zaterdag 30 april 2011

Gemarineerde aardbeien met sorbetijs en basilicumsuiker


150 ml rode wijn
150 g suiker
1 laurierblaadje
stukje citroenschil
1 tl arrowroot 
aardbeien (ongeveer 5 p.p.)
2 takjes tijm
4 eetlepels balsamicoazijn
citroen sorbetijs (AH)

basilicum
50 g suiker

Breng wijn, laurier, suiker, tijm en citroenschil aan de kook. Kook de wijn 15 min. op middelhoog vuur in. Voeg balsamicoazijn toe. Met arrowroot iets indikken.
Leg de schoongemaakte aardbeien in een schaal en schenk er de warme wijnsiroop door een zeef over. Laat afkoelen en in de koelkast enkele uren (of een nacht) marineren. Verdeel de aardbeien over 4 coupes met wat siroop en schep er een bol ijs op. Garneer met de basilicumsuiker en een blaadje basilicum.

Basilicumsuiker
Snijd ongeveer 10 basilicumblaadjes fijn. (Houd 4 blaadjes achter). Maal de fijngesneden blaadjes met suiker fijn in het hakmolentje van de staafmixer tot mooie groene suiker. 






vrijdag 29 april 2011

Jarig

Ik hou niet van verjaardagen, vooral niet de mijne. Het is in het verleden vaak voorgekomen dat er verjaarsvisite voor niks voor de deur stond. Want men had de volgende dag toch vrij. Maar ik was nooit thuis die dag.
Ik ben meestal een weekendje weg. Ik heb er geen zin in. Voor mij geen verjaarsvisite en in een rondje zitten en toastjes eten. Ik hou heus wel van gezelligheid, maar niet zo en niet op die dag.
Ik herinner me als kind dat je in de klas op een stoel moest staan en de kinderen zongen dan voor je. Ik vond mezelf vroeger een lange magere panlat en was erg verlegen. Ik viel liever niet op. Daar stond je dan, wat duurde Lang zal ze leven dan lang. Ik wist dan niet hoe ik moest kijken. Verschrikkelijk.

En nu heb ik er nog weinig mee. Gewoon gewerkt vandaag. De bewoners wel getrakteerd op een stuk povverd. Veel knuffels en zoenen, dat vind ik dan weer wel leuk. Een bos bloemen, zo lief, van de vrijwilligers.
Hoe oud ben je nu geworden? Ik heb niet echt problemen met mijn leeftijd, maar zeg het toch liever niet. Het is net of mensen je anders benaderen als ze het weten. Maar een geheim is het niet. De bewoners (80ers en 90ers) liet ik raden vanmorgen, 30 en 32 werd er gezegd, ha, more, more.
Nee, zei ik 34 (plus 20). Hilariteit en ongeloof.

Het maakt ook eigenlijk niks uit, het lastige is dat je je soms verbijsterd afvraagt waar in hemelsnaam al die jaren gebleven zijn.
Van binnen blijf je je wel jong voelen, maar het lichamelijk verval slaat meedogenloos toe. Ik werk met oude mensen en je ziet wel eens wat. Ik kan u vertellen ... het wordt nog veel en veel erger. Een honkbaltrainer van mijn zoon riep destijds om de haverklap: accepteren, accepteren!
Dat roep ik dan ook maar regelmatig tegen mezelf, vooral toen ik deze oude foto terugvond, waarop ik 21 jaar was. Zucht.

donderdag 28 april 2011

Metselbijtjes

Hotels voor metselbijtjes zijn helemaal in, begrijp ik. Ik heb zoiets weleens onder de dakrand gehad die in de serre uitkwam. De jonge bijtjes die wilden uitvliegen hadden niet in de gaten dat ze een meter naar beneden moesten vliegen om de deur uit te kunnen. Ze bleven maar radeloos bovenin rondvliegen.
Dagelijks ging ik ze met een schepnet vangen om dit prille leven te redden. Je moet er wat lamme armen voor over hebben!


