vrijdag 12 juli 2013

Risotto met dubbelgedopte tuinbonen

Onderweg naar het werk kom ik een stalletje tegen met groente, dan dacht ik oh, op de terugweg even kijken … en dan was alles al weg. Nu was ik slimmer en nam het gelijk mee, geld achtetlaten in een kistje … geweldig, een grote zak tuinbonen en een zakje met 6 kleine bietjes (recept morgen). 


Ik ben gek op risotto … om te eten, maar vooral ook om te maken, dat langzame koken, roeren, mijmeren, zo rustgevend.

Met de tuinbonen maak ik de volgende risotto:

1 kg tuinbonen
200 g Arboriorijst
1 gele paprika
1 sjalot, gesnipperd
2 bosuitjes, in ringen gesneden
1 liter groentebouillon
1 tl kurkuma
1 tl karwijzaad
citroenrasp en -sap van een halve citroen
boter
50 g geraspte Grana Padano (o.i.d.)

Dop de tuinbonen en kook ze drie minuten in water. Laat uitlekken, spoel af met koud water en verwijder de plastic-achtige velletjes (ook een meditatief werkje).

Smelt wat boter in een pan en smoor op laag vuur de uien een paar minuten, voeg de paprika, kurkuma en karwijzaad toe, laat 10 minuten smoren.
Voeg de rijst toe en roer tot de korrels rondom bedekt zijn met boter.
Voeg nu steeds met een soeplepel de bouillon toe, en laat al roerende opnemen.
Voeg dan weer een lepel bouillon toe. Bij de laatste lepel de tuinboontjes toevoegen

Roer het citroenrasp en -sap toe, nog een klont boter en de kaas. Goed doorroeren.


donderdag 11 juli 2013

Op het eerste gezicht ... in de berm (9)


Ik loop hopeloos achter met m'n bermprojectje. Omdat sommige bermen al vroeg gemaaid werden en andere helemaal op de schop gingen omdat de beschoeiing vernieuwd moest worden dacht ik niet aan nieuwe blogjes plaatsen. Ik fotografeerde hier en daar wel bloemen, maar stopte deze in een mapje met het idee dat komt wel. Nu ik ze eens bekeek bleek ik toch ongemerkt zo'n 24 nieuwe soorten te hebben en is er zomaar een maand voorbij sinds de laatste Op het eerste gezicht …
Wat een werk … ik kan van een heleboel de namen niet meer noemen, dus maar speuren op internet en in mijn boeken. Wat ik trouwens wel erg leuk vind om te doen.

Lastig benoemen vind ik de bloemen die paardebloemachtig zijn. En het benoemen van de vele schermbloemigen heb ik maar helemaal losgelaten.

Toen ik dit Robertskruid wilde fotograferen, zwom daar plots een ringslang voorbij, dat was een extra cadeautje!



Hier een gedeelte van de gefotografeerde bloemen van de afgelopen weken, de nummers verwijzen naar de hele lijst die telkens bij het laatste blogje geplaatst wordt (mochten namen toch niet kloppen, hoor ik het graag):

Beemdkroon (38)
Biggekruid (39) 
Gewone Brunel (40)
Gewone rolklaver (41)
Kaal knopkruid (42) met daaronder Hopklaver (43)
Kamille (44)
Kattestaart (45)
Verbaasd en verrukt ben ik wel over de grote hoeveelheid bloemen die ik spot tussen huis en werk. 


En er is nog veel meer dat ik niet eens op de foto zet. Sommige zijn te klein voor mijn gehavende lens en mijn toestel heeft ook moeite met gele bloemen, dat wordt soms een vage gele vlek. Ik blijf knippen met de hoop dat er nog een duidelijke foto bijzit en anders laat ik het maar. 

zaterdag 6 juli 2013

Vlierbloesemsiroop 2013

Bloeiende vlier bij het kerkje van Krewerd, Groningen, 26-6-2013
In 2012 had ik mijn vlierbloesemsiroop al klaar op 14 juni, zie hier. Dit jaar was het wachten en wachten. Al die regen, ik had er een hard hoofd in.
De laatste twee weken van juni was ik op vakantie in Groningen en als ik daar prachtige plukrijpe schermen zag, hoopte ik vurig dat er nog wat voor me zou zijn bij thuiskomst.
Goudse Hout, onbereikbare bloesem
Afgelopen donderdag ging ik op zoek. Het viel niet mee om een mandje vol te krijgen.
De mooiste vlierschermen zijn of onbereikbaar, of te hoog of aan de waterkant, of ik moet me een weg banen door metershoge brandnetel en kleefkruid en dan maar twee schermpjes kunnen plukken. Bramenstruiken grijpen me woest vast, maar ik zet door, ik moet en zal vlierbloesemsiroop maken. Veel bloesems zijn al te ver heen, ik vind nu minder schermen met veel stuifmeel en dat bepaalt de smaak.

