donderdag 16 augustus 2012

Blij met bonen


Een jaar geleden kocht ik op een Streekproductenmarkt in Groningen verschillende gedroogde bonen. Daar zaten kleurige soorten bij.
Rond het oog (de plek waar ze in de peul vastzaten) zit een tekening. Sommige noemen het soldatenbonen omdat de tekening doet denken aan een tinnensoldaatje uit de 18e eeuw met pluimhelm. In Frankrijk is de boon vernoemd naar de Cavaliers van de orde van de Heilige Geest.
Anderen zeggen weer adelaarsboon, die zien er een roofvogel in. Mijn man zag er meer een motorrijder in en ik noem ze gewoon m’n boontjes uit Groningen.

Ook wordt deze boon wel een heilig boontje genoemd, omdat er een engeltje in gezien wordt.


De naam monstransboon kwam ik ook nog tegen.
Een monstrans is een pronkstuk dat in de katholieke kerk wordt gebruikt voor het tonen van de hostie (er werd er hier laatst nog een gestolen uit het Gouds Museum).
Het verhaal gaat dat in het verleden een pastoor ooit een kostbare monstrans begroef, als bescherming tegen rovende soldaten en op die plek boontjes zaaide.
De vijand heeft de verborgen schat niet gevonden, maar op de geoogste boontjes bevond zich, tot verbazing van de pastor en zijn parochianen, het silhouet van de begraven monstrans!
Mijn gezaaide sperziebonen waren ter ziele gegaan aan de verwelkingsziekte. Ik besloot een nieuwe poging te doen met zes soldatenboontjes, als probeersel en omdat ik nieuwsgierig was welke kleur bloemen ze zouden krijgen.



Ze groeiden voorspoedig en kregen gewoon witte bloemen. Even ging het wat minder, maar na wat mest ging het weer goed. Ik oogste een paar jongen bonen om te proeven als een soort sperzieboon. Ze hadden draden en waren nogal stevig. Niet echt lekker.
Na wat speuren op internet kwam ik erachter dat het een erg oud bonenras is (droogboon) en voornamelijk werd gebruikt als soepboon. Een droogboon heeft een harde schil en moet worden gedroogd. Dan kan men hem doppen en eten. Maar het bijzondere van deze boon is, dat men hem ook voor het drogen doppen kan.



Inderdaad droogbonen. Ik liet ze hangen tot vorige week. Sommige peulen waren al droog en geel. Het is verbazingwekend wat een hoeveelheid je weer krijgt van zes gezaaide boontjes.



Ik haalde ze uit de peulen, de gedroogde waren al keiharde boontjes, de andere waren nog redelijk zacht, en ik besloot daar een gerecht à la Jamie Oliver van te maken.


Ik deed de bonen in een pan, water tot ze onderstonden, met een teen knoflook, laurierblaadje, takje tijm en rozemarijn.
Ik had geen idee hoelang ze moesten koken, dus steeds even prikken en proeven. Na ruim een half uur waren ze goed. We aten ze met kabeljauw, pasta en tomatensalade. Wat voor naam ze ook hebben, ze waren vooral erg lekker. Behalve de bonen en de tomaten kwamen ook de verse kruiden uit eigen dakterrasmoestuin … dat je van zoiets simpels zo blij kan worden.


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen