Ik heb hem, m’n nieuwe macbook, eindelijk! De oude powerbook is nu bijna echt overleden. Hij kan niet meer zonder stroom. De (vierde) oplaadkabel is inmiddels ook geknakt, de vorige ging toen doorbranden, ik kijk met angst of ik al rookwolkjes zie.
Filmpjes kijken gaat ook niet meer, was alleen nog haperen.
Maar ja ... wat een geld. Waarom neem je dan zo’n dure appel werd me gevraagd.
1985, Zoon zit hier naast mijn eerste computer
Na de DOS-machines destijd op het werk was het een verademing om thuis een appeltje te hebben. M’n flowerpower iMac heb ik zelfs nog, daar kan ik geen afstand van doen, maar ik werk er nooit meer op.
We hebben hier altijd appels gehad. Ik heb meestal ruzie met andere soorten, kan het maar niet onthouden hoe het allemaal moet, al die verschillende systemen op de verschillende werkplekken.
Ach, het is veel geld maar ik doe er zooo lang mee. Ik gebruik ze echt helemaal op.
We zijn hem vanavond ‘even’ in Amsterdam gaan halen, in Rotterdam was hij steeds niet voorradig. Buiten zaten al mensen te wachten op de nieuwe iphone die morgen zal komen. Die moeten daar dus nog de hele nacht doorbrengen. Merkwaardig vind ik dat toch.
Het is weer even wennen ... al het nieuwe me weer eigen maken, alles overzetten ... hoe moet het met de foto’s? En wat is tie snel!
Laatst hoorden we op een Vlaamse radiozender zo’n leuk nummer … met de app shazam zo gevonden: Dum dum dum van Renée.
Zoeken naar meer info en toen bleek dat deze Vlaamse zangeres vanavond dus optrad in Rotown in Rotterdam.
Wij naar Rotown, daar vooraf aan het optreden lekker gegeten, (met korting op vertoon van e-ticket), fijne plek ook. Man ging voor gestoofd rundvlees en ik had couscous met gevulde ronde courgette, gele tomaat, oerbiet, buffelmozzarella en nectarinechutney. Zo mooi dat het bijna jammer was om op te eten … bijna hè, want het was overheerlijk en dat voor maar een tientje!
En dan het prachtige optreden van Renée en haar band!
Mooi en treffend omschreven op deze recensie van haar debuutalbum Extending Playground:
… subtiel, breekbaar en lichtjes ontroerend.
Renée combineert zwoele jazz met een vleugje ondeugende indie pop. En hoewel je hier en daar toch echt gekieteld wordt, ademt dit album over het algemeen een beetje een slaperige sfeer… In dit geval positief.
De zang van Renée is een beetje lijzig, ze neemt voor elk woord de tijd. Klanken krijgen de tijd te landen. Zo is het ook met de muzikale begeleiding. In een gestaag tempo trekken alle elementen aan je voorbij. Dat zorgt vooral voor heel veel rust, een zeer gepolijst geheel.
Op de drums wordt niet geslagen, lieflijk worden ze met een kwastje beroert. De piano kabbelt als een bergbeekje. Als er sprake is van gitaarspel dan wordt er getokkeld. Soms is er de magie van de cello.
En Renéé? Ze tilt je op, doet je zweven en geeft je overzicht.
‘Extending Playground’ is een bed waar je je na een lange dag in laat vallen om in een diepe slaap te vallen. Je kruipt er in weg en vleit je tegen je lief aan. Al wat er dan nog gebeurt, wordt enkel onderbewust waargenomen. Laat je door Renée veroveren!
Ze speelden in het voorprogramma van de Australische band Husky, maar wat ons betreft had dat wel omgedraaid gemogen.
Prachtige zang en muziek!
Wonderlijk dat ik bij cello vaak zo’n brok in m’n keel krijg.
Haar album (ook te koop op vinyl) ter plekke aangeschaft, en natuurlijk laten signeren!
Renée is nog aan ’t toeren door Brussel, Parijs, Zwitserland en Duitsland en komt in oktober weer in Nederland: Groningen, Utrecht en Nijmegen.
Tijdens een bakworkshop bij Levine nam ik eens een kijkje in haar uitgebreide boekenkast en vond ik het boek Deeg, eigentijdse broodvariaties van Richard Bertinet, een leuke Fransman in Engeland. Een mooi boek met ook nog een DVD erbij.
Zo simpel als hij het voorstelt … je krijgt meteen zin om brood te gaan bakken.
Ik vond het boek via internet met korting omdat er een deukje in een punt van de kaft zat.
Omdat ik snel pijn in mijn handen krijg van kneden, en ik nog steeds aan het sparen ben voor een standmixer, bak ik eigenlijk te weinig.
Na weer een inspirerende dag vorige week bij Levine ga ik toch maar weer aan de slag.
Bertinet zegt het deeg niet te kneden, maar te bewerken. Ik kijk nog eens naar zijn techniek op de DVD en besluit de fougasse van de cover van het boek te maken. Die zien er zo leuk uit.
