vrijdag 31 augustus 2012

Ketchup



Nog waren de tomaten van gisteren niet op. Ik besloot er ketchup van te maken.
Zo maakte ik het:

2 kg tomaten (allerlei soorten)
2 uien, 1 rode en 1 zoete witte
1 groen pepertje, zonder zaad
overgebleven steeltjes van basilicum, fijngehakt (niks wordt hier weggegeooid)
500 ml appelazijn
1 tl korianderzaad
1 gedroogd chilipepertje
1 stukje foelie
1 tl zwarte peperkorrels
1 tl rode peperkorrels
2 kruidnagels
takje tijm
1 laurierblad
stukje verse gember
50 g witte basterdsuiker
50 g bruine basterdsuiker
zout en peper
1 zakje Marmello nr. 2

Snij de tomaten, uien, pepertje in stukjes en hak de basilicumsteeltjes fijn, zet op in een pan met een bodempje water, laat het een half uurtje pruttelen.
In een andere pan de azijn met alle kruiden en specerijen opzetten, aan de kook brengen en op laag vuur een half uurtje laten trekken.


De tomaten door een roerzeef doen, in omgespoelde pan doen, de azijn zeven en bij de tomaten gieten.
Suiker toevoegen en onder zo nu en dan roeren laten inkoken.
Naar smaak peper en zout toevoegen. Ik gebruikte de Marmello omdat ik hele dikke ketchup wilde.
In schone flesjes gieten, dop erop en tien minuten op de kop zetten (in een vaas).

Je wilt nooit meer ketchup uit de winkel!

zondag 19 augustus 2012

Rivierkreeftjes



Nu ik steeds vaker een rivierkreeft op het fietspad tegenkom, ben ik me eens gaan verdiepen in dit beest en kwam schokkende feiten tegen.
Het gaat om meerdere soorten van de Amerikaanse rivierkreeft. Het schijnt dat heel Zuid-Holland al vergeven is door de massale opmars van deze exoot. Ze zijn hier als voedsel gekomen, zijn in het wild uitgezet of ontsnapt bij onvoorzichtige aquarium- of vijverhouders. De kreeftjes planten zich razendsnel voort. Ze eten alles wat op hun pad komt, waterplanten verdwijnen, (beschermde) amfibieënpopulaties zijn verdwenenen, vissebroed eten ze op, dus geen kleine visjes meer. Vissen en vogels komen in de problemen.

De rivierkreeften maken in korte tijd van een heldere sloot met veel onderwaterleven een kale troebele sloot. Miljoenen bevolken nu de polders, sloten en singels hier. Je kunt het vergelijken met een sprinkhanenplaag, die vreten ook alles weg en trekken dan weer verder.
Ook graven ze tunnels en gaten waardoor oevers ernstig verzwakken, je zou ze  de muskusrat van de toekomst kunnen noemen.


Ik vind ze lekker en kocht ze weleens kant-en-klaar gepeld in die plastic bakjes, afkomstig uit China. Maar niet meer nadat ik gezien heb in een aflevering van Keuringsdienst van Waarde, afl. rivierkreeft … hoe ze daar gespoeld worden in ‘goedgekeurde chemicaliën’ ... brrr.
Wij zijn lid van Slow Food en die organiseert vanmiddag “Proef en beleef … Rivierkreeftjes uit het Groene Hart, een plaag of lekkernij?”

We hadden wel een fantastische middag, op de warmste dag tot nu toe! Op een prachtige plek bij een boomkweker worden we ontvangen met vlierbloesembubbels. Er wordt erg goed voor ons gezorgd bij deze hitte, er worden veel flesjes water uitgedeeld.
De visser Hans van der Laan vertelt het verhaal over de Amerikaanse rode rivierkreeft. Van hoe ze hier zijn gekomen, leven en worden gevangen.
Hij vertelt ons van het onderzoek en de pogingen om de strijd tegen deze dieren aan te gaan. Hij ontwikkelde speciale fuiken die geen schade aan de visstand toebrengen. En wat doe je dan met al die kreeftjes? Opeten!
Hoewel ik als flexitariër amper nog vlees eet vind ik dat als ze toch dood moeten, je ze beter kan opeten dan weggooien. Denk ik ... rationeel ... maar lastig blijft het ... dood dier.