Iemand dacht dat een bamboe windgong een bijenhotel is. Nee, nee dat is geen geschikt bijenhotel. Hoewel, ik heb op mijn dakterras nog zo'n oud ding hangen en zag vorige week in het smalste pijpje een bijtje bezig.

Toen ik net even keek, was het inmiddels dichtgemetseld. Nou zeg, nu maar hopen dat het larfje oordopjes heeft.

vrijdag 22 april 2011

Ze zijn er weer ... Gierzwaluwen!


Toen wij net in ons huidige huis woonden, keek ik verbaasd naar de lucht boven ons dakterras. Het was zomer en ik hoorde een luid ‘Srie Srie’ en zag een gigantische hoeveelheid door de lucht scherende vogels. Ik wist toen nog niet van het bestaan van de Gierzwaluw (Apus Apus).
Inmiddels is het mijn lievelingsvogel en elk jaar kijk ik uit naar hun komst in april. Wij zeggen wel eens, het zijn eigenlijk geen vogels, het zijn magische wezens. Men zei altijd dat ze op Koninginnedag terugkeren, maar eigenlijk was het een dag eerder, op mijn verjaardag. Tegenwoordig komen ze nog eerder. 

Een aantal jaar geleden hadden we een nestje, er was een iets weggezakte pan op ons dak en in die minuscule ruimte werden jonge gierzwaluwen grootgebracht. We hoorden ze piepen. Helaas is dat maar bij een keer gebleven.

De afgelopen dagen speurde ik de hemel af of ik ze al zag. Vanavond aten we op het dakterras en hadden het erover. En opeens riep Mijn Architect: daar zijn ze! Inderdaad, vier stuks vlogen in duizelende vaart rechtboven ons en we hoorden het bekende srie srie.
Gek dat je daar zo blij van kunt worden. Daarentegen ben ik ook altijd wat bedrukt als ze weer verdwijnen. Hoewel het nog vroeg in de zomer is, lijkt het of de zomer dan alweer voorbij is, en missen we ze.
Inmiddels weet ik dat ze maar zo’n honderd dagen blijven en dan weer samen met hun jongen naar Afrika vertrekken. Maar nu eerst nog drie maanden genieten.

vrijdag 15 april 2011

Struinen en eetbare bloemen plukken


Dotterbloem (niet eetbaar)
Wat was het weer een heerlijke middag. Samen met Sofietje bloemen en brandnetels plukken voor lekker eten uit de natuur. Veel kleine kikkertjes gezien en ook kievitsbloemen. Maar ik ga voor de Pinksterbloemen. Die zijn familie van de kerssoorten en smaken heerlijk peperig.
Pinksterbloem
De brandnetels zijn weer in de pasta gegaan, maar in plaats van zalm heb ik nu rivierkreeftjes gebruikt. Ook lekker. 

Pasta met brandnetel en rivierkreeftjes
Daarbij een salade waar je vrolijk van wordt: met pinksterbloemen, koolzaadbloemen, viooltjes, paarse dovenetelbloemen en vogelmuur. De geplukte madeliefjes heb ik niet gebruikt, want die hadden hun bloemhoofdjes inmiddels gesloten.

Wilde bloemensalade

zaterdag 2 april 2011

Schiere dag met Retsisprite

De eerste echte mooie dag dit jaar, wat is het toch geweldig als het weer lekker zonnig is! Wij hebben geen tuin, maar wel een flink dakterras en er moet gewerkt worden … het dakterras moet ‘gekärcherd’ worden. Eén keer per jaar moeten de vlonders schoongemaakt worden, ze worden in de loop van het jaar groen en dus glad.
Man trekt de kaplaarzen aan en begint. Je hebt direct eer van je werk … het lijkt wel schilderen, de planken krijgen weer hun voormalige mooie kleur.


