zondag 24 juni 2018

Vrachos (13)


Bijna 7:00 uur. Nu, voor het gekrakeel weer losbarst, kan je de zee en de vogels nog horen. Alleen de geluidjes van de grauwe vliegenvangers ontbreken. Tegen achten arriveren de schoonmaaksters. Efi veegt voorzichtig de randjes van de parkeerplaats. Wat gekuch, hier en daar begint een stoel te schuiven, een bestelauto rijdt achteruit de binnenplaats op, geluid van de schuifdeur, de eerste stemmen, de mussen roeren zich, zwaluwen scheren geluidloos rond. De zee is nog goed hoorbaar en ook vanochtend weer met een krachtige branding.
Het strand zal weer vol stromen met uit de hotels en appartementen uitgebraakte zongebruikers, met heel veel plastic, roze flamingo’s, waterpistolen, ballen, zwembandjes. De strandstoelen worden bezet. Om 9:00 uur is het al serieus rumoerig geworden. Dan moet je eigenlijk wegwezen. Nog een betere tip, begin je vakantie een week eerder.




We gaan onderweg naar Ammoudia. Prachtig uitzicht over de laagvlakte, het deltagebied van rivier de Acheron. Niet veel veranderd in negen jaar. Nog altijd staan er campers langs de rivier. We bewandelen de pier tussen rivier en zee, waar gevist wordt.




Langs de rondvaartboten zoeken we een restaurantje voor een lunch. Een mooi plekje. De kiezelsteentjes hier zijn glad en vlak en nodigen uit om iets op te stiften.
We nemen heerlijke frietjes. Op de kaart staat nog mangold, geen idee wat het is, groente legt de waard uit. Het blijkt snijbiet te zijn, niet slecht. Totaal € 21,— en omdat Teo geen muntgeld terug heeft van 50, kost het € 20,—. Dat tekent de Griek, we kunnen daar een voorbeeld aan nemen.




Op de terugweg doen we nog een korte wandeling door het Deltagebied, dat eigenlijk is afgesloten. Later vermoeden we waarom. Sommige Grieken hebben de neiging hun afval te storten op afgelegen plaatsen, een irritante gewoonte.



We negeren het hek, in het begin waait er nog een verkoelend zeewindje, maar zodra de wind wegvalt, is het bloedheet. Een heen en weer wandeling op de stevige schoenen.
Dit is de zo mooie natuur van Griekenland. In dit deel komen otters en wolven voor, maar die laten zich heus niet zien, wel wat leuke kikkertjes.












Het was een prachtige tocht. Vandaag is het de laatste dag dat we de auto hebben. Morgenochtend om een uur of elf wordt hij weer opgehaald. 

Terug op ‘compound’ is het stervensdruk. Het kost bijna moeite om een parkeerplek te vinden. Mijn Architect ergert zich aan een Serv die ingewikkeld bezig is de neus van zijn auto schuin in de schaduw van een boom te drukken, net naast ons terras. Vervolgens kijken ze op de menukaart op het lessenaartje, om vervolgens door te lopen naar een volgend terras, maar de wagen wel op ‘onze parkeerplaats’ laten staan. Nou, ja, fijn, kunnen we zelf op het terras plaatsnemen in de schaduw. Takis, die een frappé zit te drinken, staat op en zegt dat ze zijn blij zijn met Hollanders en Duitsers, die meestal altijd wel bereid zijn een praatje te maken en te vertellen wie ze zijn en wat ze in het dagelijks leven doen in plaats van die rondcommanderende oostblokkers. 
We reserveren onze favoriete tafel voor het avondeten bij Odyseus, die niet weet dat die al vergeven is aan naar later blijkt Jan en consorten. Maakt niet uit, eten we gezellig samen.
















zaterdag 23 juni 2018

Vrachos (12)


‘Kalimera’, de stem en glimlach van Evi over de afgeschuinde, stenen erfscheiding van het balkon, een van de twee hardwerkende schoonmaaksters. We krijgen nieuwe buren vandaag. Sinds dat het merkwaardige Nederlandse echtpaar met windende en boerende man en zuigende echtgenote het erf hebben verlaten, was het stil. Weer meer schuivende terrasstoelen, gillende kinderen, watjes en verwend grut, maar als het om die Serviërs gaat, moeten we ook niet vergeten dat we te maken hebben met een oorlogsgeneratie, met verscheurde en verbitterde bevolkingsgroepen, die onder Tito nog landgenoten waren.