Fougasse is verwant aan focaccia - beide namen zijn ontleend aan het Latijnse woord focus dat ‘haard’ betekent. Ik gebruik biologisch gebuild tarwemeel, dat is gezeefd volkorenmeel.
10 g gist (hij adviseert verse, ik heb gedroogde gebruikt)
500 g gebuild tarwemeel
10 g zout
350 g water (afwegen ipv een maatkannetje is beter)
Hij gebruikt geen bloem om het werkvlak te bestuiven. Eerst denk je wat is dit voor een kleverige zooi. Maar als je steeds bloem toevoegd wordt je brood ook steeds harder. Ik heb bij een eerdere poging tot broodbakken ook wel eens een baksteen uit m’n oven gehaald.
Uiteindelijk lukt het met zijn techniek van deeg optillen, neer laten vallen, trekken en instoppen, steeds weer, om een zacht en elastisch deeg te krijgen. Er staan verschillende filmpjes op youtube, bij deze zie je vanaf 3:35 zijn techniek:
Ik ben nu al trots op het resultaat, een prachtig deeg:
Ik laat het deeg een uur rusten en leg het gerezen deeg daarna voorzichtig op een met bloem en maismeel bestoven werkvlak (ik had geen fijn maismeel, maar nam wat polenta, dat is alleen wat grof).
Het deeg tot een vierkant uitspreiden en in zes (bij mij ongeveer) gelijke stukken verdelen, driehoekig van vorm.
Met de deegschraper een diagonale inkerving maken en in waaiervorm nog drie of vier aan de weerszijden. De kleinere inkervingen (hij gebruikt ergens een creditcard of was dat Levine?) gaan hier prima met een oude kortingskaart van de NS.
De oven is voorverwarmd op 230 °C. Ik leg de fougasses op bakpapier op de omgedraaide bakplaat, spuit wat water uit de plantenspuit tegen de ovenwanden en bak ze in ongeveer 12 minuten goudbruin.
Die heerlijke geur in huis, een warm stuk fougasse afbreken, krak hoor je, en met een lik smeltende boter bij een kopje soep aah … totale tevredenheid!
Levine heeft ook een recept van fougasses op haar site, maar dan met olie erin, die wil ik ook nog eens maken.
Weer eens het boek Plenty gepakt van Yotam Ottolenghi. Ik hoop er nog steeds achter te komen waarom men zo lyrisch over deze kok is. De hipste kok en zijn toprecepten.
Ik ga vandaag het toprecept knapperige pappardelle maken (blz. 252).
Een aantal ingrediënten vervang ik (Japanse panko), laat ik weg (suiker) of voeg ik toe (een sjalotje).
In het recept werd gesproken van broccoletti, bimi of choisum, maar in plaats van dit nieuwerwets gedoe werd het gewoon broccolli.
Ook geen pappardelle maar een ander pastavormpje uit de voorraad, pipe rigate.
Hij gebruikt 250 g pasta voor twee personen, wij hebben aan 75 g p.p. genoeg.
Je moet al die koolhydraten er ook weer af fietsen, nietwaar?
olijfolie
250 g champignons
1 dl witte wijn
1 kleingesneden sjalot
1 laurierblad
3 takjes tijm, blaadjes eraf gerist
1½ dl sojaroom
geraspte schil van 1 bio-citroen
1 fijngehakt teentje knoflook
3 eetl. fijngesneden bladpeterselie
1 fijngemaakte volkorenbeschuit
1 stronk broccoli
zout en zwarte peper
Bak de champignons en sjalot in de olie. Als ze gaan kleuren de wijn, laurier en tijm toevoegen. Aan de kook brengen en tot eenderde inkoken. De room erdoor roeren, op smaak brengen met peper en zout. Warmhouden.
De citroenrasp met knoflook en peterselie vermengen. Het beschuitkruim even roosteren in droge koekepan.
De broccolli kort koken.
De pasta koken.
Broccolli aan roomsaus toevoegen en de helft van het peterseliemengsel.
Doe de pasta in een schaal en schep de saus erover. Roer het overgebleven peterseliemengsel door het beschuitkruim en strooi het over de pasta.
In deze zesde broodbakworkshop die ik bij Levine volg maken we croissants en zuurdesembrood. We zijn met drie deelnemers, ook weer m’n bakmaatje Marina.
Ik ben vooral geïnteresseerd in zuurdesem. Een croissantje op z’n tijd vind ik wel lekker, maar ik zal dat niet gauw thuis gaan doen. Van de helft van het croissantdeeg mogen we ook koffiebroodjes maken, dat is leuk.
We beginnen met het croissantdeeg, hoewel we het deeg in een standmixer mengen is het toch nog een heel werk. Het deeg uitrollen (in een rechthoekige lap, wat mij nooit lukt), vouwen, in de vriezer, weer uitrollen, plak boter ertussen, uitrollen, vouwen, koelen, uitrollen, vouwen, koelen. Uiteindelijk de plak deeg in driehoeken verdelen en croissants vormen.
Ondertussen beginnen we ook aan het zuurdesembrood. We krijgen uitgelegd wat zuurdesem eigenlijk is en dat het helemaal niet moeilijk te maken is, het kost alleen wat tijd. Er zwerven allerlei indianenverhalen op het internet over desem maken, maar Levine legt duidelijk uit hoe en wat en we krijgen ook een map mee waar alles in staat. Desem is een rijsmiddel voor brood en maak je van meel en water in 7 tot 10 dagen.
Desem is een levend wezen en moet verzorgt worden.
We krijgen aan het eind van de dag ook nog twee bakjes zuurdesem mee, we kunnen de opbouwfase dus overslaan. Als je je desem goed verzorgt kan je er jaren plezier van hebben.
Ik hou erg van zuurdesembrood Als klein kind in Duitsland at ik niet anders. Ik zie mijn grootmoeder nog met zo’n groot landbrood aan de borst gedrukt en daar dan grote sneden van snijden. Heerlijk met dik boter en kaas.
We maken driegranenbroden met drie zaden, lijnzaad,
sesamzaad en zonnebloempitten.
De ander helft van het croissant deeg wordt bedekt met gele room, lichte en donkere rozijnen en wat bruine suiker. Dan oprollen en in stukken snijden. We hebben veel lol om onze aparte modellen croissants en koffiebroodjes.
Als de broden gebakken zijn en de croissants en koffiebroodjes rijzen, maken we met z’n vieren even een wandeling door het gezellige Voorburg.
Bij terugkomst gaan de croissants en koffiebroodjes de oven in en tádá:
We hebben ook weer uitleg gehad over de bakkersformule en hydratatie en hoe je kan bepalen of een recept klopt, want op internet maar ook in veel boeken kloppen broodrecepten niet.
Het was weer een ontzettend leuke en leerzame dag, en met een heerlijk ruikende volle tas en de bakjes desem kom ik thuis.
Net als vorig jaar maak ik nu ook weer vlierbessen-bramenjam. Die combi vind ik toch een van de lekkerste jams die ik ooit gemaakt heb.
Het is waarschijnlijk niet zo’n goed vlierbes- en bramenjaar … tenminste hier op mijn plukplek. De vlierbessen zijn kleiner en het zijn niet zulke mooie trossen als vorig jaar. De bramen zijn of nog groen, of uitgedroogd. De brandnetels die ervoor staan zijn wel gigantisch. Het is een klus om toch weer genoeg bij elkaar te plukken. In de diepvries heb ik zo nodig nog extra bramen, gekregen van een collega, uit haar tuin.
Ondertussen kreeg ik weer een aantal keer de vraag wat ik daar plukte.
Men kent de vlier wel, maar denkt toch dat de bessen giftig zijn. Dat klopt ten dele, rauwe en groene bessen zijn lichtgiftig.
Ik vond ooit de tip op het internet om de geriste bessen onder water te zetten. De groene en lichtrode gaan drijven, de bijna zwarte, rijpe bessen zinken. Die zijn goed. Gekookt tot jam of sap zijn ze niet meer giftig.
Er bestaan meerdere soorten vlier, omdat me niet duidelijk is welke wel of niet giftig zijn, gebruik ik alleen de bessen van de gewone vlier, de Sambucus Nigra.
Deze keer maakte ik het zo:
500 g vlierbessen
900 g bramen
100 g appel
400 g suiker
1 ½ zakje Marmello
sap van een citroen
1 tl vanille-extract
Ik heb vorig jaar veel weggegeven, maar deze potjes vlierbesssen-bramenjam houden we lekker zelf!
Veldbloemen in een vaas heb ik liever dan het meeste gekweekte spul, hoewel ik eigenlijk van bijna alle bloemen hou.
Orchideeën en dergelijke zal ik niet zo gauw in huis zetten, maar ik vind ze wel heel bijzonder.
In een kas op de Floriade maakte ik in september deze foto’s van aparte orchideeën.
Ook deze schoonheid kwam ik daar tegen, de passieflora:
De bloem van de haagwinde (Convolvulus sepium) die verstikkende schoonheid die je veel in het wild ziet, pispotjes noemden wij ze vroeger, lijkt wat op deze Ipomoea, ik weet niet of het familie is, maar wat een kleur!
Misschien ga ik die een keer proberen op m’n dakterras.
Geel, een zonnige vrolijke kleur. Toch gek dat ik er zelden voor kies. Niet in de bloempotten op mijn dakterras. Ik heb geen kleding in die kleur. Gele bloemen koop ik eigenlijk weinig, soms gele tulpen. Ik heb niks geels in m’n huis. Maar buiten vind ik het prachtig: koolzaadvelden, zonnebloemen enz.
Op de Floriade een mooie combinatie, toch zal ik die zelf niet gauw kiezen, denk ik. Als ik een hele grote tuin zou hebben ... ja misschien dan wel?
Je wordt toch vrolijk van voorjaarsgeel … winterakoniet, dotterbloemen, paardebloemen, narcissen en ook het najaarsgeel van bladeren vind ik mooi.
Ik had ooit een vriendje die me zelfs Geel(tje) noemde … ik heb geen hekel aan die kleur, maar heb hem weinig om me heen … gek hè. Misschien moet ik maar eens aan een gele fase beginnen.