donderdag 21 juni 2018

Vrachos (10)

Vandaag een trip naar de Rodia Wetlands. Daar keek ik thuis al naar uit. De eerste keer dat we die ontdekten waren we flabbergasted.
Het eerste stuk over de grote weg naar Preveza, daarna linksaf richting Louros, een foeilelijk bedrijvenstadje. De grote weg splitst zich en twee wegen met een brede ‘groene’ middenberm. De bebouwing heeft niet of nauwelijks karakteristieke kenmerken en lijkt verborgen te gaan achter slordige bedrijvigheid, opslag van goederen afgewisseld met terrassen die niet bepaald uitnodigen om even een bakkie te doen.

Na Louros is het uitzien naar de afslag naar Petra, links van ons de voet van een bergrug, rechts vlak land. Dat wordt helemaal duidelijk als we onderweg zijn naar Petra. Groene zomen, vaak van riet aan weerszijden van het smalle verstofte asfalt.
Strongili, een dorpje met twee terrasjes, voorheen was hier het bezoekersentrum, waar we een film over het gebied kregen en een boottochtje door de kreken. Helaas is het centrum gesloten, zelfs verlaten en staat er verwaarloosd bij. Wie zien een schildpad die wil oversteken, hoewel hier amper verkeer is, zetten wij hem maar even aan de overkant.


We besluiten op een van de terrasjes een drankje te nemen. Vriendelijk vraagt Henny of het oké is dat we ons bij hen voegen, allemaal mannen. Het verhoogde terras van amper 9 m2. Tegen de muur zit een drietal mannen, voor het terras nog eens drie of vier. Met een knik van één van hen bestijgen we het podium, waar nog een tafeltje staat met één stoel, een tweede wordt snel geregeld. We bestellen een retzina met sprite. Geen van hen spreekt een andere taal dan Grieks. De man in het midden met zonnebril is de woordvoerder en vraagt waar wij vandaan komen. Holland, ollandia, ... waarop allen geluid beginnen te maken. Nog een vraag, wat hij voor werk doet. Ik antwoord dat hij architect is. Weer een opspeling van geluid. We worden met grote nieuwsgierigheid bekeken. Als we ons iets te ongemakkelijk gaan voelen, vragen we om de rekening.
Een paar rondjes in het dorp om de weg naar Vigla terug te vinden, er blijkt inderdaad een onverharde weg te zijn, maar om die met een huurauto op te gaan, vinden we een tikkie te riskant. 

We parkeren de Panda bij een inham tegenover een boerenerf en besluiten een stukje te lopen.
Rechtsonder aan de weg zien we opeens allerlei koeien, het leek eerst of ze opgesloten zaten, maar ze liepen met ons op en aan het eind was een opening in het hek, ze staken vla voor ons over en liepen klauterend het struikgewas op de helling op, alsof het geiten waren. Bijzonder gezicht.




Prachtige route langs de rand van het gebied met de lagunes, veel sprinkhanen, hommels, vliegen, libellen, witte reigers en aalscholvers. Jammer dat de zon niet doorbrak. De foto's lijken zo somber, maar dat was het niet.
Eenmaal terug bij de auto na toch wel een wandelingetje van ik denk zo’n vier à vijf kilometer besluiten we de weg voort te zetten naar Koronisia, op de kaart een eilandje midden in de golf van Amvrakikos. Ziet er intrigerend uit. 
Binnendoor komen we via Kerasounda of Kakavatos op die strak rode weg uit naar het zuiden. Lang niet alle nederzettingen staan op de kaart. Vlak land, veel heel hoog riet. 
Onderweg passeren we een groot, leeg terras waarvan we beiden iets hebben ‘hier hebben we destijds gegeten’.
Even verder een brug naar een leeg strand met een verlaten, of nog niet geopend terrasje met ligbedden van pallets gemaakt. Onder een van die ligbedden lag een nestje puppy's.



