maandag 3 september 2012

Floriade (1)


Ik wil een keer naar de Floriade. We bedachten dat een maandag wel de beste dag zou zijn. Hopelijk is het dan niet zo druk. Ik had al enthousiaste verhalen gehoord en er op verschillende blogs over gelezen. Man gaat meer voor de gebouwen en ik voor het groen.
Het begint wat somber als we op station Venlo aankomen, maar in de middag trekt de lucht open en krijgen we zon.

Man is wat teleurgesteld, de Innovatoren is niet te bezichtigen, er zitten bedrijven in en is niet openbaar. We vinden het een mooi gebouw.



Mooi materiaal, cortenstaal
We bestuderen de plattegrond en bedenken dat we in een middag nooit alles kunnen zien. We maken een keuze. We gaan niet naar shows, attracties enz. en proberen de ‘kidsdingen’ te vermijden. Daar is ook de meeste drukte, dat komt ons dan weer goed uit. Ook de aanwezige winkeltjes laten we links liggen.
Na koffie met vlaai gaan we van start.




Groendaken van sedumsoorten en de verschillend manieren om groene wanden te maken vond ik interessant. En natuurlijk historische groenten. De Wilde Weelde tuin vond ik mooi,
maar vooral ook The Easy Prairie Garden:





De duurzame tuin:




Nog wat indrukken:

Een doorzichtige bijenkast in het Bijenpaviljoen, fascinerend.

Prachtige constructie
Kunst van Sjer Jacobs
Op een bankje van dezelfde kunstenaar
Gekke spiegels


We vonden het toch een beetje tegenvallen. Het had soms een hoog Efteling-gehalte. Ik kan niet zeggen dat je er geweest moet zijn, je mist niet echt wat als je niet gaat. Ik had ook wat meer tuinen verwacht, meer over (stads)moestuinieren en ook wat meer willen proeven in het Huis van de Smaak dan weer de zoveelste nieuwe tomaat. Slimme dingen om de honger nu eindelijk de wereld uit te helpen. Maar we hebben natuurlijk niet alles gezien en het is wel erg veel lopen.
We hebben van deze dag genoten, ook veel leuks gezien en sommige dingen stemden tot nadenken, zoals groente telen met kunstlicht en op water.
Als we tegen zevenen bij station Venlo aankomen gaan we, daar tegenover, bij hotel Wilhelmina eerst nog een hapje eten. Rond elf uur zijn we weer thuis. Een hele reis. Over tien jaar weer een Floriade, wie weet waarvandaan we dan moeten reizen (ik hoop op Groningen).

zondag 2 september 2012

Op het eerste gezicht (9)


Veel verschil in een maand tijd na de Op het eerste gezicht van augustus.
Herfstkleurtjes verschijnen nu al. De allerlaatste tomaten en bonen.

Laatste soldaten- (of heilig) boontje
De Amorpha krijgt al gele blaadjes en de blauwe hortensia wordt roodpaars, de blauwe bes en de rhododendron krijgen rood blad.

Amorpha
Hortensia
Blauwe bes
Rhododendron
Sedum
mooie zaaddoosjes van het Zegekruid
Ook een nieuwe aanwinst, een Boksdoorn, (Lycium barbarum) beter bekend als Goji-bes, waarover meer in een later blog.


vrijdag 31 augustus 2012

Ketchup



Nog waren de tomaten van gisteren niet op. Ik besloot er ketchup van te maken.
Zo maakte ik het:

2 kg tomaten (allerlei soorten)
2 uien, 1 rode en 1 zoete witte
1 groen pepertje, zonder zaad
overgebleven steeltjes van basilicum, fijngehakt (niks wordt hier weggegooid)
500 ml appelazijn
1 tl korianderzaad
1 gedroogd chilipepertje
1 stukje foelie
1 tl zwarte peperkorrels
1 tl rode peperkorrels
2 kruidnagels
takje tijm
1 laurierblad
stukje verse gember
50 g witte basterdsuiker
50 g bruine basterdsuiker
zout en peper
1 zakje Marmello nr. 2

Snij de tomaten, uien, pepertje in stukjes en hak de basilicumsteeltjes fijn, zet op in een pan met een bodempje water, laat het een half uurtje pruttelen.
In een andere pan de azijn met alle kruiden en specerijen opzetten, aan de kook brengen en op laag vuur een half uurtje laten trekken.