We lezen omstebeurt in het boek van Louis Le Roy, ik kom op de iPad het dagboek van Mijn Architect tegen, een stukje daarvan:

Als ik ‘de natuur inschaken, de natuur uitschakelen’ af en toe lees, lijkt het of de werkelijke wereld, die langzamerhand naar de donder wordt geholpen, ook toen al, ik praat over het begin van de jaren ‘70, toen ook het rapport van Rome opzien baarde, terrein aan het verliezen was, althans de onomkeerbaarheid had zich ingezet. Heerlijk, die somberheid. Ik kan mij de dagen weer herinneren dat het nog profetische betekenis had om in een bar, wel na enige drank, te roepen dat we onherroepelijk in een degradatiezone terecht waren gekomen. De Matrix, zegt Angelika, ja precies, antwoord ik. Er zijn genoeg signalen, maar die worden niet meer gezien en gehoord als reëel. Hier in dit cellencomplex, waar wij vakantie houden, zijn het nog slechts de schoonmaaksters die de werkelijke wereld vertegenwoordigen, zo houd ik mezelf voor als thema voor een nieuwe sf-gedachte. We hebben het niet meer in de gaten. 
Het is nu kwart voor negen, vannacht voor het eerst de zee weer goed kunnen horen. De wereld hier heeft zich alweer kenbaar gemaakt, de grote holle ruimte is alweer aan het rondzingen met geroep en gekrijs. Angelika, net op, leest mij het volgende doembericht voor over haar nicht in Duitsland. Wat een drama speelt zich daar af. Hoe een plotseling geconstateerde meningitus een onvermijdelijk einde van het leven aankondigt, althans, zo ziet het er nu wel naar uit.

Wat gaan we vandaag doen? Naar Arta, een stad in het zuiden met een historische brug.


De stenen brug over de Arachthos in Arta dateert uit de Ottomaanse tijd en is het onderwerp van een beroemde legende. 
De brug, gebouwd rond 1603, is 142 meter lang en 3,75 breed, met aan één zijde een hoge boog. Die boog had eigenlijk in het midden moeten komen, maar het wilde aanvankelijk niet lukken met de bouw, waar blijkbaar een vloek op rustte. Een volksverhaal vertelt hoe de bruggenbouwer met toenemende ergernis vaststelde dat alle werk dat hij overdag had verricht, 's nachts door het geweld van de rivier telkens weer werd vernield. In een droom kreeg hij van een vogeltje de boodschap dat het probleem enkel kon opgelost worden indien hij bereid was zijn geliefde te offeren voor de voltooiing van zijn werkstuk. De architect liet zijn vrouw levend inmetselen in de fundamenten van de brug, die sindsdien stand hield. In 1931 werd bij herstelwerken een klein kamertje ontdekt in een van de brugpijlers: men beweert dat er daar toen inderdaad een voorovergebukt skelet werd gevonden.


Twee frappé, op een afgezonderd plekje naast de brug, aardige kelner. Een moderne taverne met een gigantische cactus waarvoor ze in het dak een sparing hebben gehouden.



Een flinke wandeling, over een fraai bestrate aanlooproute, daarna door een wat rommelige centrumperiferie, een grote drukke weg overgestoken om uit te komen op die fraaie publieke lijn door het centrum, via een supergezellige plek rondom een café, waar heel veel jongelui samen drinken, eten en ouwehoeren. 




Na de oude brug bezoeken we het centrum, over de Skoufa, een lange winkellijn, zoals een Lijnbaan of Kalverstraat. De wandeling door de stad gaat vooral gepaard met herinneringen aan het bezoek in 2009Destijds naarstig op zoek naar die ene CD-winkel en vanwege sluitingstijd nogal gehaast. 
Deze keer was het anders. Alle tijd om het centrum te bekijken. Dit moet wel het winkelwalhalla van Epiros zijn. Waar Skoufa en Xenopoulou elkaar kruisen is het een drukte en geroezemoes van belang. Lunch en voetballende jongetjes, die allemaal Messi of Ronaldo willen worden.

