zondag 2 juni 2013

Eetbare planten



In 2010 heb ik voor het eerst aan een wildeplantenworkshop meegedaan en daarna nog een paar maal, en sindsdien ben ik steeds enthousiaster geworden.

In mijn favoriete (al 40 jaar oude) boek van Richard Mabey staat in het voorwoord het volgende:
Ondanks onze oppervlakkige voorkeur voor het ‘inlandse' product lijken voedselsoorten, die het verst buiten ons gezicht werden gekweekt, toch het populairste. Er mag geen spoortje vuil of wisselvalligheden van het groeiproces aanwezig zijn. Het product moet er aantrekkelijk, goedgevormd en ‘normaal’ uitzien – allemaal eigenschappen die wilde planten zelden bezitten.

Iedere groentesoort ergens op de wereld was eens een wilde plant. Wat we nu kopen en eten is niets anders dan de resultaten van generaties experimenten bij het kweken van planten.
De laatste tijd zijn er veel bedenkelijke pogingen gedaan tot het verbeteren van kleur en vorm. Evenals bij het fokken van dieren kunnen verbeteringen van dergelijke specifieke eigenschappen leiden tot het verslechteren van andere. In het geval van vruchten wordt gewoonlijk aroma opgeofferd, zoals iedereen weet die zich liet verleiden door reusachtige, stralend rode tomaten. Maar al heeft het kweken van planten geleid tot smakeloze producten met flauwe aroma's, al is veel opgeofferd terwille van het gemak, die oude sterke smaak, de kronkelige wortels en de lastige bladeren zijn er nog altijd voor hen die ernaar willen zoeken. Bijna iedere moestuingroente heeft ergens een florerende wilde voorvader. In tijden van schaarste keert men tot deze plant terug maar iedere keer met minder vindingrijkheid en vertrouwen, met minder kennis over wat  het is en hoe het gebruikt kan worden. Ik schreef dit boek omdat ik het verdrietig vind dat deze enorme voorraad gratis wilde voedingsmiddelen bij praktisch iedereen onbekend is en omdat er gevaar bestaat dat het gebruik ervan algemeen onbekend wordt.

Net als de schrijver heb ik belangstelling voor de wilde planten en ook een kleine zucht naar avontuur.
Verder vind ik de verrassende aroma's, soms kruidig, wrang of bitter, bijzonder interessant. Vele zijn een delicatesse en dat maakt het helemaal waard om ernaar te zoeken. Een leuke bijkomstigheid is ook dat het gratis is. 

Ik ben geen plantendeskundige, dus ik pluk alleen die planten die ik herken en die ik niet kan verwarren met andere die giftig kunnen zijn.
In brandnetels en paardebloemen kan je je moeilijk vergissen.
Maar om weer eens nieuwe soorten te leren kennen ga ik graag mee met een workshop of excursie.

Vandaag ben ik meegeweest met een plantenwandeling georganiseerd door Daniëlle van Inari-survival.

Het was een heerlijke dagje, met een klein groepje leuke mensen, op stap op het mooie landgoed Oostbroek in De Bilt. We hebben ook geluk met het weer, een heerlijke zonnige dag.

Veel soorten van de besproken planten ken ik al, toch is het leuk om ook daar weer nieuwe dingen over te horen, bijvoorbeeld dat van de gele bloemblaadjes van de paardebloem ook siroop of gelei te maken is, of dat je van de bloemkopjes kappertjes kan maken. Dat kan trouwens ook van madeliefknopjes.
Look-zonder-look eerste jaar
Ik ken de look-zonder-look, maar wist niet dat deze tweejarig was en het blad er het eerste jaar anders uitziet en ook smaakvoller is dan in het tweede jaar.
En dat kleefkruid ook eetbaar is en de bloemen van de rode klaver ook.

Tijdens de wandeling ook oog voor de mooie omgeving en zien we plots een ringslang, voor mij de eerste keer.


Ringslang
Planten die ik nog niet kende waren de grote klis, waterpeper (echt scherpe smaak) en kraailook, waar ik erg enthousiast over ben, eigenlijk beter dan gewone bieslook. 


Waterpeper

Daslook (beschermd)

Meidoornbloesem
Allerlei nieuwe dingen leerde ik, zoals dat je van meidoornbloesem siroop kan maken, dat de wortels van distels eetbaar zijn, dat je ruwbladigen beter niet rauw en niet te vaak eet (smeerwortel, komkommerkruid). Ook nog hoe je brandnetel plukt zonder prik en hoe je brandnetel zelfs rauw kan eten!
Er komt nog een lijstje met alle gevonden planten.

Daniëlle met het blad van de grote klis, handig om b.v. vis in te pakken voor op de BBQ

Een van de deelnemers graaft een wortel van de grote klis uit, met een handig opvouwbaar schepje

Het binnenste van de wortel van de grote klis, zetmeelrijk en smaakvol
Na deze wandeling rijden we naar restaurant Galjaard, waar we een heerlijke lunch krijgen, met ingrediënten van wilde planten. Omdat het mooi weer is kunnen we buiten eten, wat het nog specialer maakt.



Een heerlijke paddestoelensoep (onder) met zevenblad, look-zonder-look en kleefkruid.
Lekker brood met daarbij pesto (linksboven) van brandnetel en walnoten, een kruidenolie van hondsdraf en zevenblad voor over de rauwkost en een ongelofelijk lekkere mayonaise (rechtsboven) met muur en dovenetel voor bij de frieten.
Alles heeft zulke lekkere, intense smaken, we worden er helemaal blij van!