We leren dat het dus echt een plaag is en dat ze ook erg lekker zijn. 
Probleem opgelost zou je denken?

Maar zo simpel is het niet. Als ze handel worden kunnen mensen misschien denken, ik zet ze ook uit in de sloot achter mij, kan ik makkelijk wat bijverdienen. En wordt het probleem alleen maar groter.
Wel opeten als ze gevangen worden, maar het moet bestrijding blijven, het mag geen handel worden, dat is het dilemma.
Hij noemt het een ecologische tijdbom. Het is trouwens niet toegestaan om ze te vangen als je geen beroepsvisser bent. Als ik er een paar zou vangen voor een maaltje, komt er weer ruimte en gaan ze nog harder groeien.
Hans is een boeiende verteller, het is allemaal razend interessant.
De mensen van SlowFood laten ons ondertussen kennis maken met hapjes van de kreeft. 



We gaan met Hans in zijn bootje het water op en kijken naar de fuiken. Intussen is Marian Humme, van Groene Hart Catering, in de weer met het bereiden van gerechten met de rivierkreeftjes.
Daarna gaan we aan de lange, mooi gedekte tafel zitten op een plek onder de bomen. Leuke mensen ontmoeten en lekker eten.


We beginnen met een bisque. Daarna naturel kreeftjes en mayonaise, met heerlijk brood en boter. Een frisse seizoensalade, een lekkere rosé.
Dan moeten we zelf aan de slag met pellen, even iets overwinnen, al die scharen en pootjes. Het is een handigheid, het lukt met al snel om het kleine stukje vlees er heel uit te halen. 



Tot slot nog een nagerecht met zomerfruit en munt. We krijgen nog een tas met info en de recepten mee.
Wat vonden we dit een leuke, goed georganiseerde middag, er ging een wereld voor ons open, we hebben genoten van alles wat geboden werd.

Relevante links:






Hier nog een filmpje van Jeroen, die leuke Belgische kok



* Update 2013: Inmiddels eet ik geen dieren meer. Ik vind het nog steeds jammer dat deze invatieve rivierkreeften hier in bijna alle sloten voorkomen en dat zodoende de oorspronkelijke bewoners uitsterven. Maar ik hoef ze niet meer ... wat moet je er dan wel mee? Als, en met nadruk als het echt noodzakelijk is om ze te bestrijden ... maak er dan maar kattevoer van.




donderdag 16 augustus 2012

Blij met bonen


Een jaar geleden kocht ik op een Streekproductenmarkt in Groningen verschillende gedroogde bonen. Daar zaten kleurige soorten bij.
Rond het oog (de plek waar ze in de peul vastzaten) zit een tekening. Sommige noemen het soldatenbonen omdat de tekening doet denken aan een tinnensoldaatje uit de 18e eeuw met pluimhelm. In Frankrijk is de boon vernoemd naar de Cavaliers van de orde van de Heilige Geest.
Anderen zeggen weer adelaarsboon, die zien er een roofvogel in. Mijn man zag er meer een motorrijder in en ik noem ze gewoon m’n boontjes uit Groningen.

Ook wordt deze boon wel een heilig boontje genoemd, omdat er een engeltje in gezien wordt.


De naam monstransboon kwam ik ook nog tegen.
Een monstrans is een pronkstuk dat in de katholieke kerk wordt gebruikt voor het tonen van de hostie (er werd er hier laatst nog een gestolen uit het Gouds Museum).
Het verhaal gaat dat in het verleden een pastoor ooit een kostbare monstrans begroef, als bescherming tegen rovende soldaten en op die plek boontjes zaaide.
De vijand heeft de verborgen schat niet gevonden, maar op de geoogste boontjes bevond zich, tot verbazing van de pastor en zijn parochianen, het silhouet van de begraven monstrans!
Mijn gezaaide sperziebonen waren ter ziele gegaan aan de verwelkingsziekte. Ik besloot een nieuwe poging te doen met zes soldatenboontjes, als probeersel en omdat ik nieuwsgierig was welke kleur bloemen ze zouden krijgen.



