dinsdag 1 februari 2011

Dinsdag Dicht (3)



geen Jans Pommerans
wel rust, liefde en geluk
daar in Nieuweschans


(n.a.v. onze allereerste vakantie in de provincie Groningen, 22-30 januari 2011)




donderdag 20 januari 2011

Neus


Gisteravond: Ik kom tegen zessen thuis en wil lekker gaan kokkerellen als de telefoon gaat.
Man zegt: Schrik niet, ik ben met de fiets gevallen en wacht nu op de ambulance!
Ik weet hoe hard hij altijd van zijn atelier naar het station fietst en denk shit, hoe erg is het en overmorgen gaan we op vakantie ... Ik pak m’n fiets en rij naar het ziekenhuis, de ambulance is er net iets eerder dan ik.

De rem van Man’s fiets blokkeerde plots en hij vloog over z’n stuur heen, op zijn gezicht. Door al het bloed ziet het er verschrikkelijk uit. De arts stelt de diagnose: gebroken neus, waarschijnlijk lichte hersenschudding en veel schaafwonden in gezicht en binnenkant handen. Boven op zijn neus, waar zijn bril zat is een wond die gehecht moet worden. Ook is een tetanusinjectie nodig. Omdat het uiteindelijk toch wel meevalt begint Man alweer grapjes te maken: Ik heb ook wel een flinke neus. De zeer jonge arts zegt nou de mijne mag er ook wezen, ik heb hem zelf ook eens gebroken. En de mannen neuzelen nog wat door, terwijl ik ook een beetje van de schrik bekom.

En wat zegt dat ondeugende doktertje dan …..

'An der Nase eines Mannes erkennt man sein Johannes'

Man zegt: Let op hoor, mijn vrouw is van Duitse komaf…
O, zegt de arts, dan kent u de uitdrukking …?

Nee, ik ken hem niet, maar ik versta het wel!

woensdag 19 januari 2011

Jeugd


Wij woonden in de jaren 60 aan de rand van Vlaardingen vlakbij een weggetje met boerderijen. Bij de eerste boerderij kon je mij vaak vinden. Ik vond het leuk om te kijken als de koeien gemolken werden en ik was dol op de boerin en haar drie zoons. Voor de boer was ik een beetje bang. Helemaal geweldig vond ik het als ik opgedroogde koeiepoep uit de koeiestaarten mocht borstelen.



Ik was een dromerig kind en vond het heerlijk om op een lome zomerdag in mijn eentje in het weiland te gaan zitten, leunend tegen een liggende koe en dan te gaan zingen.
Als mijn Nederlandse repertoire op was ging ik verder met de Duitse liedjes die mijn moeder soms voor me zong, zoals:

Hänschen klein, ging allein
In die weite Welt hinein .....

en

Aber Heidschi Bumbeidschi bumbum .....

En geloof het of niet, er kwamen meer en meer koeien naar me toe gesjokt en ze gingen allemaal om me heen liggen. Ik was er van overtuigd dat ik ze met mijn liedjes een plezier deed. Er bestaat geen foto van, maar ik zie het als een plaatje nog haarscherp voor me.

Soms denk ik wel eens: had ik niet beter een boer kunnen trouwen i.p.v. een architect?

Maar ja, Boer zoekt vrouw bestond nog niet.

zondag 16 januari 2011

Nikos Papazoglou

Tijdens onze reizen naar Griekenland waren we telkens op zoek naar muziek van twee fantastische zangers: Nikos Papazoglou en Orfeas Peridis. Hoewel er een wereld van verschil ligt tussen Griekenland en Groningen doet Harry Niehof me soms wel aan hen denken en omgedraaid ook.

In september 2009 waren wij in de streek Epiros, in het noordoosten van het vasteland, onder Albanië. Een nog niet door grote aantallen toeristen ontdekt deel van Griekenland.
Na veel vragen kwamen wij erachter dat er in de plaats Arta een goede muziekwinkel zou zijn.

Dat was bijna 150 km bij ons appartement vandaan, dus gingen we vroeg op pad. Alleen de autorit is het al waard om naar Arta te rijden, door zo'n fantastisch landschap. Arta is een stad, gebouwd op zeven heuvels aan de oevers van de rivier Arachtos en bekend om haar bijzondere brug. Een mooie Griekse stad en niet toeristisch. We slenteren op ons gemak door de omgeving en gaan heerlijk lunchen.

