Posts tonen met het label boeken. Alle posts tonen
Posts tonen met het label boeken. Alle posts tonen

dinsdag 23 juli 2019

Rietkip uit het pannetje (vegan)



Een schrijver gaf als reactie op een facebook-foto van mij met vegan kipsaté de reactie: “Vegan kipsaté? Dat kan dus niet.”

Ik vind het heel grappig maar ben ook wel verbaasd dat vleeseters zich zo opwinden over de namen van vegan producten. Zeker als de naam een vorm betreft zoals burger, worst, balletje.
Het hele schnitzel-gate gedoe volgde ik met veel plezier. De vegetarische slager deed goed werk met de humoristische Alternatieve Verkiezingen.

Dat bedrijven en politiek zich daarover opwinden is voor mij een teken dat men de hete adem van het einde van het vleestijdperk in de nek voelt.


Voor mijn verjaardag kreeg ik het boekje De nieuwe gids voor de niet-bestaande vogels van Europa van O.C. Hooymeijer. Ik kreeg dat boek van Erik, een vroegere buurjongen uit Vlaardingen, die toevallig hier vlakbij woont.
O.C. Hooijmeijer komt ook uit Vlaardingen en woont ook in het noorden, weliswaar in Friesland. 
We vinden zijn gids met prachtige kunstwerken geweldig en veel vrienden die we er kennis mee laten maken, willen het zelf ook hebben.



Achterin het boek zijn ook enkele recepten opgenomen.
Als je een boek kunt maken van niet-bestaande vogels en tevens recepten, dan kan ik die recepten ook veganiseren.
Vegan kip is ook een niet-bestaande vogel.

Ik maakte het volgende recept van de Wapenaar (rixkt rhex)zeldzaam in Nederland. Tijdens de Hongerwinter massaal bejaagd en zo goed als uitgeroeid.
Staat op blz.106 en het recept op blz. 232. 

Rietkip uit het pannetje (Gesmoorde Wapenaar)

De ingrediënten, zoals vermeld in het boek:

1 Wapenaar
6 uien (evt.tulpenbollen)
2 liter water
4 stevige wortels van de lisdodde
2 bossen brandnetels
lampenolie of schroefaskokervet
2 handjes zaagsel of geweekt karton

Er waren wat kleine problemen bij het uitvoeren van dit recept.
Wij eten geen bestaande dieren, maar ook geen niet-bestaande.
Hoe zag het gerecht eruit? Omdat er twee liter water gebruikt werd, ga ik ervan uit dat het een stevige soep was.

De Wapenaar is makkelijk te vervangen door Vegan kip (Gallus gallus vegetabilis).
Maar lisdodde en brandnetel zijn groenten uit verschillende seizoenen. Zo oogst je brandnetel bij voorkeur in de lente en lisdoddewortels aan het eind van de herfst.
Nu hoogzomer zijn beide niet beschikbaar, hoewel het soms nog wel lukt om een handje jonge brandneteltopjes dat nog niet bloeit te vinden. Zeker als je net als ik tussendoor in de tuin aan het wieden sla. Als je net zo slim was als ik, en heb je in het voorjaar brandnetels gedroogd, dan beschik je het hele jaar over deze niet te evenaren gezonde groente.

Omdat we inmiddels weten dat schroefaskokervet en/of lampenolie zeer ongezond zijn, niet biologisch en milieuonvriendelijk, vervangen we dit door olijfolie en plantaardige boter.
Tevens is het tegenwoordig goedkoper en beter te verteren om bloem als bindmiddel te gebruiken i.p.v. zaagsel of geweekt karton.

Zo maakte ik het:

Rietkip uit het pannetje (vegan)
4 pers.

1 bakje Vegan Kipstuckjes
2 uien en 4 sjalotten
bouillon van 1 liter water en 2 groentebouillonblokjes
1 tl tijm
2 pastinaken (kun je geen pastinaak kunt krijgen, dan kan het ook met een selderijknol)
scheut olijfolie
30 g plantaardige margarine
15 g gedroogde brandnetels (in het voorjaar kun je 1 vergiet vol verse topjes nemen)
2 el bloem
peterselie
naar smaak peper en zout
facultatief: scheutje sojaroom

Schil de pastinaken en snij in kleine blokjes. Kook ze gaar in de helft van de bouillon. Voeg de brandnetel toe en pureer met de staafmixer.


