie groeiden tenslotte ook naast elkaar in de duinen.

Eerst het plukken, dan het sorteren en opensnijden, het koken, door de roerzeef en tot slot in de brandschone potjes gieten. Al met al een flinke klus. Het is het waard, voor zulke lekkere, diep oranjerode supergezonde jam waar we de hele winter mee vooruit kunnen.


De eerste keer dat ik rozebotteljam maakte was vorig jaar, hier de blog.

zondag 25 augustus 2013

Rozebottel en Duindoorn


De voorraad bramenjam is weer op peil, maar het wildplukken smaakt naar meer.
Men vraagt me soms of dat wel mag en eigenlijk is het antwoord dan: Nee!
Het is lastig om eenduidige informatie te vinden. Wettelijk beschermde planten moet je van afblijven, dat is duidelijk. Sommigen beweren dat plukken in openbaar gebied wel zou mogen. Anderen dreigen gelijk dat je een fikse boete kunt verwachten. In principe is het in Nederland verboden om paddestoelen, wilde planten, vruchten en bloemen te plukken zonder toestemming van de grondeigenaar. Openbaar gebied of niet, in Nederland is elk stukje grond wel van iemand. Ik denk dat bramen en rozebottels plukken wel oogluikend wordt toegestaan.

Ik wil ook duindoornbessen, die moet je knippen want als je ze wilt plukken knijp je ze gelijk fijn en hoewel een beetje snoei de plant waarschijnlijk ten goede komt, is dat toch beschadigen. Ik ga vandaag burgerlijk ongehoorzaam zijn en met dat doel vertrekken we naar Hoek van Holland.


Hoek van Holland is de geboorteplaats van Mijn Architect. Als kind speelde hij in het Roomse Duin en de Hoekse bosjes. Het Roomse Duin heet zo omdat het tussen de begraafplaats en de St. Egbertuskerk ligt. Het is hier een prachtig natuurgebied, vol struwelen (mooi woord) en de ransuil zou hier ook voorkomen. Het is vandaag erg rustig in de Hoek omdat het nogal bewolkt is.
Bij aankomst op het station pluk ik een rozebottel om te kijken hoe ze zijn. De olijke conducteur roept dat het eigendom van de NS is. Hij vertelt dat hij zelf een kweeperenboom heeft. Als we vertellen dat we de duinen ingaan om te gaan plukken zegt hij dat alles daar van Rijkswaterstaat is. Tja, we voelen ons bijna stropers.


We plukken rozebottels in de uitlopers van het Roomse Duin en wandelen aldoende richting Pier.
Het valt ons op terwijl we plukken dat mensen raar opkijken en ik heb een aantal kinderen horen vragen: ‘Wat zijn die rode dingen?’ Iemand zei ook nog dat hij ze kende van vroeger, van naar elkaar gooien en dat ze jeukten.
Er komen steeds meer mensen naar ons toe en vragen wat we ervan gaan maken. Oudere mensen zeggen gelijk: rozebotteljam zeker, veel werk hoor.


Wel leuk al die aandacht en praatjes, maar nu trekken we ons terug in de duinen en zijn hier helemaal alleen, heerlijk rustig met zo nu en dan een fladderend koolwitje of een bont zandoogje.


Ik speur ondertussen ook naar dauwbramen, maar meer dan een handjevol vind ik niet. De vlierbessen beginnen ook al langzaam te kleuren. Dat wordt de volgende activiteit.


Plots staan we voor schitterende duindoornstruiken, de bessen zitten zo strak op elkaar dat het wel maïskolven lijken.
Met bonkend hart knip ik met mijn snoeischaar wat takjes af. De meest vervaarlijke doorns knip ik weg en dan hup de tas in, ondertussen om me heen spiedend of er niemand aankomt.
Het staat hier zo vol, dat ik van elke struik maar een paar takjes afknip, valt verder niet op, maar de adrenaline giert door m'n lijf. Want wat ik doe mag natuurlijk niet! Mijn Architect maakt lachend foto's van me.
Als ik vind dat ik genoeg heb, gaan de duindoorntakjes verstopt onder in de tas, en de rozebottels bovenop.



We lopen de boulevard op en gaan op een terras zitten, eentje die er zo gewoon mogelijk uitziet. We hebben de pest aan die stijlvolle terrassen met lounge-seats, sfeervolle palmbomen en bijbehorende prijzen. Ook geen springkussens a.u.b.
Als we hier in de Hoek zijn willen we een strandtent met patat of zo.


We treffen het, we zitten op een terras waar de wijnglazen lekker vol worden geschonken, een broodje superlekker smaakt en het is allemaal goed te doen voor onze karige beurs. De lucht breekt eindelijk open daar zitten we dan in het zonnetje, wat wil je nog meer.
Als bonus krijgen we zeven mussen op bezoek, die kruimeltjes uit de hand komen eten. Wat is het lang geleden dat ik een echte mus zag!



Tot slot wandelen we nog langs de branding terug richting pier. Heerlijk, we zijn toch allebei kustkinderen.

Met een rijke oogst en een tevreden gemoed reizen we huiswaarts. Bij thuiskomst tegen negenen blijkt dat het al bijna donker is. Hoewel ik ook erg van de herfst hou, vind ik het toch altijd een beetje jammer dat de zomer zo snel voorbij gaat.


Hier vind je de verwerking van de duindoorn.