We lopen richting centrum, trap af en zijn blij verrast door het mooie winkelcentrum van Arta. We krijgen haast, het is bijna twee uur en dan sluiten de winkels, in sneltempo lopen we door de winkelstraat, vragen een paar keer naar de CD-shop en vinden hem achter de kerk, twee minuten voor sluitingstijd.


We vragen naar de zangers Nikos Papazoglou en Orfeas Peridis. De eigenaar begint wat tussen de CD’s te rommelen, niet overtuigend. Hij zegt 'very old' en vervolgt dat hij de muziek van deze zangers wel op de ‘piecie’ heeft. In de winkel staat een Duits stel waarvoor hij ook een CD aan het downloaden is. Heel apart, stel je voor dat ze dat thuis zouden doen! Hij rekent een tientje voor de Duitsers. Voor ons zegt hij dat er veel CD’s zijn van onze zangers, dus wordt het wat duurder. Hij vraagt of hij ze op een MP-3 disk zal zetten. We zeggen doe maar, we willen die muziek nou eenmaal graag hebben.

Na een tijdje achter de computer zegt hij dat hij 168 (!) songs op de CD gezet heeft. Hij vraagt er 20 euro voor. Later blijkt dat er zeker vijftien CD’s van de twee zangers op dat schijfje staan, ik wist niet eens dat er zoveel op past. Ik ben dolgelukkig. Dat schijfje is goud waard en ik zal het dus nooit uitlenen!
De CD doet het in de huurauto en de rest van de vakantie luisteren we tijdens onze ritten naar al die prachtige Griekse songs.

Hier een nummer van Nikos Papazoglou, Avgoustos:



Als je geïnteresseerd bent dan vind je op www.skopos.be/GrMuziek/ een uitgebreid verhaal over deze geweldige zanger.


Op 17 april 2011 bezweek Nikos Papazoglou aan kanker, nog maar net 63 jaar.

zaterdag 15 januari 2011

Vader

Duitsland, Cuxhaven 1956
Op deze foto zie je mijn moeder (21) met ... eh ... mijn verwekker. Wat straalt ze van verliefdheid! Ze waren naar een carnavalsfeestje. Zij was al getrouwd en had een zoontje van een jaar. Dat huwelijk liep op de klippen. Deze man, F. (33 jaar), was ook getrouwd en had kinderen. Het is een wonder dat ik nog foto’s heb waar hij op staat. Want mijn oma heeft alle foto’s waar deze man op stond verscheurd. Zodoende zijn er ook geen babyfoto’s van mij.
Het schijnt dat hij mijn moeder regelmatig beloofd heeft te scheiden, maar dat gebeurde niet, een bekend verhaal.

Mijn moeder woonde inmiddels na haar scheiding met haar eerste kind weer bij haar moeder. Zij raakte in verwachting van mij. Na mijn geboorte begon de strijd om geld, hij weigerde eerst mij als zijn kind te erkennen, maar uiteindelijk heeft hij dat wel gedaan, hoewel hij nooit aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan. Na mijn eerste verjaardag was mijn moeder alweer in verwachting van mijn zusje. F. heeft haar nooit erkend. Het werd hem te heet onder de voeten en hij ging terug naar zijn vrouw. Mijn zusje en ik hebben nooit meer iets van hem gehoord.

Mijn moeder had het zwaar, met drie kleine kinderen inwonen bij een zeer dominante moeder. Zij besloot een contactadvertentie te zetten in een of ander Duits krantje en dat krantje kwam toevallig bij een man in Nederland terecht.
Deze man, H. een alleenstaande man, met een zoon van 12 jaar, en mijn moeder gingen corresponderen en uiteindelijk trouwden ze. Hij was 16 jaar ouder dan zij. Zo kwam ik in 1962 met mijn zusje in Nederland terecht. Mijn broer bleef bij mijn oma in Duitsland.