Snij de uien in halve ringen, verhit de margarine in een andere pan en bak de uien op laag vuur. Kan wel een half uurtje duren, hoe langzamer hoe lekkerder. Als de uien goudbruin zijn de bloem toevoegen, een paar minuten al roerende laten garen, tijm toevoegen en de andere helft van de bouillon. Voeg dan de uien toe aan de pan met gepureerde pastinaak en roer door elkaar. Laat nog enkele minuten goed doorwarmen. Voeg naar smaak peper en zout toe. Het is een stevige soep. Mocht het te dik naar je zin zijn, voeg dan een scheutje water toe.

Bak de kipstukjes in een koekepan rondom goudbruin in de olie (omdat deze veel sneller gaar zijn dan de Wapenaar, bereiden we ze aan het eind van de kooktijd i.p.v. er mee te starten).
Schep het gerecht in kommen of diepe borden, voor het mooi nog wat druppels sojaroom en er de gare kipstukjes plus wat fijngehakte peterselie over verdelen.

Eet er stevig brood bij met kruiden-bloemenboter.




zaterdag 27 september 2014

Plant Power

Vanmiddag ga ik bij de plaatselijke boekhandel naar een lezing van Lisette Kreischer, schrijfster van leuke en informatieve plantaardige boeken èn het brein achter The Dutch Weed Burger


Ze houdt een goed verhaal over hoe ze tot een plantaardige manier van leven is gekomen. Waar ik me nog niet zo in verdiept heb is zeewier. Ik leer van haar dat zeewieren vol vitamines, mineralen en de juiste eiwitten bevatten voor menselijke consumptie. Dus zou de overstap naar deze proteïnebron een ontlasting voor de aarde zijn en de groeiende wereldbevolking kunnen voeden. Ik ga me eens verder verdiepen in wieren en algen, veel verder dan gemalen nori was ik nog niet.

Het was allemaal superinteressant, ik had haar wel wat meer publiek gegund.


En natuurlijk mijn nieuwe boek even laten signeren!

maandag 6 januari 2014

Varken

In 20098 waren wij op vakantie in Griekenland, in de streek Epiros, liggend in het noordwesten van Griekenland en grenzend aan Albanië.
Een prachtig gebied (beschrijving vakantie vind je vanaf hier) en op terugtocht van een bezoek aan het adembenemende mooie natuurgebied de Rodia Wetlands, stak opeens een vrolijk varkentje over ...


Wanneer zien wij vrije varkens? Nooit! 
Dat het zinnetje, ‘maar ik vind het zo lekker’ blijkbaar alle wreedheden rechtvaardigd: dat een varken niet als een levend wezen wordt gezien, maar als vlees of ding, dat er de afgelopen jaren misschien wel een miljoen varkens zijn omgekomen in stalbranden, al die arme zeugen tussen ijzeren rekken geklemd, die meer dan 30 biggen per jaar moeten werpen (5 schijnt normaal te zijn), enz. enz. Ondanks al die verdrietige dingen, kan zo'n oude vakantiefoto me toch vrolijk stemmen … kijk daar gaat tie:


Dit varkentje straalde het gewoon uit … zo, dat was een lekker modderbadje, nu gauw naar huis, tijd voor een hapje en een tukkie.

Deze foto's kwam ik tegen toen ik weer eens nostalgisch door al m'n foto's bladerde … wat zijn ze toch superleuk, die varkens.

Opeen dacht ik aan een boekje van Rudy Kousbroek, dat ik nog heb, De onmogelijke liefde, want daar staat in het verhaal Varkenstrouw zo'n prachtig stukje, dat ik tig keer gelezen heb, omdat ik het zo mooi verwoord vind:

Varkens zijn betoverde prinsen en prinsessen, zij staan ons nader dan de onbetoverde. De oogharen van een varken zijn de liefste oogharen ter wereld. Hun glimlach is onweerstaanbaar (zo goedhartig, zo vrolijk), hun oren zijn begeerlijker dan een zijden beurs en hun geluid is een van de meest ontroerende in de natuur.
Er zouden woorden moeten bestaan als ‘varkenstrouw’ — en ‘een varkensleven’. Ach, een varkensleven: ik zou voor ieder dier wel willen dat het zijn wandeling op aarde kon vervullen zonder ooit te weten wat verdriet is, want alle dieren zijn gelijk, maar de varkens, dat is al meer opgemerkt, het meest. 