De tomaten door een roerzeef doen, in omgespoelde pan doen, de azijn zeven en bij de tomaten gieten.
Suiker toevoegen en onder zo nu en dan roeren laten inkoken.
Naar smaak peper en zout toevoegen. Ik gebruikte de Marmello omdat ik hele dikke ketchup wilde.
In schone flesjes gieten, dop erop en tien minuten op de kop zetten (in een vaas).

Je wilt nooit meer ketchup uit de winkel!

zondag 19 augustus 2012

Rivierkreeftjes



Nu ik steeds vaker een rivierkreeft op het fietspad tegenkom, ben ik me eens gaan verdiepen in dit beest en kwam schokkende feiten tegen.
Het gaat om meerdere soorten van de Amerikaanse rivierkreeft. Het schijnt dat heel Zuid-Holland al vergeven is door de massale opmars van deze exoot. Ze zijn hier als voedsel gekomen, zijn in het wild uitgezet of ontsnapt bij onvoorzichtige aquarium- of vijverhouders. De kreeftjes planten zich razendsnel voort. Ze eten alles wat op hun pad komt, waterplanten verdwijnen, (beschermde) amfibieënpopulaties zijn verdwenenen, vissebroed eten ze op, dus geen kleine visjes meer. Vissen en vogels komen in de problemen.

De rivierkreeften maken in korte tijd van een heldere sloot met veel onderwaterleven een kale troebele sloot. Miljoenen bevolken nu de polders, sloten en singels hier. Je kunt het vergelijken met een sprinkhanenplaag, die vreten ook alles weg en trekken dan weer verder.
Ook graven ze tunnels en gaten waardoor oevers ernstig verzwakken, je zou ze  de muskusrat van de toekomst kunnen noemen.


Ik vind ze lekker en kocht ze weleens kant-en-klaar gepeld in die plastic bakjes, afkomstig uit China. Maar niet meer nadat ik gezien heb in een aflevering van Keuringsdienst van Waarde, afl. rivierkreeft … hoe ze daar gespoeld worden in ‘goedgekeurde chemicaliën’ ... brrr.
Wij zijn lid van Slow Food en die organiseert vanmiddag “Proef en beleef … Rivierkreeftjes uit het Groene Hart, een plaag of lekkernij?”

We hadden wel een fantastische middag, op de warmste dag tot nu toe! Op een prachtige plek bij een boomkweker worden we ontvangen met vlierbloesembubbels. Er wordt erg goed voor ons gezorgd bij deze hitte, er worden veel flesjes water uitgedeeld.
De visser Hans van der Laan vertelt het verhaal over de Amerikaanse rode rivierkreeft. Van hoe ze hier zijn gekomen, leven en worden gevangen.
Hij vertelt ons van het onderzoek en de pogingen om de strijd tegen deze dieren aan te gaan. Hij ontwikkelde speciale fuiken die geen schade aan de visstand toebrengen. En wat doe je dan met al die kreeftjes? Opeten!
Hoewel ik als flexitariër amper nog vlees eet vind ik dat als ze toch dood moeten, je ze beter kan opeten dan weggooien. Denk ik ... rationeel ... maar lastig blijft het ... dood dier.

We leren dat het dus echt een plaag is en dat ze ook erg lekker zijn. 
Probleem opgelost zou je denken?

Maar zo simpel is het niet. Als ze handel worden kunnen mensen misschien denken, ik zet ze ook uit in de sloot achter mij, kan ik makkelijk wat bijverdienen. En wordt het probleem alleen maar groter.
Wel opeten als ze gevangen worden, maar het moet bestrijding blijven, het mag geen handel worden, dat is het dilemma.
Hij noemt het een ecologische tijdbom. Het is trouwens niet toegestaan om ze te vangen als je geen beroepsvisser bent. Als ik er een paar zou vangen voor een maaltje, komt er weer ruimte en gaan ze nog harder groeien.
Hans is een boeiende verteller, het is allemaal razend interessant.
De mensen van SlowFood laten ons ondertussen kennis maken met hapjes van de kreeft. 



We gaan met Hans in zijn bootje het water op en kijken naar de fuiken. Intussen is Marian Humme, van Groene Hart Catering, in de weer met het bereiden van gerechten met de rivierkreeftjes.
Daarna gaan we aan de lange, mooi gedekte tafel zitten op een plek onder de bomen. Leuke mensen ontmoeten en lekker eten.