Ze groeiden voorspoedig en kregen gewoon witte bloemen. Even ging het wat minder, maar na wat mest ging het weer goed. Ik oogste een paar jongen bonen om te proeven als een soort sperzieboon. Ze hadden draden en waren nogal stevig. Niet echt lekker.
Na wat speuren op internet kwam ik erachter dat het een erg oud bonenras is (droogboon) en voornamelijk werd gebruikt als soepboon. Een droogboon heeft een harde schil en moet worden gedroogd. Dan kan men hem doppen en eten. Maar het bijzondere van deze boon is, dat men hem ook voor het drogen doppen kan.



Inderdaad droogbonen. Ik liet ze hangen tot vorige week. Sommige peulen waren al droog en geel. Het is verbazingwekend wat een hoeveelheid je weer krijgt van zes gezaaide boontjes.



Ik haalde ze uit de peulen, de gedroogde waren al keiharde boontjes, de andere waren nog redelijk zacht, en ik besloot daar een gerecht à la Jamie Oliver van te maken.


Ik deed de bonen in een pan, water tot ze onderstonden, met een teen knoflook, laurierblaadje, takje tijm en rozemarijn.
Ik had geen idee hoelang ze moesten koken, dus steeds even prikken en proeven. Na ruim een half uur waren ze goed. We aten ze met kabeljauw, pasta en tomatensalade. Wat voor naam ze ook hebben, ze waren vooral erg lekker. Behalve de bonen en de tomaten kwamen ook de verse kruiden uit eigen dakterrasmoestuin … dat je van zoiets simpels zo blij kan worden.


woensdag 15 augustus 2012

Ontsnapte bijen



Toen ik van de week thuiskwam was er commotie in een straatje bij mij om de hoek. De ruit naast de kapsalon zat vol bijen. In paniek werd de gemeente gebeld, die weer naar een imker belde.

Deze vrouw in ‘bijenpak’ was al ter plaatse en had de koningin al te pakken en de bijen volgden al snel. Hoewel ik het eng vond zo tussen die zwermende bijen te staan, vond ik het ook fascinerend.
De bijen kwamen van het dakterras van de tegenoverliggende woning, de bewoner daar heeft ‘leasebijen’. Het was vreemd dat ze nog eens waren gaan zwermen, maar het was sowieso een raar bijenjaar, volgens de imker.

Terwijl steeds meer bijen het korfje invlogen, ging er een op m’n voet zitten. Met kloppend hart, maar zonder te bewegen wachte ik tot hij weer wegvloog. Vond ik wel stoer van mezelf!
Ondertussen vroeg ik aan de imker of die bijen op zo’n terras wel voldoende voedsel kunnen vinden. Ze antwoorde dat er in de binnenstad meer dan genoeg voedsel voor de bijen was, met het grote voordeel dat het zonder landbouwgif was.
De kapster dacht dat ik nu zeker ook wel een bijenkast op m’n terras zou willen. Nah, toch maar niet,
Toen de bijen allemaal in het korfje zaten ging er een laken omheen, stapte de imker op haar fiets en reed weg met haar zoemende pakket.

maandag 13 augustus 2012

Rozebotteljam (1)



Genoeg rozebottels gevonden, gisteren in de duinen van Hoek van Holland. Voor het mooi hadden ze misschien nog wat dieper rood mogen zijn, maar ja, zo vaak kom ik hier niet, ik waag het er maar op.

Ik had ongeveer 1200 g geplukt. Ik was ze, haal de kroontjes eraf en snijd een aantal door de helft, voornamelijk om te kijken of er beestjes inzitten (dat had ik ergens gelezen). Maar er zit niks in, behalve gigantisch veel pitjes. Volgens mij bestaat een rozebottel uit 90% pit.


Ik zet ze onder water op het vuur en laat ze een half uur zachtjes koken. Het gaat al erg lekker ruiken. Als ze zacht zijn gaan ze door de roerzeef, wat zwaar werk is met al die pitten, daarna nog door een hele fijne zeef om eventuele haartjes te verwijderen.
Ik vul de rozebottelpuree aan met water tot 1 liter en breng het weer aan de kook met 500 g suiker en 1 zakje Marmello nr. 2.

Tot slot doe ik er een theelepel vanille-extract bij.