Terwijl hij zo bezig is fladdert er steeds een hemelsblauw vlindertje om hem heen, een Icarusblauwtje? Dat kan niet volgens de kenner, waarschijnlijker is een Boomblauwtje ... vind ik ook goed!


Het is wel een flinke klus, we hebben veel potten met planten, die moeten aan de kant en ook schoongemaakt. Wat zit er nog in, is er nog leven na de winter? Aan de zijkant van het huis, tussen ons en de buurman hebben we nog een … ik noem het de serre, Man noemt het de bushalte, buurman noemt het de kas. Het is een van plexiglas gemaakte ruimte, waar ik spullen droog kan opslaan, was kan drogen en omdat het er erg warm wordt heb ik er ook wel paprika’s gekweekt. Het dak daarvan was erg groen geworden, dus ook daar de Kärcher nog even overheen.

serre de bushalte

Als het werk is gedaan, lichtelijk spierpijn, maar de temperatuur doet nog Grieks aan, tijd voor een flesje Retsina.
Dat dronken we ook vaak tijdens onze vakanties, gemixed met sprite. We maakten daar voor het eerst kennis mee via A, eerst op Leros waar we haar voor het eerst ontmoetten, later op Korfu, waar ze toen woonde.

In onze vakanties in Griekenland begonnen we na het opstaan gebruikelijk met koffie, nog eentje en dan nog eentje? Later in de morgen nog een koffie, nou okee nog eentje dan … en dan komt de koffie inmiddels je neus uit. Veel water hebben we dan ook al gedronken, in tegenstelling tot in Nederland, krijg je in Griekenland gewoon gratis water bij je koffie, wat eigenlijk ook zo hoort.

Maar wat dan ... we zijn geen limonadedrinkers … dan namen we op een terras meestal een klein flesje Retsina met sprite, of seven-up, Retsisprite noemen wij het. Eerst is de verhouding veel sprite, weinig Retsina, en dat draait na de volgende glazen om, zo heerlijk licht en zomers.


Ik zag dat er in het wijnrek nog een flesje Retsina van vorig jaar lag en er was ook nog lemonprik. Het dakterras was schoon, wij waren vuil, dus tijd voor een drankje met een knabbeltje. Grieks muziekje erbij: een CD van Glykeria, die ik jaren geleden bij het Griekse Eiland in Amsterdam kocht, (Η Γλυκερία Τραγουδάει Αντώνη ΒαρδήGlykeria sings Antonis Vardis). Voor wie het kent of juist niet, luister er even naar, zo mooi:




Pas als het dakterrras weer ‘zomerklaar’ is kan ik plannen maken voor wat ik dit jaar ga zaaien. Man zingt: wastoe ooit zaais, dat oogstoe ook (Harry Niehof 's Schiere dag).
Het is elk voorjaar weer afwachten wat het de afgelopen winter in de potten overleefd heeft. Het valt mee: De rododendron zit vol met knop, de rozemarijn is helaas dood, maar de esdoorn heeft prachtige knoppen, de blauwe bes doet het ook veelbelovend, een aardbeiplantje leeft ook nog. Als er iets dood is, heb ik weer een lege pot voor iets anders.

Esdoorn (Acer davidii 'Rosalie')
Blauwe bes (Vaccinium corymbosum)
Aardbei Ostara

De Amorpha, elk jaar weer spannend ... doet hij het nog, hij is eigenlijk (sinds 1998) uit z’n pot aan het groeien. Ik heb twee jaar geleden voor de zekerheid een stek genomen, de dochter noemen we ’m, maar die groeit inmiddels ook haar pot uit. O, ik verlang naar een echte tuin!

donderdag 31 maart 2011

Als een Nikè …

Louvre Museum Parijs, 2002
… zonder hoofd en armen, (wie weet worden zo ooit weer gevonden), maar wel met vleugels, de godin van de overwinning verschijnt waar een strijd plaats vind.