We beginnen met een bisque. Daarna naturel kreeftjes en mayonaise, met heerlijk brood en boter. Een frisse seizoensalade, een lekkere rosé.
Dan moeten we zelf aan de slag met pellen, even iets overwinnen, al die scharen en pootjes. Het is een handigheid, het lukt met al snel om het kleine stukje vlees er heel uit te halen. 



Tot slot nog een nagerecht met zomerfruit en munt. We krijgen nog een tas met info en de recepten mee.
Wat vonden we dit een leuke, goed georganiseerde middag, er ging een wereld voor ons open, we hebben genoten van alles wat geboden werd.

Relevante links:






Hier nog een filmpje van Jeroen, die leuke Belgische kok



* Update 2013: Inmiddels eet ik geen dieren meer. Ik vind het nog steeds jammer dat deze invatieve rivierkreeften hier in bijna alle sloten voorkomen en dat zodoende de oorspronkelijke bewoners uitsterven. Maar ik hoef ze niet meer ... wat moet je er dan wel mee? Als, en met nadruk als het echt noodzakelijk is om ze te bestrijden ... maak er dan maar kattevoer van.




donderdag 16 augustus 2012

Blij met bonen


Een jaar geleden kocht ik op een Streekproductenmarkt in Groningen verschillende gedroogde bonen. Daar zaten kleurige soorten bij.
Rond het oog (de plek waar ze in de peul vastzaten) zit een tekening. Sommige noemen het soldatenbonen omdat de tekening doet denken aan een tinnensoldaatje uit de 18e eeuw met pluimhelm. In Frankrijk is de boon vernoemd naar de Cavaliers van de orde van de Heilige Geest.
Anderen zeggen weer adelaarsboon, die zien er een roofvogel in. Mijn man zag er meer een motorrijder in en ik noem ze gewoon m’n boontjes uit Groningen.

Ook wordt deze boon wel een heilig boontje genoemd, omdat er een engeltje in gezien wordt.


De naam monstransboon kwam ik ook nog tegen.
Een monstrans is een pronkstuk dat in de katholieke kerk wordt gebruikt voor het tonen van de hostie (er werd er hier laatst nog een gestolen uit het Gouds Museum).
Het verhaal gaat dat in het verleden een pastoor ooit een kostbare monstrans begroef, als bescherming tegen rovende soldaten en op die plek boontjes zaaide.
De vijand heeft de verborgen schat niet gevonden, maar op de geoogste boontjes bevond zich, tot verbazing van de pastor en zijn parochianen, het silhouet van de begraven monstrans!
Mijn gezaaide sperziebonen waren ter ziele gegaan aan de verwelkingsziekte. Ik besloot een nieuwe poging te doen met zes soldatenboontjes, als probeersel en omdat ik nieuwsgierig was welke kleur bloemen ze zouden krijgen.



Ze groeiden voorspoedig en kregen gewoon witte bloemen. Even ging het wat minder, maar na wat mest ging het weer goed. Ik oogste een paar jongen bonen om te proeven als een soort sperzieboon. Ze hadden draden en waren nogal stevig. Niet echt lekker.
Na wat speuren op internet kwam ik erachter dat het een erg oud bonenras is (droogboon) en voornamelijk werd gebruikt als soepboon. Een droogboon heeft een harde schil en moet worden gedroogd. Dan kan men hem doppen en eten. Maar het bijzondere van deze boon is, dat men hem ook voor het drogen doppen kan.



Inderdaad droogbonen. Ik liet ze hangen tot vorige week. Sommige peulen waren al droog en geel. Het is verbazingwekend wat een hoeveelheid je weer krijgt van zes gezaaide boontjes.



Ik haalde ze uit de peulen, de gedroogde waren al keiharde boontjes, de andere waren nog redelijk zacht, en ik besloot daar een gerecht à la Jamie Oliver van te maken.


Ik deed de bonen in een pan, water tot ze onderstonden, met een teen knoflook, laurierblaadje, takje tijm en rozemarijn.
Ik had geen idee hoelang ze moesten koken, dus steeds even prikken en proeven. Na ruim een half uur waren ze goed. We aten ze met kabeljauw, pasta en tomatensalade. Wat voor naam ze ook hebben, ze waren vooral erg lekker. Behalve de bonen en de tomaten kwamen ook de verse kruiden uit eigen dakterrasmoestuin … dat je van zoiets simpels zo blij kan worden.