Even flink laten koken, een druppel op een koud bordje om de stolling te testen, en dan de brandschone potjes vullen.
Ik heb zeven potjes, wel kleine, kunnen we wat sneller wisselen tussen alle soorten jam, want de bramen en vlierbessen komen er ook al weer aan. Heerlijke cadeaus van moeder natuur!

vrijdag 10 augustus 2012

Werkweek

Laatst ontsnapte me een geeuw. Zozo, zei iemand tegen me, moe?
… ja, ik ben wel moe gaf ik toe.
Jij werkt toch maar zo nu en dan wat uurtjes?
Hier en daar wat uurtjes, inderdaad, twee baantjes en invalkracht voor vakantievierende collega’s.
Ik heb de afgelopen week eens op een rijtje gezet.
Mijn km-tellertje op de fiets staat op 301.

Zaterdag
Deze middag invallen bij Koersbal, wat altijd wel leuk is, hoewel het weekend wel doorgehakt wordt. Geen vrijwilliger beschikbaar, dus Mijn Architect moet mee. Ik kan die koersbalmat niet tillen.
Druk, alle bewoners door het hele huis ophalen, veel geduld hebben, want je kan natuurlijk niet zeggen: schiet ’s op. Nog even naar het toilet, waar zijn m’n schoenen, waar is m’n tas. Vestje mee. Sleutels zoeken. Ik zeg: ik kom zo bij u terug, ga alvast uw buurvrouw waarschuwen, ik ren trap op, trap af. Ook de volgende bewoner is haar sleutel kwijt. Schrijft u even een briefje voor mijn zoon, voor als hij komt (hij zal niet komen), dat weet hij waar ik ben ... wat zocht ik nou ook alweer? Sommigen willen niet.
Uiteindelijk tien bewoners bij elkaar. Dankbaar dat Mijn Architect er is, hij voorziet de bewoners van koffie en maakt met iedereen een gezellig praatje. De dametjes zijn dol op hem.
Dan begint het spel, wat is nu de bedoeling? Dat u de bal zo dicht mogelijk bij het witte balletje rolt. Zuster, ik snap er niks van, tien deelnemers, tien keer vertellen wat de bedoeling is ... heb ik nu gewonnen? Mijn Architect is eerlijk, schrijft de behaalde punten op, sjoemelt niet, meet precies de afstanden van de ballen. De mensen kijken gespannen naar wat hij doet en reageren enthousiast op alles wat hij zegt. Geven elkaar complimenten bij elke behaalde punt. Gejuich gaat op als de ballen de mat af worden geketst. Mij kan je regelmatig opdweilen, tegen de slappe lach aan.
Het is bloedheet in de zaal, maar de ramen moeten dicht: Zuster, het tocht hier!
Na afloop de mensen in vrolijke stemming weer terug naar hun kamertjes brengen. Wat hadden we een plezier met z’n allen, maar Mijn Archirtect en ik zijn kapot.
Drie uurtjes gewerkt.

Maandag
Ochtend vrij, huishouden en tussendoor ook even een klant voor een ontspanningsmassage (kleine bijverdienste voor in de GUP, Groningse Uitjes Pot).
Om half vier op de fiets voor de Kookclub, eerst nog even de boodschapen doen.
In de Kookclub ga ik met 7 ouderen een lekkere maaltijd koken en gezamelijk opeten. De mensen genieten enorm van de o, zo vertrouwde werkjes als aardappelen schillen. Het is even aanpoten maar gelukkig heb ik een kei van een vrijwilligster erbij. Tegen negenen ’s avonds weer thuis.

Dinsdag
Werkzaam op vier plekken vandaag.
Om kwart over negen op de fiets en het begint gelijk te regenen. Drie cliënten voor woonbegeleiding. De eerste vlakbij, de volgende in een nabij dorpje en de laatste weer in een ander dorpje. Maar twee keer natgeregend vandaag.
In het laatste dorp tot slot ook weer een Kookclub, overgenomen van collega.
Andere doelgroep, PG, een hele uitdaging. De mensen van de gesloten afdeling halen en naar de ruimte brengen waar we gaan koken is al een hele onderneming. Alles uit de kast halen om een goed sfeertje te krijgen.
De mensen zijn boos, verward en verdrietig of onzeker. Maar ozo gevoelig voor humor. Halverwege zijn ze vrolijk, ondeugend en kletsen er op los. Sommigen proberen de appels en aardappels te schillen, anderen weigeren pertinent om iets te doen, ’t is niet m’n hobby geeft een man aan, maar ondertussen legt hij de boontjes in mooie rechte rijtjes op zijn snijplank. De mensen genieten van het eten, alsof ze de hele dag nog niks gehad hebben, vooral de appelmoes is favoriet.
Het is me weer gelukt om ze een fijne maaltijd te bieden, met veel aandacht en plezier. Als ik aan het eind een gedicht voorlees van Toon Hermans, vallen ze helemaal stil en knikken aandachtig. Heel even uit hun verdrietige omstandigheden gehaald. Dankbaar werk.
Tegen negen weer thuis, toch zo’n twaalf uur onderweg geweest vandaag.