Nu rijden we wel door over een kronkelige afsluitdijk langs sluisachtige poorten, waardoor vermoedelijk de paling wordt binnen- of doorgelaten. Koronisia ziet eruit alsof ze een volksverhuizing verwachten. Bij een restaurant drinken we een glas witte wijn met mezze, een klein hapje wat je altijd bij drank krijgt geserveerd. Heel relaxed allemaal.



Ook de terugweg wordt een binnendoortje omdat we toch een afslag hebben gemist. Niet erg, want die weg leidt ons langs allerlei dorpjes, waarvan er één, Kirkizates, bijzondere aandacht vraagt voor een vier verdiepingen hoog gestapeld torentje van ‘tiny houses’. Dat moet Henny even van dichtbij bekijken.


Zelfs op de grote wegen vergissen we ons ook nog wat de juiste afslagen betreft. Pas vlak voor Preveza slaan we af richting Vrachos. Bij Destijl drinken we wat om daarna gelijk te gaan eten bij Odyseus en Helena. Weer spaghetti voor Henny, ik de bijzondere combi speciaal voor mij gemaakt en een flesje wijn op aanraden van Takis. Voetbal kijken. Argentinië verliest dramatisch van Croatië met 3-0. We hebben met Messi te doen ... 

Nog een praatje bij de bar met Lars en Petros. Dan naar bed en onmiddellijk in slaap vallen.


woensdag 20 juni 2018

Vrachos (9)



Vandaag een autorit naar het bijzondere Glyki, eerst even tanken in Kanalaki. Aankomst over de brug, die nu een grotere moderne is. Destijds was het een vreselijk rammelende houten brug.  Langs de snelstromende rivier lunchen.

Een grote logge hond passeert traag onze tafel in het grind op de oever van de Acheron. Hij barst van de jeuk. Een beetje zielig. We wandelen naar de auto, de hond wurmt zich door een haag van struiken, die dienst doen als krabbelende handen. Als we de auto onder een boom geparkeerd hebben, wisselen van lichtvoetigheid en trekken onze wandelschoenen aan. 




De wandeling langs de koele en helder turquoise bronrivier is indrukwekkend. De bomen worden steeds grilliger, je kunt er allerlei wezens in zien. Er komen hier trouwens ook otters en wolven voor, maar die zien we niet.
De terugreis voert door het achterland, prachtige omgeving. We rijden wat om, maar dat is niet erg.

Weer terug ga ik nog even zwemmen, het was een warme dag, een graad of 29, Mijn Architect blijf op het terras hangen. Ilse, de schoonmoeder van Jan, moeder van Margie, is een 85-jarige Indische vrouw. Ze staat wat hulpeloos aan de overkant van de weg. Wij wuiven. Ze komt bij ons aan tafel zitten. Ze zouden rond die tijd hier eten, maar ze zijn nog niet terug uit Parga. Dan eet je toch met ons mee.


Ik vraag aan Takis of ik een schotel met groente en wat spaghetti kan krijgen. Geen vlees? Nee, geen vlees. De kokkin maakt iets heerlijks voor me, wel met wat kaas en tzatziki. Het is ook lastig uitleggen, dat vegan en ik doe verder geen moeite.
Als Jan en consorten arriveren wordt het heel gezellig. Afscheid van onze schuine benedenburen Michael en Anna uit Praag, Tsjechen dus en hij is ook nog architect. Het is hun laatste avond. Drukke, gezellige avond op het terras. 







dinsdag 19 juni 2018

Vrachos (8)

We zijn halverwege ons verblijf op Epiros. We hebben vreemde buren. Onze buurman met hoog voorhoofd en kleine oogjes maakt rare geluiden. Gisteravond zat hij keihard te winden en te boeren op het balkon, merkwaardige man, vrouw trouwens ook. Hij scheldt haar uit.  Net wakker en volgens mij hebben ze ook nog eens serieus ruzie, hij zuigt en treitert. Even denk ik er over om te vragen of het wat minder kan. Maar ik doe het niet. Misschien heeft die man wel een verschrikkelijke ziekte. Genoeg daarover. 
Evi en Efi zitten alweer in starthouding voor de dagelijkse schoonmaak. Het weer ziet er goed uit.
We rijden eerst even naar Parga, om bij Avis te vragen wat een irritant lampje op het dashboard betekent. No problem, staat voor bandentemperatuur, banden zijn goed, dus niks aan de hand.