Deze strijd begint te wennen: halve nachten wakkerliggen, een niet aflatende strijd tegen kilo’s die er steeds weer ongemerkt bij willen komen, want ondanks braaf en wijs omgaan met eten en drinken wil mijn taille stiekem verdwijnen. Met opvliegers, kolonnes mieren die 's nachts onder de huid van m'n benen van boven naar beneden en weer terug marcheren en andere vage klachten valt inmiddels te leven.

Lastiger te accepteren is moeite met concentratie, niet meer kunnen nadenken. En kan ik nou werkelijk niks meer onthouden? Dat haat ik echt!
Ik ging er altijd prat op dat ik een perfect geheugen had, vraag maar, ik weet alles …

Nu begrijp ik ook de gesprekken vroeger van mijn ouders beter, zinloze discussies vond ik het destijds, over wat wanneer waar met wie waarom was geweest. O, dear, zo’n soort gesprek hadden Mijn Architect en ik laatst ook.

Ik liet zelden iets uit mijn handen vallen, maar nu … ergens las ik de term menoklunzigheid, ik begreep het gelijk. Deed ik eerst 20 jaar met m’n glazen, nu ben ik al weer aan een zoveelste nieuw setje toe.
En dan nog de wartaal die ik met regelmaat uitsla, loop ik te raaskallen tegen leuke mannen,  bij voorkeur Groningers.
Eigenlijk ben ik dat niet hoor, dat zijn de hormonen, die maken dat ik net als Nikè hoofd en armen moet missen*. De overgang is een normale en natuurlijke fase … zegt men, dus zijn er ook voordelen? Ja, geen zorgen meer voor zwangerschap, bloeden hoeft niet meer en dus meer plezier. En - godin zij dank - geen last van, zoals je vaak hoort, libidoverlies, nee, nee, integendeel! :)
Imaginair vlieg ik de wereld over (of Groningen) en ga voor de overwinning.

*De Nikè van Samothrake is een Grieks marmeren beeld dat de Griekse godin van de overwinning Nikè voorstelt.
 Het beeld is een meesterstuk van leven, beweging en realisme en straalt allure uit. Het stelt een gevleugelde vrouw voor, de allegorie van de overwinning. Het beeld geeft het ogenblik weer waarop de gevleugelde Nikè neerdaalt op de voorsteven van een schip. Door de hevige wind kleeft haar kleding aan haar lichaam waardoor haar sierlijke vormen en de rondingen van haar lichaam zichtbaar worden. Het beeld is vervaardigd van wit marmer afkomstig van het Griekse eiland Paros. (Wikipedia)

Leesvoer:
In Godinnen in de ouder wordende vrouw schrijft Jean Shinoda Bolen: Als een vrouw nu eens elke ‘opvlieger’ ervoer als een stoot energie, die de archetypen van wijsheid en innerlijk gezag leven inblaast. Tja, makkelijker gezegd dan gedaan..
ik vond het wel een aardig boek, ook omdat ik wat met godinnen heb.

De overgang als bron van kracht van Christiane Northrup, ik was er ooit in begonnen, anderen lopen er mee weg, maar ik werd er wat moe van.

zondag 13 maart 2011

Rijstepap


Zomaar ineens trek in ouderwetse rijstepap, lekker dik en goedkoop gemaakt op het petroleumstel:

Rijstepap voor twee personen:

100 g paprijst
halve liter melk
snufje zout
zakje vanillesuiker

Doe de ingrediënten in een pan. Breng al roerend langzaam aan de kook (let op, brandt gauw aan).

Daarna op het petroleumstel een half uur zachtjes laten pruttelen tot alle melk opgenomen is.


Serveer met een klontje boter en suiker met kaneel.
Ook lekker als toetje.


woensdag 9 maart 2011

Gehakt in bladerdeeg


Dit gerecht maak ik graag en regelmatig. Het is een recept voor twee of drie personen dat ik 13 jaar geleden overschreef uit het blad Boodschappen, toen nog met dierlijk gehakt.
Nu maak ik het gewoon met plantaardig gehakt, wat net zo goed, zelfs beter smaakt.