Uren rondfietsen en onder de brandnetelbultjes, braamschaafwondjes, volgeplakt met bolletjes kleefkruid en allerlei eng kriebelgespuis vastgeplakt op m'n natte rug en in m'n decolleté, het is het allemaal waard, ik heb m'n mandje vol!
Ik maak de siroop weer hetzelfde als vorig jaar, die was goed van smaak.


Na het verwijderen van de takjes  heb ik ongeveer 250 g bloemetjes, ik voeg er twee liter lauw water bij, een biologische citroen in plakken en een vanillestokje. Gewicht erop en anderhalve dag laten staan.

Vanmorgen heb ik het geheel door een zeef gegoten en het vocht nog eens door een doek.
Ik zet het op een zacht vuur en roer er anderhalve kilo suiker door. Goed roeren tot suiker oplost. Daar voeg ik 22 gr citroenzuur aan toe voor de houdbaarheid.
Tegen de kook aanbrengen, niet borrelend laten koken, dan met trechter in brandschone flesjes gieten. Op kop zetten, omdraaien, testen of deksel niet meer flopt, dan is het goed.


Twaalf flesjes, nu niet net als vorig jaar teveel weggeven (twee al beloofd) met de rest proberen uit te komen tot de volgende pluk.
We beginnen deze avond met een glas witte bubbeltjeswijn met vlierbloesemsiroop … 

maandag 17 juni 2013

Vakantiekoken


We zijn op vakantie in Molenrij, Groningen en hebben een Hut op een camping.
Er is een gasstel en om het vakantiebudget wat te ontzien gaan we een paar keer niet uit eten, maar ga ik zelf kokkerellen.

Ik wil niet veel boodschappen doen, want anders moet er misschien wat weggegooid worden … en dat mag niet.
Om een maaltijd te bereiden zonder de uitgebreide kruidenvoorraad thuis moet je gebruik maken van wat slimmigheidjes zoals de olie gebruiken uit een bakje olijven.
In de supermarkt liggen spotgoedkope asperges, ze zien er goed uit. Er zijn losse aardappels, uien en tomaten te koop, dus kan ik precies de benodigde kleine hoeveelheid kopen.


Er staan allerlei pannen en schaaltjes in de keukenkastjes, alleen er is geen dunschiller ... asperges met een kaasschaaf schillen is levensgevaarlijk, maar lukt zonder bloederige toestanden.
Aardappels kook ik kort voor en bak ze dan in de boter.
Een salade van tomaat, paprika, avocado, ui en olijven aanmaken met de olijvenolie.

Een omelet erbij, met kruiden die ik pluk naast de hut: zevenblad, dovenetel en vogelmuur.
Gezellig zo eten in onze hut!


Een volgende keer eten we vakantiepasta, dat bestaat standaard uit groente, pasta en een pot gekruide tomatensaus. Nu van courgette, een ui, paprika, doosje champignos en vegetarisch gehakt. Wat zout en geraspte kaas en klaar is het simpele maaltje, genoeg voor twee dagen.


vrijdag 14 juni 2013

Op het eerste gezicht … in de berm (8)

Eind mei is een gedeelte - van de bermen waar ik de verschijning van de wilde bloemen volg - helaas al gemaaid. Ik hoop dat men dat niet op al mijn gekozen bermen gaat doen. Er is een stuk waar ik vorig jaar een orchis ontdekte, maar voordat ik kon nagaan welke soort, was deze al verdwenen, misschien geplukt. Ik hoopte erop dat ik hem dit jaar zou kunnen fotograferen.
Maar begin juni wordt er nog meer gemaaid, het blijkt dat de gemeente de beschoeiing langs mijn fietsroute gaat vervangen.
Dat is lastig voor m’n bermprojectje, maar ook wel weer spannend … hoe snel herstelt de beplanting zich?


Ik zag voor het maaien begon al een beginnetje van het blad van de wikke, maar nog geen bloemen, dus mocht het niet in m’n lijstje. Nu maar weer wachten tot hij opnieuw begint.
Omdat de blogjes misschien wat saai zouden worden van gemaaide bermen, noem ik ook bloemen op andere plekken waar ik regelmatig langsfiets.
Margriet (26)

Echte Koekoeksbloem (27)
Robertskruid (28)

Melkdistel (29)
Klaproos (30)
Adderwortel (31)
Gele lis (32)
Dagkoekoeksbloem (33)
Wilde Roos (34)
Valeriaan (35)

Vogelwikke (36)
Perzikkruid (37)
Een bijna dagelijks terugkerende kleine ergernis ... wie verzint zo’n rare afkorting en waarom? Ruimtegebrek is het niet …  ‘-ug’ had er nog makkelijk op gepast.


zaterdag 8 juni 2013

Kalfjes (3)


Terugkomend van mijn werk ontdekte ik opeens een bord wat me niet eerder opgevallen was. Benieuwd stapte ik af.
Het gaat om een nieuw wandelpad door de polder. Ik klim over het hek en wandel een stuk het pad op. Opeens zie allemaal kalfjes liggen!
Dat ik dit nu moet tegenkomen, wat een feestje na m'n gepieker over de kalfjes in de hokken hier vlakbij en het gedoe op facebook.