We rijden naar Perdika en nemen Frappé op een terras. In 2008 of 2009 hebben we hier gegeten, op dit mooie pleintje. We zitten onder een grote zwarte moerbeiboom. Als Mijn Architect opstaat zie ik een grote paarszwarte vlek op ’n witte T-shirt. De moerbeien waren van de boom gevallen en op de rugleuning van de stoel blijven plakken. Ik denk, dat krijg je er nooit meer uit. De Griekse dame van het restaurant wil dat hij het T-shirt uittrekt, ze zal het schoonmaken. Ik weet niet hoe ze het voor elkaar kreeg, maar het shirt komt spierwit terug. Even in de zon laten drogen en we kunnen weer verder.


We rijden door en komen terecht in Plataria, destijds een favoriet plekje. Memory tour. We parkeren de Panda vlakbij de haven en wandelen over de brug naar het einde van de kade om te zien of de gigantische blauwe regen nog bestaat. Negen jaar gelden voor het laatst gezien, in september. Geen idee hoe zij er toen bijstond. Nog een paar bloemtrossen nu en nog altijd die S-bocht in de stam slingerend over de tak van een naast staande boom eindigend in een uitgewaaierde pergola van blad en bloem. Het erbij behorende restaurant is dicht.


We willen iets eten. Het geleur om klanten het terras op de loodsen is heel irritant. Uiteindelijk kiezen we toch de verkeerde. We worden behandeld als domme toeristen. Ik vraag om Retsina, (die ze niet hebben) maar de serveerster zegt dat witte wijn hetzelfde is. We worden omringd door Roemenen, een wat ouder stel waarvan met name de vrouw uitblinkt in het oefenen van ordinaire houdingen en een yuppengezinnetje, man, vrouw, twee kinderen, die zo’n twintig jaar in New York hebben gewoond en nu in Londen en daarom ook in het Engels met elkaar communiceren.
Terwijl Mijn Architect nog zit te eten, word ik al afgeruimd ... het Plataria van negen jaar geleden bestaat niet meer, men heeft plaatsgemaakt voor ordinair ondernemerschap. Ze krijgen de gasten die ze verdienen. Ik overdrijf. Hadden we maar naar de in het zwart geklede oudere dame geluisterd. Alleen Fabio, de hond, beantwoordde nog aan die norm van genegenheid.

Gauw weg hier. Door naar Syvota, langs de kustweg in een vreselijke stortbui. Even de wagen stilzetten en wachten tot de bui wat geluwd is. Het binnenrijden is heel herkenbaar. In Syvota  is niet echt veel veranderd. We parkeren de auto en als de regen nog slechts beperkt blijft tot overzichtelijk gespetter, wandelen we richting Bamboo Place, waar we met name in 2009 ouzo een hoofdrol vervulde. Een espresso en een jus d’orange. Andreas, the owner, komt pas om 17:00 uur.
Wandelingetje langs winkeltjes, ontmoeting met de man die mij destijds aan het infuus legde, was hij het echt? Korte ontmoeting met Andreas ‘the runner’, hij heeft zijn personeel goed geïnstrueerd, we zitten lekker op zijn terras, heerlijk windje, we bekijken hiervandaan hoe een schip moeizaam aanmeert, we nemen afscheid van Bamboo Place.
Onderweg naar de auto nog wat zwervertjes die wat aandacht willen:




Op de hoofdweg even vol op de rem, een kudde schapen steekt over:


Verder op de E55, terug naar Vrachos ... er komt alweer een bui aan!


maandag 18 juni 2018

Vrachos (7)

De eerste week is bijna om. Deze tweede week willen we een auto huren. We hadden het gevraagd aan de reisleidster van Sunweb, maar Anastasia, de eigenaresse van ons appartement zegt dat we het beter bij een Griek kunnen doen, 1. is goedkoper en 2. blijft het geld gewoon hier. Ik ben het met haar eens, maar er zijn hier geen verhuurbedrijven, ze weet wel een mannetje, maar dat klinkt allemaal wat onduidelijk. We houden toch maar vast aan onze afspraak met Avis. Om een uur of 11 komt Panos van Avis met een auto, voor zeven dagen. De beloofde korting wist hij niets van. Dus weer bellen naar Sunweb. En er was even wat gedoe over betalen van de borg, want onze creditcard lag nog in Gouda. Maar uiteindelijk alles in orde. Panos rijdt ons naar Parga, waar het kantoor van Avis zit, zodat we kunnen pinnen en de borg cash betalen.


De wagen, een fiat panda van twee jaar oud, rijdt uitstekend. Parga is toch wel een attractief stadje, popperig en heel toeristisch. Door de nauwe, drukke maar beschutte straatjes gaan we op zoek naar de haven. Op een terras drinken we koffie en sap.
Door een tamelijk steile klim over lange, brede, witgerande treden langs allerlei winkeltjes, restaurantjes, tassen, kleding, sieraden en prullaria, bereiken we de Kastro, was weliswaar niet de bedoeling, maar nu we er toch zijn. Op gympen klimt Mijn Architect langs geruïneerde, uiteindelijk door de natuur heroverde soldatenverblijven, verworden tot nissen en spelonken waar tijd en strijd hebben huisgehouden.





Op een fraai terras, bij Café Castello, met een adembenemend mooi uitzicht over de baai, nemen we we icethea en pecan pie. Achter ons zit een leuk Brits stel die al jaren in Parga vakantie houden. We hebben het over fietsen en voetbal en merken nog altijd een buitengewone bewondering voor het Nederlandse voetbal van weleer.
Bij ons vertrek treffen we een aannemer uit Winschoten, hoe klein is de wereld. We wisselen telefoonnummers uit. We gaan binnenkort tenslotte verhuizen. Door de ‘buitenwijken’ verlaten we Parga, op zoek naar de auto.

Ondanks de intentie om naar Sivota te gaan, rijden we toch richting Vrachos en dat blijft ook zo. Bij Destijl drinken we een witte wijn en eten we mezze. De lucht betrekt heel langzaam en net zo begint het te regenen.
Het is bijna 21.00 uur ... we gaan een hapje eten. Onderweg naar het restaurant ontmoeten we Jan, even praten, doen we altijd. Hij is ontwerper en na crisis en tegenslag en wisseling van arbeidsomstandigheden werkt hij uiteindelijk toch nog bij Bouw- en Woningtoezicht in Amsterdam. Het digitale tijdperk kwam ongelegen ...
Bij ons restaurantje krijgen we een uitnodiging om bij Takis thuis langs te komen, innige omhelzingen.

zondag 17 juni 2018

Vrachos (6)

En ja, Mijn Architect staat op met hoofdpijn en ik ben ook niet helemaal jofel. Hoe aardig ook, al die gratis ouzo'tjes, ik neem me voor ze niet meer op te drinken.
We gaan een flinke wandeling maken, naar Lygia, op de heenweg grotendeels over het strand. Als we niet verder kunnen, gaan we een stukje over de weg
We komen langs een nieuwbouwhuis, wat Mijn Architect even nader moet bekijken.



Speuren naar de naam van deze plant. Ik dacht aan de mastiekboom, maar wist niet dat die ook bessen heeft. De mastiek kennen we natuurlijk van Chios, die kenmerkend voor dat eiland is omdat alleen daar de hars in druppelvorm voorkomt.
Volgens m'n app is het inderdaad Pistacia lentiscus, familie van de pistache, maar ik kan nergens een afbeelding vinden met groene bessen, alleen rode. Maakt niet uit, we moeten weer verder.