250 g plantaardig gehakt
4 plakjes bladerdeeg (ontdooid)
1 sjalot en 1 teentje knoflook, gesnipperd
peper en zout, en je eigen favoriete kruiden/specerijen om gehakt te kruiden
1 eetlepel mosterd
1 el gemalen lijnzaad, tot een papje geroerd met water
olijfolie
sojamelk

Fruit de ui en de knoflook in de olie, voeg het gehakt toe, met de gewenste kruiden en laat al roerende kort bakken.
Van het vuur af de mosterd er door mengen en het lijnzaadmengsel.
Laat afkoelen, zo mogelijk nog even in de koelkast zetten om het wat op te laten stijven.
Verwarm de oven voor op 220°C.


Leg de bladerdeegplakjes zo dat er een vierkant van 20 x 20 cm ontstaat, laat ze elkaar net overlappen en druk de randen op elkaar.

Verdeel de lap met de botte kant van het mes in de lengte in drieën zonder het deeg door te snijden. Verdeel de twee buitenste zijden met een mes in schuine reepjes van 1,5 cm breed en bestrijk met sojamelk.


Vouw de bovenste en onderste deegreepjes naar binnen, zodat er een soort bakje met opstaande rand ontstaat.

Schep het gehakt in het midden. Vouw de overige deegreepjes om en om over de rol naar het midden.

Bestrijk met sojamelk en leg op een met bakpapier beklede bakplaat. Laat in ca. 20 min. goudbruin bakken. Eventueel wat sesamzaadjes overstrooien.
















maandag 7 maart 2011

Consuminderen

Workshop eten uit de natuur (2010)

Sinds de crisis, en zeker de laatse twee jaar, moeten wij bezuinigen. Man werkt voor zichzelf en de inkomsten werden minder.

De auto weg was geen bewuste keus, het kwam door een ongeluk. Man moest flink op z’n remmen gaan staan omdat de auto voor hem plots stopte, dat ging net goed, maar de auto achter hem had dat te laat door en duwde hem met volle kracht tegen de voorstaande auto. Mini-kettingbotsing van drie auto’s. Voor- en achterkant in elkaar, total loss. Man na controle in het ziekenhuis opgelucht weer naar huis, voor hetzelfde geld loop je een whiplash op. Geen auto meer, we kregen er nog wel wat voor terug, maar niet genoeg om iets goeds terug te kopen.

Man ging voortaan met de trein naar zijn atelier en dat was helemaal niet erg, hij vond het zelfs prettig, tijd om wat te lezen!
De verbinding is goed en met mooi weer gaat hij ook op de fiets (toch 20 km heen en 20 km weer terug). Dus we stelden de aankoop van een andere auto steeds uit, konden we even (be)sparen.

Inkomen werd nog minder, gelukkig hadden we aardig wat spaargeld (was eigenlijk bestemd voor o.a. een nieuwe keuken), dus van dat geld en van mijn niet zo riante salaris redden we het net.

Wij gingen voorheen vaak uit eten en hoewel dat al minder was geworden sinds de invoering van de euro, gaan we nu alleen nog buiten de deur eten als er iets te vieren valt. Ik kan voor minder geld meestal beter koken dan wat er in onze woonplaats aangeboden wordt. En dan hoef ik ook niet eeuwig te wachten of ongastvrij bejegend te worden.

Ik lees verschillende consuminderblogs, er zijn een heleboel leuke, en pik daar goede bespaartips op.
Gewone dingen, die je wel weet, zoals bij standby-apparatuur de stekker er uit, meer spaarlampen, licht uit waar je niet bent, thermostaat lager. Wassen enz. in het weekend, want lager tarief stroom. Het zijn allemaal kleine beetjes, die toch helpen. Maar ook aparte tips waar je zelf niet zo gauw op komt, zoals
schoonmaken met azijn, in plaats van al die prijzige schoonmaakmiddelen, en er achter komen dat het nog beter werkt ook.