Mooi hè … en helemaal waar!






zaterdag 23 februari 2013

Het Kleine Huis - Kookboek

illustraties van Garth Williams

Vroeger keek ik op TV graag naar de ‘Kleine Huis’ serie over Laura Ingalls.
Ik vond het zo romantisch en je kon er lekker bij wegdromen.
Ik weet natuurlijk wel dat het in die tijd van pioniers vaak bittere armoe was, keihard werken en dat de realiteit helemaal niet zo romantisch of gezellig was.
In die tijd stond de dag helemaal in het teken van de voedselvoorziening, verbouwen van voedsel (met misoogsten en rampen), jagen, vissen. Dan het wecken, inmaken en koken. Ik vond het in die serie altijd zo leuk om het te zien als er eten werd klaargemaakt.

De serie is gebaseerd op de tien boeken die Laura Ingalls Wilder (Pepin, Wisconsin, 1867) op latere leeftijd schreef over haar jeugd en de omzwervingen met haar pioniersfamilie door de staten van Amerika.
Er bestaat zelfs een zeer complete website met forum en al.


Van die boeken zelf heb ik er maar één gelezen, leuk, maar alles wordt erg uitgebreid en levendig beschreven, daar moet je wel van houden.
Toen kwam ik erachter dat er ook een ‘Het kleine huis Kookboek’ bleek te bestaan.
Op boekenmarkten, tweedehandswinkeltjes en internet speurde ik al heel lang naar dit boek. Ook de bibliotheek hier had het niet.
Opeens vond ik het op de landelijke site van de bibliotheken.
Voor drie euro kon ik het naar mijn bibliotheek laten komen en kon het toen dus eindelijk lezen. En wat vond ik het leuk!


Barbaba Walker heeft dit boek samengesteld met de pioniersrecepten uit de ‘Kleine Huis’-boeken en de recepten worden voorafgegaan door een citaat uit een van de boeken. Ze heeft getracht trouw te blijven aan het tijdperk zonder bakpoeder e.d. maar zou vis en aardbeien nu wel in een winkel kopen. Ook zijn de recepten aangepast naar het fornuis in plaats van koken op open vuur. Het zijn geen verfijnde culinaire recepten, maar het geeft een sfeer weer die me erg aanspreekt. Als ik weer eens kook op m’n petroleumstel of brandnetels, zuring, bramen, vlierbloesem of -bessen aan het plukken ben, dan voel ik me wel een beetje een Laura Ingalls.
Ik kan me niet herinneren dat mijn oma in mijn prille jeugdjaren, in Duitsland, zelf brood bakte. Maar als we eens een kip kregen moest die nog wel geplukt worden, mijn oma met die kip op schoot, dat beeld zie ik nog haarscherp voor me.

Almanzo voelde zich weer wat prettiger toen hij aan het lekkere zondagse middageten zat. Moeder sneed het warme maïsbrood. Vaders lepel sneed diep door de kippepastei; hij schepte grote stukken uit de dikke korst en legde ze met hun luchtige, gele onderkanten op het bord. Hij goot er saus overheen; hij schepte grote stukken malse kip op; het donkere vlees en het witte vlees gleden gleden zo van het been. Hij legde er een bergje bonen naast en hij bekroonde dat met een trillende plak spek. Langs de rand van het bord legde hij een bergje donkerrood zoetzuur van bieten. En hij reikte Almanzo het bord aan. Almanzo at alles zwijgend op. Daarna at hij een stuk pompoenetaart, en hij voelde zich heel vol van binnen. Maar hij at nog een stuk appeltaart met kaas.
(uit ‘De Grote Hoeve’)

Walker schrijft hierover: Als je vindt dat dit maal te veel zetmeel en zoetigheid bevat, moet je bedenken dat deze familie zwaar lichamelijk werk moest doen en niet gewend was aan een huis met centrale verwarming. En dat deze beschrijving komt van iemand die in haar jeugd veel vaker maïsmeel, mager wild en wilde vruchten at dan brood, vettigheid en toetjes.

In die tijd zal er weinig overgewicht geweest zijn, ondanks het vette zware eten. Het maffe is dat ons voedsel nu voornamelijk uit zetmeel en suiker (koolhydraten) bestaat, met daarnaast de zogenaamde ’ligt’-producten, dat we bang zijn gemaakt voor vet, en we -in navolging van de VS- steeds dikker en dikker worden.