De kalfjes liggen lekker in het zonnetje, ze zijn op hun hoede, maar kijken me nieuwsgierig aan. Heel langzaam nader ik ze en ga er voorzichtig tussen zitten. Wat zien ze er mooi en lief uit. 

Verrukt vertel ik thuis aan Man mijn ontdekking en de volgende dag gaan we samen even kijken.
Er komt net een tractor met in de aanhanger twee drachtige koeien aanrijden. Ik groet de boer en vraag of het echt mag, hier lopen.


De boer vertelt dat dit pad afgelopen zaterdag is opgesteld. Er staan hier zo'n 16 kalfjes.
Ik vraag of hij weet hoe het zit met de kalfjes bij de veehouder iets verderop. Het zijn geen kistkalveren, die hokken zijn ruimer, het is voor hun eigen bestwil. 
Ik heb het idee dat de boer bij mijn vragen denkt— ach gos wat heeft die stadse geromantiseerde gedachten over veehouden.
Langzaam en geduldig legt hij het me uit, alsof hij het tegen iemand heeft die niet helemaal goed bij z'n hoofd is. 
Het is een dilemma tussen boer en burger denk ik, we kunnen elkaars standpunten gewoon niet begrijpen.
Als jonge kalfjes bij elkaar staan, gaan ze aan elkaar zuigen, vertelt hij, dus gaan ze zo'n twee maanden apart in een hok.
Ze worden snel bij de moeder weggehaald omdat deze zich anders aan haar kalf gaat hechten. Hoe langer het kalf bij de moeder blijft, hoe moeilijker het wordt, en het moet toch eens gebeuren.
Natuurlijk willen jonge dieren zuigen, denk ik dan, het zijn zoogdieren, natuurlijk mist een koe haar kalf, zoals elke moeder wiens kind wordt afgenomen. 

Ik ben niet tegen boeren (vroeger wilde ik zelf boerin worden) en ik kan hun gedachtegang ergens wel begrijpen. 
Een boer houdt natuurlijk koeien als broodwinning. Melk is handel. Je kunt koeien niet zien als mensen, dat schiet niet op.
Maar de zuivelsector is uit de hand gelopen en ik vind het dierenleed niet meer aanvaardbaar.

Gelukkig zijn er wel steeds meer biologische boeren waar het anders toe gaat. Binnenkort ga ik eens op zo'n boerderij kijken.


Maar nu kan ik dus van blije kalfjes genieten, wanneer ik maar wil, ik fiets er bijna dagelijks langs. Blij word ik ervan!

Er zijn een paar kalfjes die niet meer bang voor me zijn, ik onthoud het nummer op hun oormerk en geef ze zelf een eigen naam. Ik kan ze aaien en krabben. Eentje is vooral aanhankelijk, ik noem haar Balsemien. Ze is als een balsem voor de ziel, na de treurigheid van die hokkalfjes.
Balsemien is aanhankelijk, likt aan mijn hand en duwt tegen me … zodat ik met m'n schoen midden in een koeievlaai terechtkom.
Misschien voortaan maar kaplaarzen in m'n fietstas stoppen?



Update: Een paar dagen later heb ik ze allemaal op de foto gezet:



zondag 2 juni 2013

Eetbare planten



In 2010 heb ik voor het eerst aan een wildeplantenworkshop meegedaan en daarna nog een paar maal, en sindsdien ben ik steeds enthousiaster geworden.

In mijn favoriete (al 40 jaar oude) boek van Richard Mabey staat in het voorwoord het volgende:
Ondanks onze oppervlakkige voorkeur voor het ‘inlandse' product lijken voedselsoorten, die het verst buiten ons gezicht werden gekweekt, toch het populairste. Er mag geen spoortje vuil of wisselvalligheden van het groeiproces aanwezig zijn. Het product moet er aantrekkelijk, goedgevormd en ‘normaal’ uitzien – allemaal eigenschappen die wilde planten zelden bezitten.