Ik kreeg veel bewondering voor de schrijvers van die blogs, meestal zijn ze er financieel erger aan toe dan wij. Die discipline om alles bij te houden! Geïnspireerd door hen noteerde ik ook al mijn uitgaven en kwam er achter dat er nog beter bezuinigd kon worden. Ik schrok van wat ik in een jaar aan kleding en schoenen uitgaf! Dat is nu nog minder dan een derde.
Het opmerkelijke was dat we er eigenlijk niet onder leden, we werden ook bewuster wat betreft milieu. Wat moet je toch met al die prullen en rotzooi?
Dat wil allemaal niet zeggen dat we karig leven hoor, we kunnen samen erg genieten, ook met een flesje wijn van twee euro!

Net de jaarafrekening van de energie binnen, en een beloning van een jaar goed opletten, we krijgen geld terug, en de eerste termijn is er al af. Dat motiveert wel om daar mee door te gaan.
Workshop kippen houden (2008)
Pech was wel weer dat op dat moment de tandarts besloot dat ‘groot onderhoud’ nodig was.

Omdat we ook niet meer naar Griekenland vlogen, hebben we afgesproken dat we, als het kan, elke maand iets leuks doen. De lezers van mijn andere blog Ontdekking van Groningen weten van onze weekendjes en vakanties in het noorden.

De workshops die ik volg doe ik voor m’n plezier, maar ook in het achterhoofd dat ik misschien later wat meer zelfvoorzienend kan leven. Ik heb een, misschien beetje naïef, romantisch idee van je eigen groente en fruit telen, zelf je brood bakken, eieren van je eigen kippen. In ieder geval leer ik veel nieuwe dingen, die straks vast heel handig zijn.

Het went erg snel, dat consuminderen en is helemaal niet erg, nu vind ik dat we in het verleden best verspillend en decadent leefden, dat laat ik nu niet meer gebeuren.


donderdag 17 februari 2011

Op excursie met Nico de Haan


In 2004 gingen wij met Nico de Haan mee op Ganzenexcursie. Eerst kreeg je per mail een aantal lessen over de verschillende soorten ganzen. We leerden twaalf soorten ganzen kennen. En dan met een bus vol vogelliefhebbers naar Zeeland. Dat was zo’n leuke dag, net een schoolreisje!

Zeeland, februari 2004
Komend weekend organiseert Nico de Haan weer een excursie … in Groningen en wij gaan dus mee. Deze excursie is drie dagen en we logeren in het Kloosterhotel in Kloosterburen. Op mijn andere blog vind je het verslag van deze geweldige dagen!



woensdag 16 februari 2011

Mijn mannen


Even een terugblikje: Deze foto is genomen in mei 1986, in het Kralingse Bos in Rotterdam en onze zoon is hier bijna één jaar.
Mijn Architect staat er zo stoer bij, met een zware van Nelle tussen de lippen en zodra Zoon een fototoestel zag, begon hij al te lachen.

En dit stuurde mijn zoon als reactie op bovenstaande foto:


woensdag 9 februari 2011

Lente


Gisteren een eerste echte lentedag. Vrije dag, komt dat even goed uit. 's Morgens met J. een flinke wandeling gemaakt. Niet koud, zon en blauwe lucht. Zelfs de reigers waren aan het zonnebaden!