Ik weet nog hoe blij ik was dat ik een vader kreeg. Hij werd voor mij ook echt mijn vader. Het leven leek rooskleuriger, van een zeer streng Duits huishouden naar een makkelijkere losse levenstijl in Nederland. Voor mijn moeder was het helemaal niet makkelijk, de zoon van mijn vader, mijn stiefbroer, zag zijn heerlijke leventje instorten door de komst van dat Duitse mens met twee dochters en maakte haar het leven zuur. Ook de familie van mijn vader moest weinig hebben van die ‘moffin’.

Er kwamen nog twee kinderen, een jongen en een meisje. We waren een rommelig gezin met stief- halve- en echte broers/zusjes. Hoewel mijn ouders van elkaar hielden was het geen gemakkelijk huwelijk, vooral door veel drankgebruik waren er altijd wel toestanden. Er was altijd geldgebrek. Ook vochten ze soms met elkaar. Ik heb als klein meisje dingen gezien die een kind niet hoort te zien. Uiteindelijk kon mijn echte zusje het niet meer aan, ging terug naar Duitsland om verder opgevoed te worden door mijn oma. Ik heb dus een Duitse broer en zus en een Nederlandse broer en zus. Mijn stiefbroer heeft later het contact verbroken. Maar dat zal vele jaren later weer hersteld worden.

Ik hield me wel staande, ook omdat ik dol op mijn vader was. Hij was een CPN-er, een Rooie Rakker werd hij genoemd. Hij hield van hout en timmeren was zijn lust en leven. Toen wij verhuisden naar een nieuwbouwflat, heeft hij alle kamers van boven tot onder voorzien van houten schroten, lijsten en schulpranden, dat ging door tot er geen muur of plafond nog leeg was. Het leek alsof we in een blokhut woonden.

Pa *03-02-1919 - ✝ 09-12-1986

Mijn vader was gek op de natuur, hij hield van de polder, wist veel over vogels. Hij ging eerst met mijn stiefbroer, later met mijn jongste broer vaak de polder in. Ik wilde dat ook graag, maar dat vond hij niks voor een ‘meidje’. Toch mocht ik een keertje mee, wat was ik gelukkig, met mijn vader struinen door het gras. De liefde voor de polder en het open landschap heb ik van hem.
Jammer dat hij zo jong overleed, op 67 jarige leeftijd.

Kortom mijn jeugd was er een van Himmelhoch jauchzend, zu Tode betrübt, ik was 16 toen ik het ouderlijk huis verliet.

vrijdag 14 januari 2011

Met Rintie en de camper op reis

In 1983 had mijn vriendje een oude Citroën HY op de kop getikt. Hij knutselde er een fantastisch soort camper van en we besloten er mee weg te gaan.
Ik had er mijn baan voor opgezegd, ik was jong en ik zou bij terugkeer wel weer wat vinden. Vriend had een eigen zaak, samen met een partner en die kon het wel even alleen af.

In de camper waren twee opklapbare planken gemaakt, als ze beide neergeklapt waren, met een matrasje erop, was het een bed, als er één neergeklapt was, werd deze gebruikt als tafel en aanrecht. Beide opgeklapt waren het kastdeuren die alles wat er achter lag tijdens het rijden op hun plek hield. De HY-bus, die wij Theo de Tank noemden, had aan de linkerkant ook een raampje en daar was een plankje gemaakt wat dienst deed als ‘studiehoekje’.
Omdat we allebei niet zo erg lang zijn konden we in de breedte slapen, zodat we veel ruimte hadden. Ideaal was ook dat je gewoon rechtop kon staan.
In ons rijdend huisje zijn wij bijna drie maanden door Italië en Frankrijk getrokken en als je zo lang samen in zo’n kleine ruimte leeft, leer je elkaar wel kennen.

zo sliepen we
Ik had toen al zo’n acht jaar een hond, Rintie. Hij was tien jaar toen we op reis gingen en natuurlijk ging hij mee.
Rintie was een soort Mechelse herder, niet raszuiver, en hoewel hij er indrukwekkend uitzag, was hij erg lief. Zo groot als hij was, toch was hij erg bang voor tekkels! Het liefst sprong hij dan bij je op schoot. Maar van mij moest je afblijven!

Toen we in het zuiden van Italië bij het Lago Ampollino, in de streek Calabrië, stonden begon Rint grote stenen uit het water te halen. Hij legde ze bij de camper neer en ging nieuwe halen. Ongelooflijk hoe hij die keien tussen z'n tanden kon vasthouden.


Hieronder ligt het 'vrouwtje' er nogal kwetsbaar bij tijdens een siësta op een camping vol met Italianen. Denk maar niet dat er ook maar iemand nader hoefde te komen!

We hebben deze periode zo’n tienduizend kilometer gereden. Dit was een geweldige ervaring en tijdens deze reis groeide het idee dat ik met deze man wel een kind zou willen. Dat gevoel had ik nog niet eerder gehad. Twee jaar na deze reis is onze zoon thuis geboren en Mijn Architect en ik zijn inmiddels bijna 30 jaar samen.
Al op de eerste dag lag Rintie voor de deur van de babykamer en de enigen die over hem heen mochten stappen waren wij.
Het was een fantastische hond. Ik mis hem nog vaak.


zaterdag 8 januari 2011

Groninger Povverd

Op onze Groningse reisjes kwam ik de Povverd tegen. Lees meer daarover op mijn andere blog.




Bovenstaande povverd maakte ik nog met melk en eieren en serveerde het met boter. Inmiddels wil ik dierlijke ingrediënten zo veel mogelijk vermijden en maakte dus een plantaardige versie.

donderdag 23 december 2010

Even iets anders ...


Opvliegers, Hot Flashes, Vapeurs... je hoort er wel eens over en het is blijkbaar iets grappigs  want zodra het ter sprake komt wordt er gelachen.  Daardoor kreeg ik het idee dat het niet zoveel voorstelde.
Juli 2010 kreeg ik een eerste opvlieger en de dagen die volgden gebeurde dat zo’n 10-12 keer per dag.
Niks om over te lachen! Ik raakte lichtelijk in paniek. Ik stond in brand. Een intense hitte die een uitweg uit mijn lichaam zocht. Het was een angstaanjagende, vreemde gewaarwording en helemaal niet grappig. Het was verschrikkelijk. De nachten waren nog erger. Drijfnat en niet kunnen slapen. Colonnes mieren die onder de huid van benen van boven naar beneden marcheerden en weer terug.

Aan de slag met zelfhulpmiddeltjes als salvia en rode klaver. Na een tijdje begon dat te werken, nog ‘maar’ 3x per dag een opvlieger. De mieren kwamen minder vaak langs. Maar hoe lang moet je dit blijven slikken? Ik hoorde van vrouwen dat het wel 10 jaar kon duren! En zijn die homeopathische middeltjes wel veilig? Duur waren ze in ieder geval wel.

Wat is dit voor gekkigheid? Ik snap dat er in het lichaam hormonaal een nieuwe balans moet worden gevonden, maar moet dat 10 jaar duren? Wat is daar het nut van? Ik probeer alle adviesjes een beetje te volgen. Weinig vlees, veel noten, niet teveel koffie, uitkijken met scherpe kruiden en matig met wijntjes. Dat laatste wil niet zo erg lukken, hoor.

Laagjes kleding, vestje aan, vestje uit. De ventilator boven het hoofdeind van het bed.
Ik heb me een tijdje als en schip op de woeste zee gevoeld, losgeslagen, niet begrijpend waarom ik het roer niet meer zelf kon bedienen. Maar de emotionele stormen zijn weer gaan liggen. Het gaat nu weer beter .... met hier en daar een opvlieger.

zaterdag 17 april 2010

Wildplukwandeling


Vandaag ga ik naar Den Bosch, een workshop over Eten uit het wild, gevonden in het blad Landleven. Nu nog heel betaalbaar. De begeleiders Edwin (Flores van Casa Foresta)
en Marloes deden het erg leuk.


Het was een leerzame middag en avond. Veel geleerd en erg geïnspireerd geraakt
De workshop vond plaats in een natuurgebied (Bossche Broek) vlakbij de binnenstad van Den Bosch.



Na het plukken konden een Bulthaup showroom gebruiken om de gerechten klaarmaken, zoals brandnetelsoep en duizendbladstamppotje. Lekker smaken vond ik vooral de pinksterbloemen. De bloemen van heermoes, als een soort asperges geroerbakt, vond ik minder geslaagd.
Dit was wel een aanleiding om me weer verder te verdiepen in eetbare wilde kruiden.



zondag 18 oktober 2009

Peren-vijgenjam



800 g peren (Doyenne du comice)
400 g vijgen
300 g appels (Jonagold)
1 tl kaneel
1 zakje vanillesuiker
anderhalf zakje Marmello
250 g suiker
sap van een citroen, met daarin een partje peer in piepkleine blokjes gesneden




Peer en appel met kaneel in bodempje water gaarkoken. Stukjes vijg toevoegen en nog tien minuten zachtjes laten koken. Suiker met Marmello mengen en toevoegen. Al roerende aan de kook brengen. Tot slot het citroensap met stukjes peer toevoegen. Druppeltest op koud schoteltje. Potjes vullen en op de kop zetten.




vrijdag 20 juni 2008

Sivota 2008, Dag 12, 13 en 14

Dag 12, woensdag 18 juni 

Vandaag een rustdag, langzame start met een een cappuccino en een tosti op een terras in Plataria. Onze aandacht wordt getrokken door een blauwe regen, bijna een boom, zo oud en groot, in een kronkel, ondersteund door stalen palen, waarna deze een volledig terras overwoekerd, een deel van zichzelf verstikt, als een kale oude man, met stukken haar aan de zijkanten.

Geen foto’s vandaag, batterijen niet opgeladen. We huren ligstoelen voor 2,— , niet echt verstandig in deze zon, het lijkt goed te gaan, maar de wind misleid ons. Henny gaat langs het lange strand heen en weer hardlopen en bekoopt dat met een goed verbrande huid.

We drinken wat op het terras, in de schaduw en hoeven niet te betalen voor de ligstoelen. Ik lees verder in ‘De botanica van het verlangen’ van Michael Pollan, erg interessant.


Plataria bevalt ons. Een terras verderop, terug over de brug eten we. We ergeren ons aan een Oostenrijks stel. Zij reageert verontwaardigd dat er uien in haar Greek Salad zitten, ze wil geen uien en wij willen geen Oostenrijkers op het terras.

Siësta ... in de haven nog een korte ontmoeting met Pat en Brian, we nemen vrijdag afscheid. Vanavond speelt Griekenland tegen Spanje. We eten codfish, de eerste keer vis nota bene ... en duiken verbrand onder de lakens.



Dag 13, donderdag 19 juni

 

Geroplatanos

Half negen opgestaan, ik maak een picknickpakketje klaar om mee te nemen. De weg leidt naar het noorden, Igoumenitsa, door de stad. Doel: een ‘archeological site’ bij Ragio. Vlak voor Mavroudi slaan we af naar Kastri, maar daar lijkt de weg toch een ‘witte weg’ te worden, en af en toe heel erg steil. Kastri en nog een dorp. De mannen in het dorp kijken ons vragend na, als we voor de tweede keer op de weg terug zijn. Dat belooft wat. Terug naar de hoofdweg, richting Parapotames, voorbij Ag. Georgos en afslag Dramasi. Overleg. 


‘Ziet dat daar in de verte er niet uit als een vervallen, historische nederzetting?’ We besluiten er naar toe te rijden, afslag Geroplatanos. 



Het is niet de site van Ragio, maar deze site gaat volgend jaar pas open, we mogen wel rondkijken. Men is aan het werk, vriendelijk en waarschuwt voor slangen. De opgravingen bestrijken uiteenlopende tijdvakken. Voor zover we hebben begrepen van voor ‘Christmas’ tot zelfs in vele eeuwen daarna. Het is heet, we zijn de enige bezoekers. Als we terugkeren is ook het kantoor open bij de ingang, we gaan naar binnen en krijgen uitleg in gebrekkig Engels en wat materiaal.





We besluiten onze weg te vervolgen in de richting die we gekomen zijn, maar niet voor lang, die hele weg staat niet eens op de kaart.

Ik spot onderweg een ooievaar in het veld die tamelijk lang stoïcijns blijft grazen ondanks een naderede tractor. 


Terug naar de hoofdweg en op de weg terug de afslag Filiates. Leuk stadje, tijd voor een versnapering en wat voor een. Gezellig terras. Een oude dame staat langzaam en wankelend op. Ik bied haar snel mijn arm en ze steekt er stevig haar arm in. Samen trapje naar de straat af en ze laat los en loopt weg, zonder blikken of blozen. Na Filiates via Asproklisi naar Sagiada, geweldig, vlak bij de Albanese grens, nog nooit waren we zo dicht in de buurt.

Lunch op het terras bij het water. Even met de blote voeten erin, brengt verkoeling.



Via Asproklisi en nota bene Ragio, waar we besluiten de site niet te bezoeken, eentje op een dag is wel genoeg, passeren we lopend een kudde schapen die vertwijfelt een schaduwplekje zoekt, en aanschouwen we een dam, watercentrale ... komen we uiteindelijk vrij onverwacht in Igoumenitsa uit en rijden zomaar rechtstreeks door naar ons appartement.

We eindigen op het terras bij Violeta en Andreas:  ‘Holland, Holland, this is paradise’, waar later Pat en Brian nog aanschuiven.

 


Dag 14, vrijdag, 20 juni


De laatste dag is begonnen. Henny leest de krant van vorige week zaterdag, kopje koffie. We eten de laatste eieren, brood en boter, restje kaas op als verlaat ontbijt. Ik begin met pakken. We besluiten in Plataria te lunchen op het terras waar we eerder zaten. Aardige gozer, komt nog met voorafje.


Nog even de gigantische Blauwe regen op de foto zetten en dan is het tijd voor de terugkeer naar het regenachtige Nederland.


 


dinsdag 17 juni 2008

Sivota 2008, Dag 11

Nikopolis, een tussendoel, is, als zo vaak, in feite niet veel meer dan een verzameling puin uit het verleden, een archeological site. Een prachtig, ontoegankelijk, dichtgegroeid, met verder instorten bedreigd theater. Een project dat nog in de kinderschoenen staat. Het monument van Augustus daarentegen, ooit opgericht door Octavianus, naar aanleiding van zijn overwinning bij Actium op Cleopatra en Marcus Antonius (lezen wij op de informatieborden), is al wat meer ingericht op het verwerken van bezoekers.

We blijven er niet te lang hangen, het is warm.

 







En wat dit was? Een vogel .... of een engel?


Na Nikopolis buigt de E-55 om naar het noorden, als ik de kaart mag geloven. Doel van de reis is eigenlijk Koronisia op het uiterste puntje van de Lagarou lagune, maar al eerder valt het besluit de wetlands eerder in te gaan, bij Petra.


Onderweg worden ons drie dingen beloofd, een Roman Villa, een kasteel en het Rodia Wetland Center. De eerste twee zijn onvindbaar, de laatste is open. We gaan het Wetland center in. Alsof, en dat bleek later ook zo te zijn, ze op ons hebben zitten wachten. Dimitris en een stagiaire. Met de neus in de boter. In het Engels wordt in een presentatiezaaltje aan de hand van borden uitgelegd wat er zoal bijzonder is in het gebied, let wel, we zijn de enige twee bezoekers.



Dimitri neemt ons mee op excursie per boot. We zijn sprakeloos. Zo stil hier, zo mooi.

Alleen de vogels hoor je. Er zijn hier heel veel soorten vogels, zoals bijvoorbeeld de bijzondere kroeskoppelikanen, die hier hun broedkolonie hebben.

We varen door de lagunes, krijgen uitgebreid uitleg over vogelsoorten en de palingkwekerij.











Dimitri laat een vangst zien, wiemelende palingen die met een hoop geglibber weer proberen te ontsnappen:




Hier vliegen een paar van die befaamde kroeskop-pelikanen:


Het was een fantastisch tochtje, en dat voor ons alleen!


Een tussenstop op de weg terug in Paramythia, een slaperig stadje, tegen een tamelijk stijle helling opgebouwd. We parkeren de auto en doen een rondje te voet en belanden uiteindelijk op een terras voor een rezzisprite met een verrassingshapje,  


Thuisgekomen naar Andreas, we nestelen ons op het terras voor een hapje en drankje en kijken naar Nederland-Roemenië 2-0.