We vervolgen onze weg totdat we kasteel in zicht hebben. Na 47 treden bereiken we de ingangspoort, die open staat. Het kassahokje is leeg. We betreden een onbestemd terrein met links van ons de daadwerkelijke ingang van het kasteel zelf, die op slot zit. Even later, waar vandaan eigenlijk, komt een jongeman op een brommer aanrijden. Hij neemt plaats in het hok. De toegang tot het terrein is gratis. Op het terrein staat een van binnen volslagen geruïneerd voormalig hotel. De tuin van het kasteel is verwaarloosd. We lopen er nog even rond. De jongeman vertelt ons dat er plannen zijn, maar dat het kasteel op dit moment alleen nog gebruikt wordt voor een feesten en partijen.
We krijgen een kaart mee en gaan terug naar het centrum van de stad.

Bij ‘Byzantio’ eten we een pizza en drinken we een orange juice. 
De zon komt door, Socrates de zwerver zit in dikke jas gebogen op een bankje achter het terras, zijn stem en geest zijn elders; jongemannen spelen halma, anderen lunchen en praten, waaronder de langharige eigenaar van de naast gelegen kiosk, die net zijn bestellingen binnen krijgt. We stappen op, de Skoufa is verlaten, de winkels zijn dicht, siësta.

Weer terug bij Destijl, met een nieuw bord langs de boulevard, drinken we wat en kopen er brood. We filosoferen wat over steentekeningetjes en hoe de belettering van Destijl ook anders zou kunnen.


Terug in het appartement, na nog wat boodschappen in de plaatselijke supermarkt, blijken de vliegenvangertjes uitgevlogen, maken we kennis met nieuwe Nederlandse buren en blijkt later een piepkleine vliegenvanger op hun balkon te zitten, achter het wasrek.
Daarna vloog hij bijna als een kamikaze naar beneden en landde in de laadbak van een pickup-truck. De ouders waren in de buurt en het kwam allemaal goed.

Op hetzelfde moment krijg ik het bericht dat mijn nicht is overleden. Wat een drama, voor haar man en drie kinderen. Dan nog voor mijn tante, die nu haar beide kinderen op jonge leeftijd heeft moeten begraven.
We gaan niet uit eten. We sluiten de voetbal- en andere geluiden buiten, de deuren gaan dicht, we slapen in met het geluid van airconditioning.


vrijdag 22 juni 2018

Vrachos (11)



Een buitengewoon luie dag. Een deel van de dag, vanaf een uur of twaalf, op het strand doorgebracht, omringd door met name Serviërs, die de eerste linie strandstoelen hebben bezet. Jan en consorten zijn er ook, die zijn er vaker. Jan krijgt een mooi kleurtje, dat valt op. Altijd wel gezellig. Wij ook beetje bijgekleurd, het water in geweest, Mijn Architect ook, dat is bijzonder, daarna gelijk aan de Retzisprite met mezze.
Lunch om een uur of drie, schat ik. Rest van de dag is siësta en Mijn Architect kijkt voetbal, Nigeria tegen IJsland. De Vikingen delven het onderspit. Dat biedt perspectief voor Messi. Moeten ze wel winnen, appt onze zoon, die niet goed in zijn vel zit. Hij wil weg uit Rotterdam, Freya de kat wordt alsmaar zieker en hij verdient te weinig om een huis te kunnen kopen. Hoe kunnen we helpen?