Woensdag
Vandaag heel de dag op een plek, op het activiteitencentrum, van 8.30 tot 17.00 uur.
Hier wordt serieus gecreëerd. Mozaïken, weven, handwerken. Schaven, zagen, boren, schuren, lijmen, verven. Tussendoor willen cliënten ook hun verhaal kwijt.
‘Ieder huisje heeft z’n kruisje’ is hier erg toepasselijk.
Het valt me zwaar zo’n lange dag, ik mis bepaalde praktische vaardigheden, zal het me ooit lukken, een zaagje verwisselen in de zaagmachine?


Donderdag
Ook deze hele dag op het activiteitencentrum. Het is een beetje dubbel, ik voel me bezwaard omdat ik zelf niet zo creatief aangelegd ben, maar ik ga graag met deze mensen om. De cliënten zijn handiger dan ik, toch vragen ze aan mij hoe iets moet.

Aan het eind van de dag in de tuin van het centrum nog wat ‘onkruid’ weggehaald, mee naar huis genomen, volgens mij is het kaasjeskruid. Een mooi gratis boeket op tafel.


Vrijdag
In het zorgcentrum bewegen op muziek, ‘zitdansen’ genaamd. Ook even aanpoten, want te weinig vrijwilligers.
De mensen komen vaak wat tobberig en zuchtend binnen, maar gaan altijd vrolijk en iets meer rechtop terug. Ik zie het regelmatig, bewegen en muziek maakt gewoon vrolijk, of je nou wil of niet. Eenieder wil ook even z'n verhaal kwijt, dus toch weer wat later huiswaarts dan gepland.


Km-tellertje staat op 374. Vanmiddag vrij. Veel te mooi weer om te gaan huishouden, hoewel hard nodig. Hoedje op en lekker met giebelse meiden op het terras zitten pimpelen.

Inderdaad, ik werk maar een paar uurtjes hier en daar. Maar daar zit niet de tijd van voorbereiden, bedenken, boodschappen doen bij.
Ook geen reistijd, deze week toch nog 73 kilometer gefiets. 
Nog twee zulke volle weken en dan wordt het weer wat minder. Ik klaag niet hoor, ik heb hartstikke leuk werk, ik heb het geld hard nodig, maar ik ben ook de jongste niet meer, mag ik dan een keertje geeuwen, tussendoor?

Toevoeging: Na deze werkweek met de Rode Hoeden Giebelse meiden op een Gouds terras, hilariteit en meligheid ten top!


Heel blij ben ik met deze kleine selectie van reacties:

van Ans
Ik maak een diepe buiging,hoor.
Je doet mooi en dankbaar werk.
Mensen zoals jij,zijn goud waard.
Echt waar.
En dat je dan een keertje moet geeuwen,mag dat best,want al is je werk nog zo leuk,tuurlijk is het ook erg vermoeiend.

Ja herkenbaar Angelika.
Mooi verwoord hoe een week werken
in zorgsector er uit ziet.
Prachtig werk, onderschat werk
van onschatbare waarde voor de 
mensen waar je het voor doet.
Petje af voor je werkzaamheden
en compliment voor deze illustratieve blog!
Natuurkieker Coby







vrijdag 3 augustus 2012

Van de bijtjes ...


Terrasjeskommazwever op het Zegekruid (Nicandra physalodes)
Ik hou van bijen, nog meer van hommels en vooral van zweefvliegen, die slimmerikken die lijken op wespen, maar totaal onschuldig zijn, want ze hebben geen angel.

Er zijn ook mooie wespen, maar van die gewone, irritante wespen moet ik niks hebben. Ik ben te vaak gestoken en heb een nare allergie ontwikkeld. Maar zoals gezegd … de meeste vind ik erg leuk. Met grappige namen zoals terrasjeskommazwever of pyjamazweefvlieg.