Het voorwoord besluit Barbara Walker met:
Niet alle gerechten in dit boek zullen aan tafel met gejuich worden begroet. Ik geef toe dat er bij zijn die eerder historische dan smakelijke gewaarwordingen zijn. Maar ze zijn alle hoe dan ook onthullend. Alles bij elkaar genomen vormen ze een prachtige manier om fundamentele verbanden te herontdekken, schakels die in de ingewikkelde wereld van vandaag zijn verdoezeld.
Hiermee bedoel ik het verband tussen eten op tafel, het koren op het veld en de koe in de wei. Tussen de winter en gedroogde appeltjes, de zomer en tomaten, de herfst en verse worst. Tussen het harde werken van de pioniers en de overvloed waarin wij tegenwoordig leven. Tussen kinderen en oudere mensen. Tussen het klaarmaken van een maaltijd en het ondervinden van liefde.
(Barbara M. Walker)

Inmiddels heb ik het boek zelf aangeschaft, via marktplaats en er waarschijnlijk veel te veel voor betaald, maar soms doe je dat gewoon.
Als ik eens een recept ga uitproberen zal ik hier op mijn blog verslag doen.


Dit verhaal is eerder verschenen op mijn blog Ontdekking van Groningen.



vrijdag 25 januari 2013

Film Festival



Vanavond naar de film. Film Festival in Rotterdam. We gaan naar de film 'Toegetakeld door de liefde, een film van Ari Deelder (ja, dochter van …)
Deze film draait in Pathé op het Schouwburgplein, een bioscoop waar ik helemaal niks mee heb. Ik hou meer van kleinere zaaltjes in Filmhuizen.
Maar goed, ik wilde deze film graag zien, dus zodoende.
Het is vanavond de première met veel applaus uit de zaal.
Hier vind je een uitgebreid interview met Ari Deelder.

Het is een geweldige film, absurdistisch, hilarisch en tragikomisch.
De hoofdrolspelers zijn Raymond Thiry (mooie man met goeie kop) en Anna Hermans (beeldschoon).
Tijdens het Festival is de film uitverkocht, maar als je hem in het voorjaar ergens tegenkomt, ik raad je aan te gaan kijken, zeker als de stijl van bijv. Alex van Warmerdam je aanspreekt.
Maar ook voor het Rotterdams dialect, de herkenning van plekken in Rotterdam, de animaties, ach alles eigenlijk!

Nieuwsgierig naar het boek waar de film op gebaseerd is, van de schrijver Aat Ceelen, loop ik zaterdagmorgen even naar de bibliotheek en leen het boek. Ik kende de schrijver nog niet, maar is nu al favoriet.

Het is altijd tricky als je eerst een boek leest en dan de film gaat zien, in dat geval heb je de personages zelf al een vorm gegeven en klopt het vaak niet met wat je in de film ziet.
Eerst een film zien en dan het boek lezen is in dit geval heel leuk, omdat de personages nu het gezicht van de film hebben.
Het boek is tevens een aanrader!



zondag 10 juni 2012

Vlierbloesemsiroop 2012 (1)


Vanmorgen werd ik wakker en hee de zon schijnt! Vlug opstaan en eindelijk vlierbloesem gaan plukken, voordat de wolken weer komen.
Ik ben al zeker twee weken van plan om vlierbloesem te plukken. Maar, of het was rotweer, of de zon scheen wel, maar was ik aan het werk.
We springen op de fiets en rijden naar een plek waar geen verkeer komt.


We trotseren hoge brandnetels en kleefkruid. Kriebelige kevertjes lopen over armen en in de nek. Ik blijf hangen aan de braamuitlopers.
Wandelaars en fietsers kijken verbaasd, wat doet die daar nou?
Een vrouw komt vragen wat ik er mee ga doen. Ze zegt dat ze zelf zo’n struik in de tuin heeft, maar nooit geweten dat je daar iets mee kon …!
Ik zag dat ze geïnspireerd raakte door m’n enthousiaste verhaal.

We plukken van iedere boom wat mooie geurende schermen, alle bloemetjes open, zonder bruine bloemen en met lekker veel stuifmeel. Niet teveel van een boom, er moeten ook nog bessen gevormd worden!
In mijn nieuwe, rode pluktas kunnen de  beestjes dankzij de gaten hun heil makkelijk elders zoeken.