zaterdag 5 februari 2011

Katje Psili


Vrijdag zag ik in De Wereld Draait Door Hans Dorrestijn en Midas Dekkers in de hoedanigheid van hondenhaters. Ik kan me wel verplaatsen in iemand die niet van honden houdt, maar als ik zeg dat ik niet van katten hou is er groot onbegrip. Ze zijn zo lief, leuk, aanhankelijk.
Ja, honden zijn ook lief, leuk en aanhankelijk. Maar dat geblaf ... Nou, tijdens sommige nachten hier achter in de steeg waar het geluid van krolse katten klinkt ... dat is ook geen pretje. En van beide is de poep hoogst irritant.
De honden doen het vlak voor mijn deur, de katten zitten in mijn bloempotten. Maar in beide gevallen laten de 'baasjes' dat gebeuren en kan je het de dieren eigenlijk niet kwalijk nemen.
Nogmaals ik kan mensen begrijpen die niet van honden houden. Ik hou ook niet van alle honden. Ik zie veel soorten honden waar ik niks mee heb. Hondenrassen zijn aan mode onderhevig. En veel van die modehonden vind ik ronduit lelijke, nare mormels, gefokt op rare modieuze uiterlijkheden waar die dieren zelf niet echt beter van worden.
Ik hou bijvoorbeeld zelf meer van honden met een vacht. Dat gladharige van het type ‘vechthond’ vind ik niks. Hondenrassen die nog lijken op hun voorouder de wolf spreken me erg aan.

Ik heb nooit van katten gehouden, was er vroeger zelfs en beetje bang van. Ze zaten altijd zo gemeen naar me te loeren. En alsof ze het wisten, in een kamer met allerlei mensen die het wel leuk vinden, sprongen ze juist bij mij op schoot, draaien het achterste naar me toe, staart recht omhoog zodat ik goed zicht heb op het poepgaatje. Getsie.
En dan gaan ze met hun nagels uit in mijn bovenbenen stampen. Vroeger zat ik verstijfd van angst, later konden ze een zwieper krijgen.

Maar een mens kan veranderen. Er is één katje geweest die me om kreeg. Het was in 2001, we waren op vakantie op het Griekse eiland Chios. We hadden daar, net als voorgaande jaren, het appartementje in de sinaasappelboomgaard van Mike en Maria, een familie waar we erg graag verbleven.

De vorige gasten vertrokken net en vertelden ons dat er aan de zijkant van het huis een jong poesje waarschijnlijk aan het sterven was.
Ik ging kijken en het was een heel jong beestje, broodmager en onder de vlooien en teken. Kijk dat ik niet van katten hou wil natuurlijk niet zeggen dat een dier moet lijden.
Ik zette een schoteltje met water vlak bij z’n bekkie, maar geen reactie.
Wij gingen boodschappen doen en in die supermarkt besloot ik toch wat kattevoer mee te nemen, brokjes en zo’n zakje zacht voer.
Ik deed dat zachte voer op een bordje en liet hem ruiken. Geen reactie. Ik smeerde met mijn vinger wat aan z’n mondje en na een tijdje kwam er een tongetje te voorschijn en begon hij wat te likken. Het was blijkbaar erg lekker.
Ik schoof het bordje wat van hem weg zodat hij wel overeind moest komen ... en dat deed hij. Het was een witte kat, met een zwart staartje, zwart oortje en een zwart vlekje op z’n kin en achterhoofd. Hij was lang en dun. Door het eten is hij opgeknapt, het was net alsof hij besloot toch maar te blijven leven. Hij was niet bij me weg te slaan, hoe vaak ik hem ook van m’n schoot zette, hij bleef stug terugkomen. Ik heb teken verwijderd en een spuitbus insecticide over hem gespoten. Je zag hem per dag opknappen. Het duurde even voor hij doorhad dat ik hem echt niet in huis wilde, hij zat maar met z’n piepstemmetje voor de deur te mauwen. Na een paar dagen had hij het door. Aan het eind van dit filmpje hoor je nog net hoe het klonk als hij mauwde.


Ik moet toegeven, we waren erg op elkaar gesteld, ondanks dat ik vrij streng tegen hem was. Hij zag er steeds beter uit en eigenlijk wilde ik dat hij ook zelf eten kon vinden. Als we straks weer weg zijn moet hij het ook zelf redden. De eigenaars van dit terrein zouden hem zeker wegsturen, ze hadden eigen katten en hoefden daar geen zwervers bij. Ik gaf hem steeds minder brokjes en zette hem in de olijfbomen om ons heen die vol zaten met grote tzitzikas (cicaden). Als hij nou zou leren zo’n beest te pakken, dan heeft hij daar wel een goed maaltje aan, dacht ik.
Hij snapte direct wat ik bedoelde: hij greep zo’n insect en at met smaak tot alleen de vleugels over waren.