Iedere groentesoort ergens op de wereld was eens een wilde plant. Wat we nu kopen en eten is niets anders dan de resultaten van generaties experimenten bij het kweken van planten.
De laatste tijd zijn er veel bedenkelijke pogingen gedaan tot het verbeteren van kleur en vorm. Evenals bij het fokken van dieren kunnen verbeteringen van dergelijke specifieke eigenschappen leiden tot het verslechteren van andere. In het geval van vruchten wordt gewoonlijk aroma opgeofferd, zoals iedereen weet die zich liet verleiden door reusachtige, stralend rode tomaten. Maar al heeft het kweken van planten geleid tot smakeloze producten met flauwe aroma's, al is veel opgeofferd terwille van het gemak, die oude sterke smaak, de kronkelige wortels en de lastige bladeren zijn er nog altijd voor hen die ernaar willen zoeken. Bijna iedere moestuingroente heeft ergens een florerende wilde voorvader. In tijden van schaarste keert men tot deze plant terug maar iedere keer met minder vindingrijkheid en vertrouwen, met minder kennis over wat  het is en hoe het gebruikt kan worden. Ik schreef dit boek omdat ik het verdrietig vind dat deze enorme voorraad gratis wilde voedingsmiddelen bij praktisch iedereen onbekend is en omdat er gevaar bestaat dat het gebruik ervan algemeen onbekend wordt.

Net als de schrijver heb ik belangstelling voor de wilde planten en ook een kleine zucht naar avontuur.
Verder vind ik de verrassende aroma's, soms kruidig, wrang of bitter, bijzonder interessant. Vele zijn een delicatesse en dat maakt het helemaal waard om ernaar te zoeken. Een leuke bijkomstigheid is ook dat het gratis is. 

Ik ben geen plantendeskundige, dus ik pluk alleen die planten die ik herken en die ik niet kan verwarren met andere die giftig kunnen zijn.
In brandnetels en paardebloemen kan je je moeilijk vergissen.
Maar om weer eens nieuwe soorten te leren kennen ga ik graag mee met een workshop of excursie.

Vandaag ben ik meegeweest met een plantenwandeling georganiseerd door Daniëlle van Inari-survival.

Het was een heerlijke dagje, met een klein groepje leuke mensen, op stap op het mooie landgoed Oostbroek in De Bilt. We hebben ook geluk met het weer, een heerlijke zonnige dag.

Veel soorten van de besproken planten ken ik al, toch is het leuk om ook daar weer nieuwe dingen over te horen, bijvoorbeeld dat van de gele bloemblaadjes van de paardebloem ook siroop of gelei te maken is, of dat je van de bloemkopjes kappertjes kan maken. Dat kan trouwens ook van madeliefknopjes.
Look-zonder-look eerste jaar
Ik ken de look-zonder-look, maar wist niet dat deze tweejarig was en het blad er het eerste jaar anders uitziet en ook smaakvoller is dan in het tweede jaar.
En dat kleefkruid ook eetbaar is en de bloemen van de rode klaver ook.

Tijdens de wandeling ook oog voor de mooie omgeving en zien we plots een ringslang, voor mij de eerste keer.


Ringslang
Planten die ik nog niet kende waren de grote klis, waterpeper (echt scherpe smaak) en kraailook, waar ik erg enthousiast over ben, eigenlijk beter dan gewone bieslook. 

Waterpeper

Daslook 

Meidoornbloesem
Allerlei nieuwe dingen leerde ik, zoals dat je van meidoornbloesem siroop kan maken, dat de wortels van distels eetbaar zijn, dat je ruwbladigen beter niet rauw en niet te vaak eet (smeerwortel, komkommerkruid). Ook nog hoe je brandnetel plukt zonder prik en hoe je brandnetel zelfs rauw kan eten!
Er komt nog een lijstje met alle gevonden planten.

Daniëlle met het blad van de grote klis, handig om b.v. vis in te pakken voor op de BBQ

Een van de deelnemers graaft een wortel van de grote klis uit, met een handig opvouwbaar schepje

Het binnenste van de wortel van de grote klis, zetmeelrijk en smaakvol
Na deze wandeling rijden we naar restaurant Galjaard, waar we een heerlijke lunch krijgen, met ingrediënten van wilde planten. Omdat het mooi weer is kunnen we buiten eten, wat het nog specialer maakt.



Een heerlijke paddestoelensoep (onder) met zevenblad, look-zonder-look en kleefkruid.
Lekker brood met daarbij pesto (linksboven) van brandnetel en walnoten, een kruidenolie van hondsdraf en zevenblad voor over de rauwkost en een ongelofelijk lekkere mayonaise (rechtsboven) met muur en dovenetel voor bij de frieten.
Alles heeft zulke lekkere, intense smaken, we worden er helemaal blij van!