In het boek ‘Van Nature’ van Ria Loohuizen staat veel geschreven over de vlier: Vlier is een heel bijzondere boom, omringd met legendes en bijgeloof, een symbool van ijver, van heidense verering, een levensboom, een huisapotheek en met Vliermoeder Vrouw Holle
De vlier valt onder de bescherming van godinnen als Diana, Hekate en Demeter, met het heilige getal vijf: elke vlierbloem heeft vijf blaadjes, vijf gele stampers en vijf kelkblaadjes die een miniatuursterretje vormen onder aan elk bloempje. De vlierbloemschermen hangen aan vijf stelen aan het eind van elke tak, die zich weer elk onderverdelen in vijf zijtakjes.
Ik hou van de verhalen die dit soort bomen met zich meedraagt.

Vorig jaar heb ik al vlierbessen gebruikt in de jam, nu ga ik vlierbloesemsiroop maken. Ik heb dat ooit geproefd en vond het zoo lekker!

Na het rissen hou ik 200 gram bloempjes over. Ik giet twee liter lauw water over de bloemen en voeg een biologische citroen in plakjes en een vanillestokje toe. Een gewicht erop zodat de bloemen onder water blijven, afdekken en dan maar afwachten.
Ria Loohuizen laat het geheel drie dagen staan. Maar zolang zal ik het niet doen.
Hier het vervolg.





donderdag 31 maart 2011

Als een Nikè …

Louvre Museum Parijs, 2002
… zonder hoofd en armen, (wie weet worden zo ooit weer gevonden), maar wel met vleugels, de godin van de overwinning verschijnt waar een strijd plaats vind.

Deze strijd begint te wennen: halve nachten wakkerliggen, een niet aflatende strijd tegen kilo’s die er steeds weer ongemerkt bij willen komen, want ondanks braaf en wijs omgaan met eten en drinken wil mijn taille stiekem verdwijnen. Met opvliegers, kolonnes mieren die 's nachts onder de huid van m'n benen van boven naar beneden en weer terug marcheren en andere vage klachten valt inmiddels te leven.

Lastiger te accepteren is moeite met concentratie, niet meer kunnen nadenken. En kan ik nou werkelijk niks meer onthouden? Dat haat ik echt!
Ik ging er altijd prat op dat ik een perfect geheugen had, vraag maar, ik weet alles …

Nu begrijp ik ook de gesprekken vroeger van mijn ouders beter, zinloze discussies vond ik het destijds, over wat wanneer waar met wie waarom was geweest. O, dear, zo’n soort gesprek hadden Mijn Architect en ik laatst ook.

Ik liet zelden iets uit mijn handen vallen, maar nu … ergens las ik de term menoklunzigheid, ik begreep het gelijk. Deed ik eerst 20 jaar met m’n glazen, nu ben ik al weer aan een zoveelste nieuw setje toe.
En dan nog de wartaal die ik met regelmaat uitsla, loop ik te raaskallen tegen leuke mannen,  bij voorkeur Groningers.
Eigenlijk ben ik dat niet hoor, dat zijn de hormonen, die maken dat ik net als Nikè hoofd en armen moet missen*. De overgang is een normale en natuurlijke fase … zegt men, dus zijn er ook voordelen? Ja, geen zorgen meer voor zwangerschap, bloeden hoeft niet meer en dus meer plezier. En - godin zij dank - geen last van, zoals je vaak hoort, libidoverlies, nee, nee, integendeel! :)
Imaginair vlieg ik de wereld over (of Groningen) en ga voor de overwinning.

*De Nikè van Samothrake is een Grieks marmeren beeld dat de Griekse godin van de overwinning Nikè voorstelt.
 Het beeld is een meesterstuk van leven, beweging en realisme en straalt allure uit. Het stelt een gevleugelde vrouw voor, de allegorie van de overwinning. Het beeld geeft het ogenblik weer waarop de gevleugelde Nikè neerdaalt op de voorsteven van een schip. Door de hevige wind kleeft haar kleding aan haar lichaam waardoor haar sierlijke vormen en de rondingen van haar lichaam zichtbaar worden. Het beeld is vervaardigd van wit marmer afkomstig van het Griekse eiland Paros. (Wikipedia)

Leesvoer:
In Godinnen in de ouder wordende vrouw schrijft Jean Shinoda Bolen: Als een vrouw nu eens elke ‘opvlieger’ ervoer als een stoot energie, die de archetypen van wijsheid en innerlijk gezag leven inblaast. Tja, makkelijker gezegd dan gedaan..
ik vond het wel een aardig boek, ook omdat ik wat met godinnen heb.

De overgang als bron van kracht van Christiane Northrup, ik was er ooit in begonnen, anderen lopen er mee weg, maar ik werd er wat moe van.