Hij werd mooier en mooier, maakt zich vaak schoon en was weer spierwit. Het hele magere was verdwenen. Hij werd ook steeds speelser en ging steeds meer z’n eigen gang.

Toen we op een dag van een uitstapje terugkwamen ... Psili was weg.
Gevraagd aan Mike, maar die wist alleen te vertellen dat hij ’s nachts kattengevechten heeft gehoord. Ik was ervan overtuigd dat hij niet dood was, dan had ik hem gevonden. Ik heb overal gezocht, de hele boomgaard doorgelopen, geroepen, eten neergezet ... maar hij was weg en bleef weg.
Ik trooste me met de gedachte dat hij inmiddels voor zichzelf kon zorgen, goed opgeknapt was en dat het tijd was om de wereld in te gaan.
Misschien maar beter ook, want ik dacht soms als we straks terug moeten, hoe smokkel ik hem mee in het vliegtuig?

Dit beestje heeft me geraakt en is het een katje dat ik wel had willen houden.


vrijdag 4 februari 2011

Van groen glas tot zwart-wit aardewerk

Ik heb de neiging tot verzamelen, het mag eigenlijk niet van mezelf want mijn huis is niet groot, er gaat veel tijd en geld inzitten en dan ook nog steeds dat afstoffen. Maar het overkomt me regelmatig dat ik weer iets ga ‘sparen’.

Mijn eerste echte verzameling was oud groen glas. Ik deed nog kalm aan, zo nu en dan wat wijnglaasjes, kleine vaasjes en schaaltjes, maar al gauw grotere stukken.
Toen de mensen in mijn omgeving dat doorhadden ging men voor me opletten. Ik kreeg steeds meer, ook dingen die ik niet zo mooi vond of de foute kleur groen hadden.
‘Kijk eens wat ik voor je gevonden heb’ … en dan verwachtingsvol mijn reactie afwachten. Het was altijd zo aardig bedoeld, dan kun je moeilijk zeggen dat je het niks vind, of dat je liever zelf iets zoekt. Door het hele huis kwam prullaria van groen glas te staan, geschenkjes kwamen zelfs van winkels als Blokker of Marskramer, vaasjes, kaarsenstandaards, theelichthouders, flesjes.
Ik had er geen lol meer in en gaf aan dat ik ‘gestopt was met groen glas’.


Een paar dingen heb ik bewaard en de rest te koop aangeboden. Er kwam een echtpaar kijken, waarvan de man al meteen de mooiste stukken begon uit te zoeken. Nee, nee, dat is niet de bedoeling ... alles in één koop of niets. Als ik opruim doe ik het grondig.
Zijn vrouw vond de prulletjes wel leuk, hij was meer geïnteresseerd in het ‘Annagroen’. Nou had deze man een geigerteller bij zich en bij veel stukken ging dat ding toch tekeer!
Weg ermee ... dat radioactieve spul wil je toch niet in je eetkamer hebben? Hij was er wel blij mee.
Toen begon ik een nieuwe verzameling. Nederlands keramiek. Kleine vaasjes.Het leek me ook wel veilig om dit te verzamelen, omdat je het niet zo vaak tegen kwam, dus was het redelijk in de hand te houden. Hoewel, binnen niet al te veel tijd had ik een hoop vaasjes, daar moest dus een kastje voor komen.
Ik kon ook geen weerstand bieden aan wat grotere vazen, omdat ik ze zo mooi vond. En het afdingen goed lukte! Ondanks dat het bijna museumstukken zijn, is het geen fragiel spul, dus worden ze ook gewoon gebruikt.
Ravelli heeft wel mijn voorkeur: