donderdag 20 januari 2011

Neus


Gisteravond: Ik kom tegen zessen thuis en wil lekker gaan kokkerellen als de telefoon gaat.
Man zegt: Schrik niet, ik ben met de fiets gevallen en wacht nu op de ambulance!
Ik weet hoe hard hij altijd van zijn atelier naar het station fietst en denk shit, hoe erg is het en overmorgen gaan we op vakantie ... Ik pak m’n fiets en rij naar het ziekenhuis, de ambulance is er net iets eerder dan ik.

De rem van Man’s fiets blokkeerde plots en hij vloog over z’n stuur heen, op zijn gezicht. Door al het bloed ziet het er verschrikkelijk uit. De arts stelt de diagnose: gebroken neus, waarschijnlijk lichte hersenschudding en veel schaafwonden in gezicht en binnenkant handen. Boven op zijn neus, waar zijn bril zat is een wond die gehecht moet worden. Ook is een tetanusinjectie nodig. Omdat het uiteindelijk toch wel meevalt begint Man alweer grapjes te maken: Ik heb ook wel een flinke neus. De zeer jonge arts zegt nou de mijne mag er ook wezen, ik heb hem zelf ook eens gebroken. En de mannen neuzelen nog wat door, terwijl ik ook een beetje van de schrik bekom.

En wat zegt dat ondeugende doktertje dan …..

'An der Nase eines Mannes erkennt man sein Johannes'

Man zegt: Let op hoor, mijn vrouw is van Duitse komaf…
O, zegt de arts, dan kent u de uitdrukking …?

Nee, ik ken hem niet, maar ik versta het wel!

woensdag 19 januari 2011

Jeugd


Wij woonden in de jaren 60 aan de rand van Vlaardingen vlakbij een weggetje met boerderijen. Bij de eerste boerderij kon je mij vaak vinden. Ik vond het leuk om te kijken als de koeien gemolken werden en ik was dol op de boerin en haar drie zoons. Voor de boer was ik een beetje bang. Helemaal geweldig vond ik het als ik opgedroogde koeiepoep uit de koeiestaarten mocht borstelen.



Ik was een dromerig kind en vond het heerlijk om op een lome zomerdag in mijn eentje in het weiland te gaan zitten, leunend tegen een liggende koe en dan te gaan zingen.
Als mijn Nederlandse repertoire op was ging ik verder met de Duitse liedjes die mijn moeder soms voor me zong, zoals:

Hänschen klein, ging allein
In die weite Welt hinein .....

en

Aber Heidschi Bumbeidschi bumbum .....

En geloof het of niet, er kwamen meer en meer koeien naar me toe gesjokt en ze gingen allemaal om me heen liggen. Ik was er van overtuigd dat ik ze met mijn liedjes een plezier deed. Er bestaat geen foto van, maar ik zie het als een plaatje nog haarscherp voor me.

Soms denk ik wel eens: had ik niet beter een boer kunnen trouwen i.p.v. een architect?

Maar ja, Boer zoekt vrouw bestond nog niet.

zondag 16 januari 2011

Nikos Papazoglou

Tijdens onze reizen naar Griekenland waren we telkens op zoek naar muziek van twee fantastische zangers: Nikos Papazoglou en Orfeas Peridis. Hoewel er een wereld van verschil ligt tussen Griekenland en Groningen doet Harry Niehof me soms wel aan hen denken en omgedraaid ook.

In september 2009 waren wij in de streek Epiros, in het noordoosten van het vasteland, onder Albanië. Een nog niet door grote aantallen toeristen ontdekt deel van Griekenland.
Na veel vragen kwamen wij erachter dat er in de plaats Arta een goede muziekwinkel zou zijn.

Dat was bijna 150 km bij ons appartement vandaan, dus gingen we vroeg op pad. Alleen de autorit is het al waard om naar Arta te rijden, door zo'n fantastisch landschap. Arta is een stad, gebouwd op zeven heuvels aan de oevers van de rivier Arachtos en bekend om haar bijzondere brug. Een mooie Griekse stad en niet toeristisch. We slenteren op ons gemak door de omgeving en gaan heerlijk lunchen.

We lopen richting centrum, trap af en zijn blij verrast door het mooie winkelcentrum van Arta. We krijgen haast, het is bijna twee uur en dan sluiten de winkels, in sneltempo lopen we door de winkelstraat, vragen een paar keer naar de CD-shop en vinden hem achter de kerk, twee minuten voor sluitingstijd.




We vragen naar de zangers Nikos Papazoglou en Orfeas Peridis. De eigenaar begint wat tussen de CD’s te rommelen, niet overtuigend. Hij zegt 'very old' en vervolgt dat hij de muziek van deze zangers wel op de ‘PieCie’ heeft. In de winkel staat een Duits stel waarvoor hij ook een CD aan het downloaden is. Heel apart, stel je voor dat ze dat thuis zouden doen! Hij rekent een tientje voor de Duitsers. Voor ons zegt hij dat er veel CD’s zijn van onze zangers, dus wordt het wat duurder. Hij vraagt of hij ze op een MP-3 disk zal zetten. We zeggen doe maar, we willen die muziek nou eenmaal graag hebben.

Na een tijdje achter de computer zegt hij dat hij 168 (!) songs op de CD gezet heeft. Hij vraagt er 20 euro voor. Later blijkt dat er zeker vijftien CD’s van de twee zangers op dat schijfje staan, ik wist niet eens dat er zoveel op past. Ik ben dolgelukkig. Dat schijfje is goud waard en ik zal het dus nooit uitlenen!
De CD doet het in de huurauto en de rest van de vakantie luisteren we tijdens onze ritten naar al die prachtige Griekse songs.

Hier een nummer van Nikos Papazoglou, Avgoustos:



Als je geïnteresseerd bent dan vind je op www.skopos.be/GrMuziek/ een uitgebreid verhaal over deze geweldige zanger.



Op 17 april 2011 bezweek Nikos Papazoglou aan kanker, nog maar net 63 jaar

zaterdag 15 januari 2011

Vader

Duitsland, Cuxhaven 1956
Op deze foto zie je mijn moeder (21) met ... eh ... mijn verwekker. Wat straalt ze van verliefdheid! Ze waren naar een carnavalsfeestje. Zij was al getrouwd en had een zoontje van een jaar. Dat huwelijk liep op de klippen. Deze man, F. (33 jaar), was ook getrouwd en had kinderen. Het is een wonder dat ik nog foto’s heb waar hij op staat. Want mijn oma heeft alle foto’s van deze man verscheurd. Zodoende zijn er ook geen babyfoto’s van mij.
Het schijnt dat hij mijn moeder regelmatig beloofd heeft te scheiden, maar dat gebeurde niet, een bekend verhaal.

Mijn moeder woonde inmiddels na haar scheiding met haar eerste kind weer bij haar moeder. Zij raakte in verwachting van mij. Na mijn geboorte begon de strijd om geld, hij weigerde eerst mij als zijn kind te erkennen, maar uiteindelijk heeft hij dat wel gedaan, hoewel hij nooit aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan. Na mijn eerste verjaardag was mijn moeder alweer in verwachting van mijn zusje. F. heeft haar nooit erkend. Het werd hem te heet onder de voeten en hij ging terug naar zijn vrouw. Mijn zusje en ik hebben nooit meer iets van hem gehoord.

Mijn moeder had het zwaar, met drie kleine kinderen inwonen bij een zeer dominante moeder. Zij besloot een contactadvertentie te zetten in een of ander Duits krantje en dat krantje kwam toevallig bij een man in Nederland terecht.
Deze man, H. een alleenstaande man, met een zoon van 12 jaar, en mijn moeder gingen corresponderen en uiteindelijk trouwden ze. Hij was 16 jaar ouder dan zij. Zo kwam ik in 1962 met mijn zusje in Nederland terecht. Mijn broer bleef bij mijn oma in Duitsland.

Ik weet nog hoe blij ik was dat ik een vader kreeg. Hij werd voor mij ook echt mijn vader. Het leven leek rooskleuriger, van een zeer streng Duits huishouden naar een makkelijkere losse levenstijl in Nederland. Voor mijn moeder was het helemaal niet makkelijk, de zoon van mijn vader, mijn stiefbroer, zag zijn heerlijke leventje instorten door de komst van dat Duitse mens met twee dochters en maakte haar het leven zuur. Ook de familie van mijn vader moest weinig hebben van die ‘moffin’.

Er kwamen nog twee kinderen, een jongen en een meisje. We waren een rommelig gezin met stief- halve- en echte broers/zusjes. Hoewel mijn ouders van elkaar hielden was het geen gemakkelijk huwelijk, vooral door veel drankgebruik waren er altijd wel toestanden. Er was altijd geldgebrek. Ook vochten ze soms met elkaar. Ik heb als klein meisje dingen gezien die een kind niet hoort te zien. Uiteindelijk kon mijn echte zusje het niet meer aan, ging terug naar Duitsland om verder opgevoed te worden door mijn oma. Ik heb dus een Duitse broer en zus en een Nederlandse broer en zus. Mijn stiefbroer heeft later het contact verbroken.

Ik hield me wel staande, ook omdat ik dol op mijn vader was. Hij was een CPN-er, een Rooie Rakker werd hij genoemd. Hij hield van hout en timmeren was zijn lust en leven. Toen wij verhuisden naar een nieuwbouwflat, heeft hij alle kamers van boven tot onder voorzien van houten schroten, lijsten en schulpranden, dat ging door tot er geen muur of plafond nog leeg was. Het leek alsof we in een soort blokhut woonden.

Mijn vader was gek op de natuur, hij hield van de polder, wist veel over vogels. Hij ging eerst met mijn stiefbroer, later met mijn jongste broer vaak de polder in. Ik wilde dat ook graag, maar dat vond hij niks voor een ‘meidje’. Toch mocht ik een keertje mee, wat was ik gelukkig, met mijn vader struinen door het gras. De liefde voor de polder en het open landschap heb ik van hem.

Kortom mijn jeugd was er een van Himmelhoch jauchzend, zu Tode betrübt, ik was 16 toen ik het ouderlijk huis verliet.

vrijdag 14 januari 2011

Rintie

In 1983 had mijn vriendje een oude Citroën HY op de kop getikt. Hij knutselde er een fantastisch soort camper van en we besloten er mee weg te gaan.
Ik had er mijn baan voor opgezegd, ik was jong en ik zou bij terugkeer wel weer wat vinden. Vriend had een eigen zaak, samen met een partner en die kon het wel even alleen af.

In de camper waren twee opklapbare planken gemaakt, als ze beide neergeklapt waren, met een matrasje erop, was het een bed, als er één neergeklapt was, werd deze gebruikt als tafel en aanrecht. Beide opgeklapt waren het kastdeuren die alles wat er achter lag tijdens het rijden op hun plek hield. De HY-bus, die wij Theo de Tank noemden, had aan de linkerkant ook een raampje en daar was een plankje gemaakt wat dienst deed als ‘studiehoekje’.
Omdat we allebei niet zo erg lang zijn konden we in de breedte slapen, zodat we veel ruimte hadden. Ideaal was ook dat je gewoon rechtop kon staan.
In ons rijdend huisje zijn wij bijna drie maanden door Italië en Frankrijk getrokken en als je zo lang samen in zo’n kleine ruimte leeft, leer je elkaar wel kennen.


zo sliepen we
Ik had toen al zo’n acht jaar een hond, Rintie. Hij was tien jaar toen we op reis gingen en natuurlijk ging hij mee.
Rintie was een soort Mechelse herder, niet raszuiver, en hoewel hij er indrukwekkend uitzag, was hij erg lief. Zo groot als hij was, toch was hij erg bang voor tekkels! Het liefst sprong hij dan bij je op schoot. Maar van mij moest je afblijven!

Toen we in het zuiden van Italië bij het Lago Ampollino, in de streek Calabrië, stonden begon Rint grote stenen uit het water te halen. Hij legde ze bij de camper neer en ging nieuwe halen. Ongelooflijk hoe hij die keien tussen z'n tanden kon vasthouden.



Hieronder ligt het 'vrouwtje' er nogal kwetsbaar bij tijdens een siësta op een camping vol met Italianen. Denk maar niet dat er ook maar iemand nader hoefde te komen!

We hebben deze periode zo’n tienduizend kilometer gereden. Dit was een geweldige ervaring en tijdens deze reis groeide het idee dat ik met deze man wel een kind zou willen. Dat gevoel had ik nog niet eerder gehad. Twee jaar na deze reis is onze zoon thuis geboren en Mijn Architect en ik zijn inmiddels bijna 30 jaar samen.
Al op de eerste dag lag Rintie voor de deur van de babykamer en de enigen die over hem heen mochten stappen waren wij.
Het was een fantastische hond. Ik mis hem nog vaak.

Stel dat we ooit ergens vrij kunnen wonen, dan zou ik denk ik wel weer een hond willen.


zaterdag 8 januari 2011

Groninger Povverd

Op onze Groningse reisjes kwam ik de Povverd tegen. Lees meer daarover op mijn andere blog.

1 pak zelfrijzend bakmeel (vaker gebruik ik speltmeel)
4 eieren
100 gram suiker
200 g rozijnen
1 grote of 2 kleine appels, geschild en in kleine blokjes gesneden
wat melk
boter om povverdblik in te vetten
paneermeel

De vorm goed invetten met de boter (gaat met de vingers het beste) en met het paneermeel bestrooien. Mix de suiker met de eieren.
Meng de rozijnen en appelstukjes door het eier-suikermengsel. (Bij de povverd van de foto's had ik ook wat gedroogde cranberries toegevoegd).
Voeg het bakmeel toe.
Eventueel een beetje melk toevoegen om het mengen te vergemakkelijken, het blijft een dik beslag. Doe de massa in de povverdvorm en sluit af met de dekstel.

Het duurde bij mij zeker 150 minuten, houd in de gaten of er water verdampt, eventueel bijvullen. Prik na ongeveer twee uur met een breinaald in de povverd, als deze schoon en droog eruit komt is de povverd klaar, anders gewoon nog even door laten garen. Op mooi bord storten en in plakken snijden. Serveer met gesmolten roomboter, bruine suiker en stroop.



In het kader van consuminderen kwam ik op het idee om de povverd op een oud petroleumstel van de rommelmarkt te maken. In plaats van petroleum gaat er nu lampenolie in, spotgoedkoop en stinkt niet.
Omdat het zo langzaam gaat, (slow-cooking) werd de povverd nog beter! Je bespaart energie, je hebt een mooi lichtje, het geeft wat warmte en het water zingt zo gezellig.

Inmiddels heb ik er een met twee branders.

Update: Tegenwoordig maak een vegan-versie van de povverd!