Pyjamazweefvlieg op Allium
Het is dit jaar het Jaar van de Bij, met extra aandacht voor de bijen. In de afgelopen jaren is er een onrustbarende bijensterfte in Nederland en onze voedselvoorziening is voor een belangrijk deel afhankelijk van de bestuivende arbeid van deze insecten.
Er zijn verschillende oorzaken genoemd voor de bijensterfte, gebrek aan stuifmeel en ziekteverwekkers zoals de Varroa-mijt.
Maar de grootste boosdoener is het pesticidengebruik. Dat lijkt mij nou makkelijk op te lossen. Verminder of verbied het gebruikt van die pesticiden. Simpel toch?
Lijkt me voor ons ook gezonder.
Bij (?) op sierui (Allium)
Dat in de professionele teelt kilo’s troep gebruikt wordt daar kunnen we niet zoveel aan veranderen, behalve kritisch inkopen of hopen dat de politiek ingrijpt.
Maar diezelfde zooi is ook voor particulieren te koop, bij tuincentra e.d.

Voordat je zoiets aanschaft zou ik willen verzoeken dat je je er eerst in verdiept wat je nou eigenlijk koopt. En wat je daarmee dus aanricht. Probeer eens huismiddeltjes, vaak werken die prima, er is op internet genoeg over te vinden.


nog eens de bij op de Allium
Verder verbaas me ik me vaak over tuinen die compleet bestraat worden, of in ‘creatieve’ patroontjes van kleurig gravel of grind belegd worden. Welk dier kan daar nou nog iets van voedsel vinden?

Waarom zou je een huis met een tuin willen als je dat doet? Ga in een flat met balkon wonen!


Ik heb (nog) geen tuin en denk soms wat een voorrecht om z’n stuk grond te hebben. Daar dan een stenen vlakte van maken vind ik eigenlijk een soort vandalisme.


Hommel op Allium
Terug naar de bijtjes. Ik heb op mijn dakterras een paar soorten planten die bij deze beestjes geliefd zijn, maar de Allium is toch wel heet meest favoriet.

Ik probeer ze tegenwoordig op de foto te zetten en dan op internet naar de naam te zoeken. Dat is nog helemaal niet zo makkelijk, wat zijn er veel verschillende soorten!

Bij (?) op Dropplant (Agastache)
Vosje (?) op Phacelia

Deze foto is niet zo duidelijk, het lijkt op een Vosje, hoewel die niet zo’n donkere achterkant hebben. Kweetniet …





woensdag 1 augustus 2012

Op het eerste gezicht (8)


Sinds de Op het eerste gezicht van een maand geleden is de Amorpha inmiddels helemaal uitgebloeid. Als ik de bloemaren er uit knip wil hij nog wel een keer bloeien, maar dat is wel even een werkje.
De tomaten krijgen eindelijk een beetje kleur.


Hadden de soldatenboontjes vorige maand een moeizaam begin, nu na wat mest  een doorstart en hangen ze vol. Van zes geplante boontjes heb je toch wel een maaltje bij elkaar. Ik laat ze hangen om gedroogde boontjes te krijgen. Ze zijn zo als peultjes niet zo lekker, erg draderig. Maar als proef is het wel erg geslaagd.


De blauwe bessen deel ik met de merel, het is zo’n leuk gezicht hoe hij met een schuin oog naar mij steeds een besje wegpikt.


Het zegekruid bloeit ook, de zwarte stipjes op de bladeren lijken van dichtbij wel baardstoppeltjes. Steeds pluk ik er en paar voor in een vaasje.




Twee jaar geleden stekte ik een bloem van de sedum, inmiddel mooi uitgegroeid:



De kruisbes zit helemaal vol blad, zo’n verschil in een maand, hij ziet er levenslustig uit. Ik reken op kruisbessen volgend jaar.



Omdat er nu wat weinig kleur op m’n dakterras was heb ik wat planten gekocht. Een blauwe hortensia, wat petunia’s en een allium, waar het gelijk een gezellige drukte is van hommeltjes en zweefvliegen.





Tot slot mijn kruidenpotjes, ik laat ze nu niet meer verregenen, ik zet ze in de 'serre'. Mijn Architect heeft daar van wat overtollige boekenplanken een vensterbank gemaakt. Ik kan er lekker veel potjes kwijt.