We gaan in de avond naar het dorp Vrachos, het is fris op het hoog gelegen terras. Op een bepaald moment hoor ik de muziek van Zorba, op het terras zit nog een Duitse familie en even verder een echtpaar, veel voller zal het niet worden. Dorpsoudsten kijken naar het voetbal, pa ziet geruime tijd toe of het terras tevreden is. Op een bepaald moment valt het op dat ik nog steeds Zorba’s sirtaki hoor. We tellen hoe vaak het nummer opnieuw aanvangt We krijgen de slappe lach als we zijn aanbeland met de dertiende herhaling, de mensen naast ons vallen even stil als zij ons zo onbedaard zien en horen lachen. Zij hebben niet door waarom.
uitzicht vanaf het restaurantterras
Bij ons vertrek wijs ik de jongeman, die het eten uitserveert, erop. Hij zegt sorry, hoeft niet, ik stel ’m gerust en onmiddellijk gaat de reguliere radio aan. Per auto terug de helling af tot op de boulevard. De parkeerplek onder de boom. Nog even het terras op waar de Serviërs hun wedstrijd bekijken. Als ik nou heel hard begint te juichen als Zwitserland scoort, zeg ik tegen Lars. Nog een wijntje en voor mij een mastiekje. De bar vraagt stevige prijzen. De kleine Luca was er ook weer. Pa en ma hadden voor twee dagen een autootje. De teleurstelling voor de Serven is groot. Zwitserland wint met 2-1 van Servië. Ze kunnen naar huis, vermoed ik. 

donderdag 21 juni 2018

Vrachos (10)


Vandaag een trip naar de Rodia Wetlands. Daar keek ik thuis al naar uit. De eerste keer dat we die ontdekten waren we flabbergasted.
Het eerste stuk over de grote weg naar Preveza, daarna linksaf richting Louros, een foeilelijk bedrijvenstadje. De grote weg splitst zich en twee wegen met een brede ‘groene’ middenberm. De bebouwing heeft niet of nauwelijks karakteristieke kenmerken en lijkt verborgen te gaan achter slordige bedrijvigheid, opslag van goederen afgewisseld met terrassen die niet bepaald uitnodigen om even een bakkie te doen.

Na Louros is het uitzien naar de afslag naar Petra, links van ons de voet van een bergrug, rechts vlak land. Dat wordt helemaal duidelijk als we onderweg zijn naar Petra. Groene zomen, vaak van riet aan weerszijden van het smalle verstofte asfalt.
Strongily, een dorpje met twee terrasjes, voorheen was hier het bezoekersentrum, waar we een film over het gebied kregen en een boottochtje door de kreken. Helaas is het centrum gesloten, zelfs verlaten en staat er verwaarloosd bij. Wie zien een schildpad die wil oversteken, hoewel hier amper verkeer is, zetten wij hem maar even aan de overkant.


We besluiten op een van de terrasjes een drankje te nemen. Vriendelijk vraagt Mijn Architect of het oké is dat we ons bij hen voegen, allemaal mannen. Het verhoogde terras van amper 9 m2. Tegen de muur zit een drietal mannen, voor het terras nog eens drie of vier. Met een knik van één van hen bestijgen we het podium, waar nog een tafeltje staat met één stoel, een tweede wordt snel geregeld. We bestellen een retzina met sprite. Geen van hen spreekt een andere taal dan Grieks. De man in het midden met zonnebril is de woordvoerder en vraagt waar wij vandaan komen. Holland, ollandia, ... waarop allen geluid beginnen te maken. Nog een vraag, wat hij voor werk doet. Ik antwoord dat hij architect is. Weer een opspeling van geluid. We worden met grote nieuwsgierigheid bekeken. Als we ons iets te ongemakkelijk gaan voelen, vragen we om de rekening.
Een paar rondjes in het dorp om de weg naar Vigla terug te vinden, er blijkt inderdaad een onverharde weg te zijn, maar om die met een huurauto op te gaan, vinden we een tikkie te riskant. 

We parkeren de Panda bij een inham tegenover een boerenerf en besluiten een stukje te lopen.
Rechtsonder aan de weg zien we opeens allerlei koeien, het leek eerst of ze opgesloten zaten, maar ze liepen met ons op en aan het eind was een opening in het hek, ze staken vla voor ons over en liepen klauterend het struikgewas op de helling op, alsof het geiten waren. Bijzonder gezicht.





Prachtige route langs de rand van het gebied met de lagunes, veel sprinkhanen, hommels, vliegen, libellen, witte reigers en aalscholvers. Jammer dat de zon niet doorbrak. De foto's lijken zo somber, maar dat was het niet.