Ook hier groeit de prachtige, hemelsblauwe chicorei, Cichorium intybus.
We kunnen via een steil pad weer een strand op, je vindt hier zelden schelpen, wel heel veel fraai getekende en gekleurde kiezelstenen.


mooie steentjes en een onverwachte sprinkhaan
Een beetje vermoeiend, dat slenteren door het zand van fijn grind, maar toch ook weer prettig. Het weer is prima, warm, wel altijd wolken die tegen de bergkam oprollen, maar er zelden overheen geraken. Er is ook altijd wel ergens gedonder, diep dreigend donkergrijs of een lichtgrijze regenwaaier in de verte. Maar boven zee is het blauw en helder. Het is hier echt heel mooi.

Deze plant, die lijkt op een plant die ik ooit ook in Portugal tegenkwam, blijkt in het Nederlands Hottentotvijg te heten (Carpobrotus edulis):


Ook hier weer veel kuisheidsstruiken:

Op het strand groeien ook de mooie blauwe zeedistels (Eryngium maritimum):


En weer heel veel peen, mooi vind ik ze, hier met een bijzonder kevertje:
 M'n leukste vondst was deze plant:


Eerst dacht ik aan een distelachtige, maar na wat speurwerk blijkt het helemaal geen distel te zijn, ondanks de vervaarlijke stekels, maar de Kalketrip, Centaurea calcitrapa. Hij staat op de Nederlandse rode lijst van planten als zeer zeldzaam.

Vroeger in Zeeland, Zuid-Limburg, in het rivierengebied, op Ameland en bij Holwerd. Voor het laatst gevonden in 1964. In 1997 groeiden weer vijf planten langs een pad op de Sint-Pietersberg. Deze vakantie zag ik hem een paar maal.

Heerlijk zo te lopen hier, we komen weinig mensen tegen. Als we in het dorpje Lygia aankomen, gaan we bij het haventje lunchen. Een frisse salade en een heerlijke lauwwarme aardappelsalade. Met Retzisprite.


Nog even langs de kapel, over de strak aangelegde betonpaden door even strak aangelegd groen. Daar vlakbij wordt met Europees geld een sportaccomodatie aangelegd en gebouwd. Een geasfalteerd basketbalveld en een omrasterd voetbalveldje met een kunststof grasmat zijn nagenoeg gereed. Het echte gras probeert zich al door het nep heen te worstelen.
Een boom met lange peulen trekt mijn aandacht, het is de trompetboom.


Onderweg rapen we plastic (hebben we ons voorgenomen) en doen dat nu geregeld, wel met het zicht op een prullenbak of afvalcontainer. We nemen een jus d’orange en een witte frisse wijn op het overhangende terras, lekker koel windje.



Blootsvoets terug langs de waterlijn over het eigen strand. Goed voor de voeten. Jan en consorten zijn nog steeds op het strand, lang gesprek, meer een roddel over wie is wie, zelfbedachte namen geven zoals ons Mimosa-terras, Harry de Kelner, Bert de bedienende lachebek bij Velisarios, de stiekeme nazi. Zij doen dat ook, maar willen niet zeggen hoe ze ons noemen. Ik lach erom, en zeg dat het dan waarschijnlijk niet positief is. Jan's vrouw lacht terug, maar zegt niets.
We gaan eten bij Velisario, ik hou me aan de vegastische insteek, dikke bonen en spaghetti met uitsluitend tomato sauce. Gezellig druk, met schuin naast ons een tafel met twee vermoedelijk Servische stellen of Macedoniërs, we horen dat taaltje vaker. We denken aan Albanië, moeten we daar ook niet eens een keer heen? We hebben het al een tijd niet meer over het nieuwe huis gehad. Maar Mijn Architect voelt, terwijl hij daarover schrijft vlindertjes bij de gedachte aan een eigen werkplaats.
 “Sind Sie ein Künstler?” vraagt de baas aan hem, “ja”, antwoord hij, “kann man sagen, ich bin ein Architekt”.