zaterdag 23 juni 2018

Vrachos (12)


‘Kalimera’, de stem en glimlach van Evi over de afgeschuinde, stenen erfscheiding van het balkon, een van de twee hardwerkende schoonmaaksters. We krijgen nieuwe buren vandaag. Sinds dat het merkwaardige Nederlandse echtpaar met windende en boerende man en zuigende echtgenote het erf hebben verlaten, was het stil. Weer meer schuivende terrasstoelen, gillende kinderen, watjes en verwend grut, maar als het om die Serviërs gaat, moeten we ook niet vergeten dat we te maken hebben met een oorlogsgeneratie, met verscheurde en verbitterde bevolkingsgroepen, die onder Tito nog landgenoten waren.

We lezen omstebeurt in het boek van Louis Le Roy, ik kom op de iPad het dagboek van Mijn Architect tegen, een stukje daarvan:

Als ik ‘de natuur inschaken, de natuur uitschakelen’ af en toe lees, lijkt het of de werkelijke wereld, die langzamerhand naar de donder wordt geholpen, ook toen al, ik praat over het begin van de jaren ‘70, toen ook het rapport van Rome opzien baarde, terrein aan het verliezen was, althans de onomkeerbaarheid had zich ingezet. Heerlijk, die somberheid. Ik kan mij de dagen weer herinneren dat het nog profetische betekenis had om in een bar, wel na enige drank, te roepen dat we onherroepelijk in een degradatiezone terecht waren gekomen. De Matrix, zegt Angelika, ja precies, antwoord ik. Er zijn genoeg signalen, maar die worden niet meer gezien en gehoord als reëel. Hier in dit cellencomplex, waar wij vakantie houden, zijn het nog slechts de schoonmaaksters die de werkelijke wereld vertegenwoordigen, zo houd ik mezelf voor als thema voor een nieuwe sf-gedachte. We hebben het niet meer in de gaten. 
Het is nu kwart voor negen, vannacht voor het eerst de zee weer goed kunnen horen. De wereld hier heeft zich alweer kenbaar gemaakt, de grote holle ruimte is alweer aan het rondzingen met geroep en gekrijs. Angelika, net op, leest mij het volgende doembericht voor over haar nicht in Duitsland. Wat een drama speelt zich daar af. Hoe een plotseling geconstateerde meningitus een onvermijdelijk einde van het leven aankondigt, althans, zo ziet het er nu wel naar uit.

Wat gaan we vandaag doen? Naar Arta, een stad in het zuiden met een historische brug.


De stenen brug over de Arachthos in Arta dateert uit de Ottomaanse tijd en is het onderwerp van een beroemde legende. 
De brug, gebouwd rond 1603, is 142 meter lang en 3,75 breed, met aan één zijde een hoge boog. Die boog had eigenlijk in het midden moeten komen, maar het wilde aanvankelijk niet lukken met de bouw, waar blijkbaar een vloek op rustte. Een volksverhaal vertelt hoe de bruggenbouwer met toenemende ergernis vaststelde dat alle werk dat hij overdag had verricht, 's nachts door het geweld van de rivier telkens weer werd vernield. In een droom kreeg hij van een vogeltje de boodschap dat het probleem enkel kon opgelost worden indien hij bereid was zijn geliefde te offeren voor de voltooiing van zijn werkstuk. De architect liet zijn vrouw levend inmetselen in de fundamenten van de brug, die sindsdien stand hield. In 1931 werd bij herstelwerken een klein kamertje ontdekt in een van de brugpijlers: men beweert dat er daar toen inderdaad een voorovergebukt skelet werd gevonden.


Twee frappé, op een afgezonderd plekje naast de brug, aardige kelner. Een moderne taverne met een gigantische cactus waarvoor ze in het dak een sparing hebben gehouden.



Een flinke wandeling, over een fraai bestrate aanlooproute, daarna door een wat rommelige centrumperiferie, een grote drukke weg overgestoken om uit te komen op die fraaie publieke lijn door het centrum, via een supergezellige plek rondom een café, waar heel veel jongelui samen drinken, eten en ouwehoeren. 




Na de oude brug bezoeken we het centrum, over de Skoufa, een lange winkellijn, zoals een Lijnbaan of Kalverstraat. De wandeling door de stad gaat vooral gepaard met herinneringen aan het bezoek in 2009Destijds naarstig op zoek naar die ene CD-winkel en vanwege sluitingstijd nogal gehaast. 
Deze keer was het anders. Alle tijd om het centrum te bekijken. Dit moet wel het winkelwalhalla van Epiros zijn. Waar Skoufa en Xenopoulou elkaar kruisen is het een drukte en geroezemoes van belang. Lunch en voetballende jongetjes, die allemaal Messi of Ronaldo willen worden.

We vervolgen onze weg totdat we kasteel in zicht hebben. Na 47 treden bereiken we de ingangspoort, die open staat. Het kassahokje is leeg. We betreden een onbestemd terrein met links van ons de daadwerkelijke ingang van het kasteel zelf, die op slot zit. Even later, waar vandaan eigenlijk, komt een jongeman op een brommer aanrijden. Hij neemt plaats in het hok. De toegang tot het terrein is gratis. Op het terrein staat een van binnen volslagen geruïneerd voormalig hotel. De tuin van het kasteel is verwaarloosd. We lopen er nog even rond. De jongeman vertelt ons dat er plannen zijn, maar dat het kasteel op dit moment alleen nog gebruikt wordt voor een feesten en partijen.
We krijgen een kaart mee en gaan terug naar het centrum van de stad.

Bij ‘Byzantio’ eten we een pizza en drinken we een orange juice. 
De zon komt door, Socrates de zwerver zit in dikke jas gebogen op een bankje achter het terras, zijn stem en geest zijn elders; jongemannen spelen halma, anderen lunchen en praten, waaronder de langharige eigenaar van de naast gelegen kiosk, die net zijn bestellingen binnen krijgt. We stappen op, de Skoufa is verlaten, de winkels zijn dicht, siësta.

Weer terug bij Destijl, met een nieuw bord langs de boulevard, drinken we wat en kopen er brood. We filosoferen wat over steentekeningetjes en hoe de belettering van Destijl ook anders zou kunnen.


Terug in het appartement, na nog wat boodschappen in de plaatselijke supermarkt, blijken de vliegenvangertjes uitgevlogen, maken we kennis met nieuwe Nederlandse buren en blijkt later een piepkleine vliegenvanger op hun balkon te zitten, achter het wasrek.
Daarna vloog hij bijna als een kamikaze naar beneden en landde in de laadbak van een pickup-truck. De ouders waren in de buurt en het kwam allemaal goed.

Op hetzelfde moment krijg ik het bericht dat mijn nicht is overleden. Wat een drama, voor haar man en drie kinderen. Dan nog voor mijn tante, die nu haar beide kinderen op jonge leeftijd heeft moeten begraven.
We gaan niet uit eten. We sluiten de voetbal- en andere geluiden buiten, de deuren gaan dicht, we slapen in met het geluid van airconditioning.