Eenmaal terug bij de auto na toch wel een wandelingetje van ik denk zo’n vier à vijf kilometer besluiten we de weg voort te zetten naar Koronisia, op de kaart een eilandje midden in de golf van Amvrakikos. Ziet er intrigerend uit. 
Binnendoor komen we via Kerasounda of Kakavatos op die strak rode weg uit naar het zuiden. Lang niet alle nederzettingen staan op de kaart. Vlak land, veel heel hoog riet. 
Onderweg passeren we een groot, leeg terras waarvan we beiden iets hebben ‘hier hebben we destijds gegeten’.
Even verder een brug naar een leeg strand met een verlaten, of nog niet geopend terrasje met ligbedden van pallets gemaakt. Onder een van die ligbedden lag een nestje puppy's.



Nu rijden we wel door over een kronkelige afsluitdijk langs sluisachtige poorten, waardoor vermoedelijk de paling wordt binnen- of doorgelaten. Koronisia ziet eruit alsof ze een volksverhuizing verwachten. Bij een restaurant drinken we een glas witte wijn met mezze, een klein hapje wat je altijd bij drank krijgt geserveerd. Heel relaxed allemaal.



Ook de terugweg wordt een binnendoortje omdat we toch een afslag hebben gemist. Niet erg, want die weg leidt ons langs allerlei dorpjes, waarvan er één, Kirkizates, bijzondere aandacht vraagt voor een vier verdiepingen hoog gestapeld torentje van ‘tiny houses’.  Dat moet Mijn Architect even van dichtbij bekijken.



Zelfs op de grote wegen vergissen we ons ook nog wat de juiste afslagen betreft. Pas vlak voor Preveza slaan we af richting Vrachos. Bij Destijl drinken we wat om daarna gelijk te gaan eten bij Odyseus en Helena. Weer spaghetti voor Mijn Architect, ik de bijzondere combi speciaal voor mij gemaakt en een flesje wijn op aanraden van Takis. Voetbal kijken. Argentinië verliest dramatisch van Croatië met 3-0. We hebben met Messi te doen ... 

Nog een praatje bij de bar met Lars en Petros. Dan naar bed en onmiddellijk in slaap vallen.


woensdag 20 juni 2018

Vrachos (9)




Vandaag een autorit naar het bijzondere Glyki, eerst even tanken in Kanalaki. Aankomst over de brug, die nu een grotere moderne is. Destijds was het een vreselijk rammelende houten brug.  Langs de snelstromende rivier lunchen.


Een grote logge hond passeert traag onze tafel in het grind op de oever van de Acheron. Hij barst van de jeuk. Een beetje zielig. We wandelen naar de auto, de hond wurmt zich door een haag van struiken, die dienst doen als krabbelende handen. Als we de auto onder een boom geparkeerd hebben, wisselen van lichtvoetigheid en trekken onze wandelschoenen aan. 




De wandeling langs de koele en helder turquoise
bronrivier is indrukwekkend. De bomen worden steeds grilliger, je kunt er allerlei wezens in zien. Er komen hier trouwens ook otters en wolven voor, maar die zien we niet.
De terugreis voert door het achterland, prachtige omgeving. We rijden wat om, maar dat is niet erg.


Weer terug ga ik nog even zwemmen, het was een warme dag, een graad of 29, Mijn Architect blijf op het terras hangen. Ilse, de schoonmoeder van Jan, moeder van Margie, is een 85-jarige Indische vrouw. Ze staat wat hulpeloos aan de overkant van de weg. Wij wuiven. Ze komt bij ons aan tafel zitten. Ze zouden rond die tijd hier eten, maar ze zijn nog niet terug uit Parga. Dan eet je toch met ons mee.


Ik vraag aan Takis of ik een schotel met groente en wat spaghetti kan krijgen. Geen vlees? Nee, geen vlees. De kokkin maakt iets heerlijks voor me, wel met wat kaas en tzatziki. Het is ook lastig uitlegggen, dat vegan en ik doe geen moeite.
Als Jan en consorten arriveren wordt het heel gezellig. Afscheid van onze schuine benedenburen Michael en Anna uit Praag, Tsjechen dus en hij is ook nog architect. Het is hun laatste avond. Drukke, gezellige avond op het terras. 






dinsdag 19 juni 2018

Vrachos (8)


We zijn halverwege ons verblijf op Epiros. We hebben vreemde buren. Onze buurman met hoog voorhoofd en kleine oogjes maakt rare geluiden. Gisteravond zat hij keihard te winden en te boeren op het balkon, merkwaardige man, vrouw trouwens ook. Hij scheldt haar uit.  Net wakker en volgens mij hebben ze ook nog eens serieus ruzie, hij zuigt en treitert. Even denk ik er over om te vragen of het wat minder kan. Maar ik doe het niet. Misschien heeft die man wel een verschrikkelijke ziekte. Genoeg daarover. 
Evi en Efi zitten alweer in starthouding voor de dagelijkse schoonmaak. Het weer ziet er goed uit.
We rijden eerst even naar Parga, om bij Avis te vragen wat een irritant lampje op het dashboard betekent. No problem, staat voor bandentemperatuur, banden zijn goed, dus niks aan de hand.




We rijden naar Perdika en nemen Frappé op een terras. In 2008 of 2009 hebben we hier gegeten, op dit mooie pleintje. We zitten onder een grote zwarte moerbeiboom. Als Mijn Architect opstaat zie ik een grote paarszwarte vlek op ’n witte T-shirt. De moerbeien waren van de boom gevallen en op de rugleuning van de stoel blijven plakken. Ik denk, dat krijg je er nooit meer uit. De Griekse dame van het restaurant wil dat hij het T-shirt uittrekt, ze zal het schoonmaken. Ik weet niet hoe ze het voor elkaar kreeg, maar het  shirt komt spierwit terug. Even in de zon laten drogen en we kunnen weer verder.


We rijden door en komen terecht in Plataria, destijds een favoriet plekje. Memory tour. We parkeren de Panda vlakbij de haven en wandelen over de brug naar het einde van de kade om te zien of de gigantische blauwe regen nog bestaat. Negen jaar gelden voor het laatst gezien, in september. Geen idee hoe zij er toen bijstond. Nog een paar bloemtrossen nu en nog altijd die S-bocht in de stam slingerend over de tak van een naast staande boom eindigend in een uitgewaaierde pergola van blad en bloem. Het erbij behorende restaurant is dicht.


We willen iets eten. Het geleur om klanten het terras op de loodsen is heel irritant. Uiteindelijk kiezen we toch de verkeerde. We worden behandeld als domme toeristen. Ik vraag om Retsina, (die ze niet hebben) maar de serveerster zegt dat witte wijn hetzelfde is. We worden omringd door Roemenen, een wat ouder stel waarvan met name de vrouw uitblinkt in het oefenen van ordinaire houdingen en een yuppengezinnetje, man, vrouw, twee kinderen, die zo’n twintig jaar in New York hebben gewoond en nu in Londen en daarom ook in het Engels met elkaar communiceren.
Terwijl Mijn Architect nog zit te eten, word ik al afgeruimd ... het Plataria van negen jaar geleden bestaat niet meer, men heeft plaatsgemaakt voor ordinair ondernemerschap. Ze krijgen de gasten die ze verdienen. Ik overdrijf. Hadden we maar naar de in het zwart geklede oudere dame geluisterd. Alleen Fabio, de hond, beantwoordde nog aan die norm van genegenheid.

Gauw weg hier. Door naar Syvota, langs de kustweg in een vreselijke stortbui. Even de wagen stilzetten en wachten tot de bui wat geluwd is. Het binnenrijden is heel herkenbaar. In Syvota  is niet echt veel veranderd. We parkeren de auto en als de regen nog slechts beperkt blijft tot overzichtelijk gespetter, wandelen we richting Bamboo Place, waar we met name in 2009 ouzo een hoofdrol vervulde. Een espresso en een jus d’orange. Andreas, the owner, komt pas om 17:00 uur.
Wandelingetje langs winkeltjes, ontmoeting met de man die mij destijds aan het infuus legde, was hij het echt? Korte ontmoeting met Andreas ‘the runner’, hij heeft zijn personeel goed geïnstrueerd, we zitten lekker op zijn terras, heerlijk windje, we bekijken hiervandaan hoe een schip moeizaam aanmeert, we nemen afscheid van Bamboo Place.
Onderweg naar de auto nog wat zwervertjes die wat aandacht willen:



Op de hoofdweg even vol op de rem, een kudde schapen steekt over:


Verder op de E55, terug naar Vrachos ... er komt alweer een bui aan!